Religie

‘… Vrij in ’t Christelijk geloven…’        

Auteur: Alfred R. van Wijk

Doopsgezinden kennen de doop voor volwassenen op grond van een zelf opgestelde belijdenis. Hun geloofsopvoeding beslaat daardoor een lange periode. Deze richt zich zowel op peuters als op jong volwassenen die zich op hun doop willen voorbereiden.

 

Geen vaste geloofsleer

Tegenwoordig wordt in vele gemeenten aan  peuters op zondagmorgen een thematische viering aangeboden met een eigen ritueel, waarbij kwaliteitsprentenboeken inhoud aan het thema geven. Deze vieringen zijn gebaseerd op de door Corien van Ark ontwikkelde methode Kom in de kring. Om aanstaande dopelingen voor te bereiden op hun doop zijn er catechesebijeenkomsten die veelal gebruik maken van Aangeraakt door de Eeuwige, een methode die onder redactie van Gerke van Hiele werd geschreven. Hierin gaat het niet om het overdragen van een omschreven geloofsleer. Voor elke bijeenkomst worden in een kadertekst bijbelgedeelten, liederen, aandachtpunten voor gesprek, vormen voor creatieve verwerking en samenvattende vragen gegeven om samen mee aan de slag te gaan. Hiernaast is het voor achttienplussers mogelijk een korte cursus te volgen die jongvolwassenen voorbereiden om als lekenprediker in kerkdiensten voor te kunnen gaan.

 

Persoonlijk beleefd geloof

Zowel Kom in de kring als Aangeraakt door de Eeuwige richten zich op de vorming van een persoonlijk beleefd geloof. Hiertoe was al vanaf de naoorlogse jaren door vooral vrouwelijke geloofsopvoeders materiaal aangedragen in de vorm van een opzet voor zondagschoolwerk, kinderboeken met sleutel- en spiegelverhalen en een handleiding voor ouders.  

 

Van kennisoverdracht naar geloofsvorming

Teruggeblikt op de historische ontwikkeling van de doperse geloofsopvoeding is deze geloofsvorming geleidelijk in de plaats gekomen van kennisoverdracht. Eerst tegen het eind van de zeventiende eeuw werd op verzoek van de ouders de geloofsopvoeding vanwege de gemeente verzorgd. Voorheen zag men deze als de taak van de ouders. In het lesmateriaal ontwikkelde zich naast de nadruk op de deugdzaamheid en kennis van de bijbel een uit het hoofd te leren geloofsleer. De verlossing van de mens, de christologie, de doop en het avondmaal kregen een steeds groter plaats. In de achttiende eeuw kreeg de gematigde Verlichting steeds meer invloed op de geloofsopvoeding. De dopers hadden hierbij een voorhoedepositie doordat zij in hun lesboekjes het verband tussen de natuurwetenschappen en het kennen van God opnamen. In de eeuw daarop zou onder invloed van de academische bijbel-kritiek het modernisme opkomen, die ook de catechese in vrijzinnig vaarwater stuurde. Deze vrijzinnigheid, die persoonlijke geloofsbeleving en een individuele geloofsinhoud bevorderde, geeft tot op de dag van vandaag in de geloofsopvoeding de toon aan.
                                                                                             

Bron: Gerke van Hiele (red.), Aangeraakt door de Eeuwige. Geloofsboek ten behoeve van doopsgezinde gemeenten (Zoetermeer 2001)

 

 


Academische Theologie en Vredeswerk

Auteur: Fernando Enns

Het Instituut voor Vredestheologie van de Universiteit van Hamburg is in 2006 opgericht als het eerste academische instituut voor doperse theologie.

Tot die tijd moesten studenten voor een opleiding als leraar of pastoraal werker, of die geschiedenis en theologie vanuit een dopers perspectief aan hun studie wilden toevoegen, naar de Verenigde Staten, of naar het Doopsgezind Seminarium in Amsterdam.

Vredestheologie
De grootste bijdrage die de mennonieten hebben geleverd aan het internationale oecumenische debat is hun vredestheologie, die gebaseerd is op het uitgangspunt van geweldloosheid.

Het centrale thema van deze theologie, zoals die voor het eerst gepredikt werd door de wederdopers in de zestiende eeuw, is dat het christelijke geloof een levensstijl zou moeten zijn gekenmerkt door een actieve betrokkenheid bij gerechtigheid en vrede zonder geweld, en een toewijding aan deintegriteit van de schepping. Deze visie heeft belangrijke implicaties voor alle andere aspecten van de theologie:

Ten eerste de manier waarop de theologie wordt uitgevoerd, ten tweede de inhoud van de theologie zelf. Louter door haar aard is vredestheologie oecumenisch, en verbonden met andere kerken, tradities en culturen, en creëert ze een dialoog met andere religies.

Daarom werkt het Instituut nauw samen met de Missions Academy en de Academy of World Religions aan de Universiteit van Hamburg.

Vredeswerk in de volledige zin des woords
Deze opvatting over vredestheologie moet niet alleen beperkt blijven tot  theologische debatten. Als we geweld in al zijn aspecten begrijpen – zowel direct door een individu, indirect door een politiek of financieel systeem, of cultureel,denk aan alle soorten discriminatie – dan betekent dat automatisch dat de behoefte om geweldloosheid te creëren aanwezig moet zijn in alle aspecten van het leven.

Het eerste wat het Instituut deed was het oprichten van een 'Interdisciplinaire Werkgroep voor Vredeswerk', waar academici uit verschillende disciplines samenwerken. We creëerden een programma van vredesonderwijs voor studenten uit alle vakgebieden waarin theologie en religie een belangrijke rol spelen.

Sinds 2011 biedt het Instituut tevens een speciale cursus in mediation. Een openbaar forum, het mennoFORUM, is opgericht in samenwerking met de mennonieten gemeente Hamburg, met als doel het bespreken van actuele onderwerpen met kopstukken uit de politiek, economie, cultuur en religie. Het Instituut heeft ook enkele publicaties uitgebracht die aantonen dat vredestheologie en vredesonderwijs een belangrijke stem hebben. Zowel binnen als buiten de academische wereld is het belangrijk die stem te blijven horen.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Zondagsschool, Scouting, Catechese en Seminaries

Auteur: Beate Zipperer

De bijbelseverhalen worden thuis aan de kinderen verteld,  maar ook op zondag in de kerk.

Kind en zondag
In veel gemeenten gaan de kinderen, terwijl de ouders de dienst bijwonen, naar de zondagsschool die geleid wordt door vrijwilligers. Anders dan op een gewone school leren kinderen hier God kennen en lerenze Jezusna te volgen. Daaroverwordt met henop een speelse manier van gedachten gewisseld. Ook leren ze bidden,samen zingen en knutselen.

Inde ‘Evangelische FreikircheMennonitengemeinde Ingolstadt e.V.’ beginnen de kinderen de dienst samen met de volwassenen. Kort na het begin gaan zij in vier verschillende leeftijdsgroepen uiteen, luisteren ze naar de bijbelseverhalen en praten ze over onderwerpen die met geloof te maken hebben.
Sommige gemeenten hebben ook speciale weken voor kinderen. Kinderen zien daar naar uit: schoolvriendjes gaan mee en met zijn allen vergroten ze hun kennis van de bijbel en van Jezus. In sommige gemeenten hebben ze ook een ‘Royal Rangers’ groep, dit is een christelijke scouting.

Jongeren en jongvolwassenen
Tegenwoordig heet catechese in veel gemeenten ‘les’ of ‘bijbelles’. Deze lessen zijn niet  per se een voorbereiding op de doop, ook al gaan ze over het christelijke geloof en de mennonieten.Belangrijk is hoe individuele personen hun geloof beoefenen.
In speciale diensten voor jongvolwassenen worden de onderwerpen dan gedeeld met de gemeente.Naast het werk in de gemeente, organiseert de ‘JugendwerksüddeutscherMennonitene.V. (JUWE)’  buitenweekeinden en cursussen voor kinderen en jongvolwassenen.

Volwassenen
Er worden ook weekeinden voor gezinnen envoor ouderen georganiseerd. Voor diegenen die zich willen verdiepen in de doperse traditiewordenbasiscursussengegeven in de plaatselijke gemeenten of in grotere conferentieoorden, zoals aan het bekende Theologische Seminarie de Bienenberg in Zwitserland.

Vertaling: Eliza ten Kate


Het onderwijssysteem van de Russische mennonieten

Auteur: Svietlana Bobileva

In de kolonies werd serieus werk gemaakt van onderwijs. Op school deden de leerlingen algemene kennis op, maar ook geloofszaken kregen aandacht. De oudsten van de gemeenschap waren verantwoordelijk voor het onderwijs. Er gold een leerplicht, en de scholen werden bestuurd door de gemeenten.

Lezen, schrijven en rekenen
Het onderwijssysteem van de mennonieten kende verschillende ontwikkelingsfases. In de eerste fase (1800-1820) waren de financiële middelen beperkt. In die tijd was de doelstelling kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. De volgende fase begon rond 1825, waaraan vooral de naam van Johan Corniesverbonden is. Hij stichtte lerarenopleidingen in Orlovo, Halbstad en Chortitza. In 1843 kreeg hij de leiding over alle mennonietenscholen. Hij wilde de invloed van predikanten in de scholen verminderen, hervormde het onderwijs, en steunde de scholen financieel. Cornies organiseerde conferenties voor leraren, en richtte de ‘Gnadenfeld Leeskring’ op, evenals een bibliotheek.

Russische les
In 1886 begon men op de scholen ook met Russische les. Kort daarna, conform de wetgeving van 1890-1892, werden alle etnische scholen onder toezicht van het Onderwijsministerie geplaatst. De staat gebruikte dit beleid om de scholen te 'Russificeren'. Zo kreeg elke school een leraar Russisch. Om meer gediplomeerde leraren Russisch te verkrijgen werd er in Chortitza in 1889 een tweejarige lerarenopleiding opgestart.

Invloeden van buitenaf
In april 1905 nam het Russische Rijk de wet op gewetensvrijheid aan. Sommige mennonietenscholen werden gereorganiseerd, eneen aantal nieuwe werd gesticht. Na de burgeroorlog van 1920 vond er een heropbloei van etnische gemeenschappen plaats, ook al had dit een controversieel karakter.In Odessa, bijvoorbeeld, werd een Pedagogische Academie opgericht om leraren voor etnische scholen op te leiden, maar ondertussen maakten de Sovjetmachten steeds meer antireligieuze propaganda. De ideologie van het atheïsmewerd onder studenten en volwassenen verspreid.De ‘Jonge Pioniers’ en de ‘Komzomol’ werden opgericht om de jongere generaties te beïnvloeden, maar dit sloeg niet echt aan.

Toen in Duitsland de fascisten de overhand kregen, kwamen de mennonietenscholen onder druk te staan van de staatspolitie. De Duitssprekende professoren en leraren van de Pedagogische Academie in Odessa werden beschuldigd van collaboratie met de nazi's. Enkelen werden verbannen of geliquideerd. In 1938 werd de Duitse taal volledig uit de scholen verbannen, en de mennonietenscholen hielden op te bestaan.

Vertaling: Eliza ten Kate 

De voetwassing

Auteur: Geja Laan

In de doopsgezinde gemeenten die ik heb mogen dienen is het nooit van een voetwassing gekomen, hoewel ik weet dat dit ritueel in de wereldwijde Broederschap zeker voorkomt. Ook, zo weet ik, heeft het al eeuwenlang deel uitgemaakt van het geloofs- en gemeenteleven van verschillende doopsgezinden. Het idee van een voetwassing voelt ongemakkelijk aan, zo bleek uit gesprekken met verscheidene broeders en zusters.

 

Ontroerend

Toch lees ik elk jaar op Witte Donderdag, wanneer wij Avondmaal vieren, van harte uit het Nieuwe Testament Johannes 13: 1-20 voor, waarin verteld wordt hoe Jezus de voeten van zijn discipelen wast tijdens zijn laatste avondmaal met hen. De tekst ontroert en inspireert me elke keer opnieuw omdat hij in mijn beleving ten diepste laat voelen waar het God en Jezus om gaat: om een liefdevolle levenshouding van niet heersen maar dienen.

 

‘Als nieuw’

Wanneer de evangelieschrijver Johannes vertelt dat Jezus tijdens de maaltijd zijn kleding af doet, legt Jezus naar mijn idee tegelijkertijd ook al zijn mogelijke uiterlijke status af. Jezus gaat niet voor uiterlijk vertoon, maar om dat wat een ander werkelijk goed doet. Hij slaat alleen een linnen doek om zich heen en gaat heel eenvoudig aan de voeten van zijn discipelen zitten om hun voeten schoon te wassen. Om al het vuil dat aan hen kleeft, letterlijk, maar ook figuurlijk naar mijn idee, weg te wassen. Hij zet zich volledig in om hen op te frissen en zo weer ‘als nieuw’ op de been te brengen. Hij heeft, uit eigen wil, het goede met hen voor.

 

Dienstbaarheid: een keuze

Wanneer je gedwongen wordt tot het wassen van iemands voeten is het slavenwerk. Al te vaak zijn met name vrouwen gedwongen om in een dienstbaar patroon allerlei werkzaamheden te verrichten, wat een vervelende situatie is om het hoofd te bieden. Als het echter je eigen keuze is om dienstbaar te zijn, dan is het een ander verhaal. Dan is het een vorm van liefde waar een goddelijke schoonheid en vrede van afstraalt. Een glans en schoonheid die heersers op onze aarde nooit bereiken.

 


Oecumene – Voor Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de Schepping

Auteur: Fernando Enns

Vanaf het eerste begin van de oecumenische beweging in de twintigste eeuw was het belangrijk voor doopsgezinden om een goede relatie met andere kerken op te bouwen. Ze waren betrokken bij het oprichten van de Wereldraad voor Kerken (WCC), nu een gemeenschap van 350 kerken met ongeveer 550 miljoen leden wereldwijd.

Oorlog gaat in tegen de wil van God
Het oprichten van de WCC was een reactie op de verschrikkingen van twee wereldoorlogen. De kerken erkenden hun falen, en vooral de Duitse kerken gaven hun schuld toe. Overeenkomstig dit gevoel zei de WCC : 'Oorlog gaat in tegen de wil van God.' Vanaf dat moment heeft de oecumenische beweging gestreden voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De andere kerken in de WCC wilden meer leren over de theologie van de 'historische vredeskerken', en de doopsgezinden hebben de mogelijkheid gekregen om hun standpunt in vele oecumenische discussies duidelijk te maken.

Decennium van Vrede en Geweldloosheid
Tijdens de achtste bijeenkomst van het WCC in Zimbabwe (1998) kwam een doopsgezinde afgevaardigde met het idee voor een 'Decennium van Vrede en Geweldloosheid: Kerken voor Vrede en Verzoening', waar iedereen enthousiast op reageerde. De oecumenische beweging zocht naar methoden van geweldloosheid, zowel in theologische en ethische als in praktische zin.

De doopsgezinden stonden nu voor de uitdaging om hun eigen standpunt ten opzichte van vrede en geweld te bepalen, en om hun theologie aan andere christelijke kerken over te brengen. Het omvangrijke document ‘Verklaring over Rechtvaardige Vrede’ (A Declaration on Just Peace)  werd samengesteld, en in Berlijn werd een Mennonieten Vredescentrum opgericht.

Een Pelgrimstocht van Rechtvaardige Vrede
Tijdens de conferentie van de WCC (Zuid-Korea 2013) werd besloten om de komende jaren te wijden aan: 'A Pilgrimage of JusticeandPeace’, dit als vervolg op het Decennium van Vrede en Geweldloosheid. Opnieuw waren doopsgezinden integraal betrokken bij het proces. Het doel is om de spirituele wortels en bronnen van het christelijke geloof nog dieper te onderzoeken, om een rechtvaardige en vredige wereld te creëren, en om christenen te voorzien van nieuwe inzichten en dimensies in hun betrokkenheid bij het politieke en sociale leven van de gemeenschap waarin zij leven. Dit zal hopelijk leiden tot de overtuiging dat het evangelie de kracht heeft om de wereld te veranderen – zelfs te midden van geweld en onrechtvaardigheid.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Vertrouwen op de heilige Geest

Auteur: Beate Zipperer

In Zuid Duitsland zijn zowel charismatische als piëtistische mennonietengemeenten. De gebruiken ín, en de structuur ván een kerkdienst variëren daardoor nogal. Een algemeen verbindend element is dat alle gemeenten vertrouwen op de inspiratie van de heilige Geest.

Kerkdienst
Samen bidden en muziek maken staan centraal. Maar zowel de geestelijke sfeer als de vorm van de kerkdiensten, de soorten gebeden en de muziekstijl verschillen vanwege,hetzij de opvatting, hetzij de culturele of de traditionele achtergronden van de gemeenteleden. Het patroon van de meeste kerkdienstenkan ruwweg in drieën worden onderverdeeld:

God in ons midden: verwelkomen
Aan het begin van de dienst prijzen en danken we God. Dat doen we door middel van welkom heten, samen bidden en zingen, maar ook via een toneelstuk, of een getuigenis afleggen. Op deze manier proberen we ons op God te richten.

Spreken
Dan lezen we uit de bijbel, wat we beleven als een luisteren we naar Gods stem. In dit onderdeel leggen dominees en lekenprekers het Woord van God uit via een preek.

Zegeningen
Hieronder vallen praktische mededelingen over de gemeente en over projecten in de wereld. Ook onze betrokkenheid op elkaar krijgt hier een plaats. Hoe heeft God door ons gewerkt? Wat zijn de zegeningen die ons overkwamen? Door dit met elkaar te delen groeit de onderlinge belangstelling en beleven we eenheid door de deelname aan het heilig Avondmaal. Dit onderdeel vormt het einde van de dienst.

Gemeenteleven – groeien in je geloof – je geloof (be)leven
'Voedsel houdt lichaam en ziel bij elkaar'. Dit Duitse gezegde geldt niet alleen voor het individu, maar ook voor het gemeenteleven. Daarom wordt er in veel gemeenten samen gegeten. Na de dienst is er koffie en taart. Soms luncht de gemeente samen, bijvoorbeeld na een doopdienst. Door activiteiten in kleiner verband wordt het geloof vaak intenser beleefd: een koor, een toneelgroep, een jongeren- of een ouderengroep. Groeien in je geloof, en je geloof (be)leven wordt makkelijker als je samen dingen doet en meemaakt.

Vertaler: Eliza ten Kate

 


De Mennonitische Brüdergemeinden

Auteur: Nataly Venger

Ten tijde van het Russische Rijk waren de mennonietengemeenschappen in sociaal opzichtvolop in beweging. Modernisering kreeg invloed op de godsdienstige en ethische opvattingen van de gemeenten, met als effect dat hun nederzettingen een 'reformatie' doormaakten. Dit leidde uiteindelijk tot splitsingen maar ook tot een dieper besef van rechtvaardigheid.

Schisma
Rond 1850 bezat ongeveer de helft van de mennonieten geen land. Daardoor konden ze niet deelnemen aan zelfbestuur, terwijl ze wel dezelfde plichten opgelegd kregen als deandere (rijkere) mennonieten. Sommigen werkten in sectoren buiten de landbouw en wilden ook gelijke rechten. Deze sociale onrust leidde tot protesten.Mede als gevolg van een geestelijk reveil resulteerde een en ander uiteindelijk inafsplitsing en de oprichting van de MennonitischeBrüdergemeinden. In deze nieuwe gemeenschap verenigden zich vooralaanhangers van het Piëtisme, een orthodoxe geloofsstroming met veel aandacht voor een vroom persoonlijk en praktisch geloofsleven.Deze nieuwe gemeentenleverden kritiek op de vervlakking van het oude geloof en boden een weg tot de verlossing van de zonden. Ookveel leden van jongere gemeenten,onder welke een groot aantal ondernemers, sloten zich hier bij aan.

Invloed en zending
Deze toch wel radicalebeweging werd al snel populair onder nieuwe mennonieten. Het eerste congres van de Brüdergemeindenvond plaats in 1872en een jaar later werd er een algemene geloofsbelijdenis opgesteld. Bewust van hun roeping, publiceerden zeeen eigen blad 'Friedensstimme' enwerdenzij zeer actief in de zending. In Kuban, Zagradovka en Marioepol bouwden zij nederzettingen.

P.M. Friesen, The MennoniteBrotherhood in Russia (1789-1910)
In 1885 vierden de Brüdergemeindenhun 25ste verjaardag, toen een gemeenschap van in totaal zeven nederzettingen en 1800 leden. Ter gelegenheid van dit kroonjaar kreeg een van de leiders van de nederzetting, P.M. Friesen, de opdracht om een boek te schrijven over de geschiedenis van de koloniën, wat in 1911 het licht zag. In 1917 bestonden de Brüdergemeindenuit veertig gemeenten met in totaal 7000 leden. De mennonietenvormden hechte gemeenschappen, gevoed door de vrees voor de opkomst van het Russische nationalisme waar dreiging van uitging.

Vertaling: Eliza ten Kate 


De jeugd heeft de toekomst

Auteur: Johannes Dyck

Tegenwoordig wordt er in Duitsland in de gemeenten veel jeugd- en jongerenwerk verricht door een jongegeneratie.

In de Sovjet-Unie stond jeugd- en jongerenwerk onder druk. Vanaf 1929 gold een verbod op watvoor bijeenkomst ook, ook van vrouwen, kinderen en jongeren. Toen nieuw opgerichte gemeenten na 1955 een legale status probeerden te verkrijgen, eisten de Sovjet autoriteiten nog steeds de strikte naleving van de grondwet. Er mochten geen kinderen in de kerkdiensten zijn, bang als de autoriteiten waren voor ondermijning van het grondwettelijke gezag. Het gevolg hiervan was dat de samenkomsten van tijd tot tijd onderbroken werden door gezagsdragers.Onderwijzers kwamen dan mee en noteerden de namen van de aanwezige schoolkinderen. Kinderen van die lijst werden de volgende dag op het matje geroepen bij de hoofd-meester, die hen vervolgens belachelijk maakte tegenover hun klasgenootjes. Voor nieuwe gemeenten, de jonge ouders en hun kinderen waren deze jaren van vervolging (1958-1966) een behoorlijke beproeving. Uiteindelijk hebben ouders toestemming verkregen om ook kinderen de diensten bij te laten wonen.

Overwinningen ondanks de risico's
Na deze kleine overwinning werd aan huis ‘zondagsschool’gegeven. In de steden kon dit beter verborgen blijven dan in de dorpen. Maar hoe heimelijk ook, toch werden mensen gearresteerd, waaronder ook jonge vrouwen. Desondanks zetten vrouwen dit riskante werk voort tot aan hun emigratie naar Duitsland.

Jongeren nemen de leiding
Toch werd onder deze dreigende atmosfeer, het jeugdwerk ook wel oogluikend toegestaan door de autoriteiten. Tweemaal per week kwamen kleine groepjes bijeen bij iemand thuis, voor een dienst en bijbel-studie. Gemeenten werden zo voorzien van jonge krachten die later een rol in de gemeente op zich konden nemen. Vooralde jongerenkoren vormden een belangrijke trekpleister voor jongens en meisjes. De uitvoeringen die zij nu en dan gaven werden beleefd als een feest.

Goede hoop
Activiteitendie onder het communistische bewind verboden waren binnen een gemeente, werden enorm populair in Duitsland. De mennonieten wisten hoe belangrijk het jeugd- en jongerenwerk was voor de toekomst van de gemeente. Tot op de huidige dag is er in Duitsland een bloeiende cultuur van jeugd- en jongerenwerk. Aangezien de mennonieten gezinnen in Duitsland vaak groot zijn, is dit werk belangrijk voor de geloofsopvoedingbinnen het gezin en voor de toekomst van de gemeenten.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Het leven van de gemeente

Auteur: Johannes Dyck

In Duitsland volgen veel van de in Rusland geboren mennonieten nog het patroon van het gemeenteleven zoals men dat in Rusland gewend was. Elke zondag zijn er één of twee diensten;de orde van dienst is eenvoudigen er worden drie korte preken gehouden afgewisseld door zang van koor en gemeente. De [mannelijke] predikers zijn van alle leeftijden en hebben een verschillende theologische achtergrond. Het aantal voorgangers in één gemeente kan soms tot wel 30 oplopen.

Veiliger om meer predikers te hebben
Dezeliturgische traditie stamt uit de tijd van de piëtistische opleving in Rusland (1840), waarbij verscheidene mensen vrijmoedig van hun geloof getuigden. Met name deMennonitischeBrüdergemeindenvormden een belangrijke kweekvijver voor predikers.De beschikking over veel predikers wasin tijden van onderdrukking een garantie om geestelijk te overleven. Als een van hen gedeporteerd of gevangen werd, was er altijd weer een vervanger. Zo bleef de verkondiging van Gods Woord en het evangelie gewaarborgd.

Thema's en zingen
Kenmerkend voor het piëtisme is het versterken van het geloof.De preek is daarvooreen middel bij uitstek. De voorgangers roepen op tot inkeer, bekering en wedergeboorte, maar zij spreken ook over de navolging van Christus, levensheiliging en de afzondering van de wereld. De wekelijkse gebedsgroepen en bijbelstudiegroepen lenen zich er goed voor om daarop nader in te gaan. Een andere belangrijke uiting van het piëtisme is het zingen. In tijden van vervolging wanneer er geen bijbels beschikbaar waren, was zingen,uit het hoofd, het middel om het geloof, maar ook troost en krachtover te dragen. Bovendien hielp zingen ook om de jongeren Duits te leren.

Relaties en samenkomsten
Het gemeenteleven beperkt zich niet tot de kerkdiensten op zondag. Ook door de week worden de hechte onderlinge banden onderhouden. De achtergrond hiervan gaat terug op de periode van vroege vestiging in Rusland, toen gemeenteleden elkaars buren en op elkaar aangewezen waren. Sommige onderdelen van het gemeenteleven zijn besloten, bijvoorbeeld, wanneer kandidaat-dopelingen over hun geloof vertellen en daar waar gehoorzaamheid beoefend wordt. Tevens worden normen en waarden, het geloofsgetuigenis en belangrijke beslissingen besproken.

Vertaling: Eliza ten Kate