Maatschappij

Gemeenschap en algemeen welzijn

Auteur: Alle G. Hoekema

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bouwde de ‘Gemeentedagbeweging’, die streefde naar geestelijke vernieuwing in de doopsgezinde broederschap, verschillende broederschapshuizen. Ze  vervullen een belangrijke rol, ook ten opzichte van de samenleving in zijn geheel, en maken een belangrijk deel uit van de doopsgezinde identiteit. Onlangs werd in Mennorode een nieuwe, ecologisch verantwoorde kapel gebouwd. Een andere vorm van gemeenschap vormen de zogenaamde ‘inloophuizen’, waar thuislozen en vluchtelingen zonder identiteitsbewijs op adem kunnen komen.

 

Weeshuizen, hofjes en scholen

In de zeventiende eeuw stichtten Nederlandse doopsgezinden weeshuizen, en bouwden ze hofjes. Ook vonden ze andere vormen om armen en gemarginaliseerden te ondersteunen. Vooral de grote gemeenten werden actief op deze terreinen. Omdat de doopsgezinde weeshuizen relatief klein waren, konden de wezen goede individuele aandacht krijgen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de overheid de zorg op deze gebieden over. Soms zijn de oorspronkelijke stichtingen blijven bestaan; ze ondersteunen noden en activiteiten voor kinderen en jongeren, ook in het algemeen. Slechts één gemeente, Haarlem, kende bijna twee eeuwen lang twee doopsgezinde lagere scholen; aan het begin van de twintigste eeuw stonden ze bekend vanwege hun moderne onderwijsmethoden. Ze werden in 1958 gesloten.

 

Tehuizen voor ouderen

Sommige gemeenten hebben nog altijd een of meer hofjes. Bovendien werden vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw moderne huizen voor ouderen gesticht. Al zulke huizen zijn nu afhankelijk van overheidsregels en subsidies; dat betekent ook een verlies aan doopsgezinde identiteit.

 

Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen

Nederlandse doopsgezinden waren ook actief op het gebied van volksopvoeding en in arme wijken van de grote stad op dat van volksgezondheid. De ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’ werd in 1784 door enkele doopsgezinden en anderen opgericht. In overeenstemming met de idealen van de Verlichting zetten plaatselijke afdelingen zich in voor volksopvoeding en lectuurverspreiding. De doopsgezinde inbreng is momenteel gering. In de negentiende eeuw waren verschillende welvarende doopsgezinden in Amsterdam betrokken bij de bouw van publieke badhuizen en volkshuisvesting. Toen Nederland na de Tweede Wereldoorlog een verzorgingsstaat werd, verminderde de invloed van de kerken snel op al deze terreinen. Mogelijk zal die rol op sociaal gebied in de nabije toekomst weer moeten groeien.

 


Vrede in het centrum van Berlijn

Auteurs: Martina Basso, Marius van Hoogstraten

Bij mennonieten staat vrede centraal in de theologie. Maar vrede kan afhankelijk van tijd en plaats verschillende betekenissen hebben. Daarom nam de Vereniging van Duitse Mennonieten Gemeenten (VDM) in 2009 uitgebreid de tijd om na te denken over wat het vredesgetuigenis vandaag de dag betekent. Dit leverde de 'Declaration on Just Peace' op. Naast een theologisch gedeelte omschrijft deze Verklaring ook 'oefenterreinen voor vrede en geweldloosheid', wat leidde tot het oprichten van het Berlin MennonitePeace Centre.
    
Een cultuur van Vrede
Het werk dat in het Berlin MennonitePeace Centre gedaan wordt heeft de Verklaring als basis, en is bedoeld om te laten zien hoe een 'vredescultuur' eruit zou kunnen zien. Wat betekent het om een vredeskerk te zijn in een grote stad vol diversiteit, en tevens een belangrijke hoofdstad? In de Verklaring schrijft de VDM:  'De taak van vrede is niet beperkt tot het stoppen van geweld. De bedoeling is ook om structuren te creëren die bij kunnen dragen aan een rechtvaardige en langdurige vrede.'

Wat betekent vrede in de praktijk?
Voor ons betekent dit het meewerken aan de opbouw van netwerken die geweld willen voorkomen. Zo draaien we mee in een netwerk van mensen en organisaties in probleemwijken van Berlijn. Tevens geven we cursussen over het voorkomen van geweld door sport, en we zijn een ontmoetingsplek, waar mensen uit verschillende culturen en van uiteenlopende religies kennis met elkaar kunnen maken. Ook werken we samen met de Brethren in Christ in Zimbabwe.We laten de samenleving en andere kerken kennis maken met het vredesgetuigenisen zoeken naar oplossingen voor de conflicten waarmee ze geconfronteerd worden. We organiseren 'bidden voor vrede' en blijven zoeken naar een 'vredesspiritualiteit' die geloofs- en regionale grenzen overschrijden. Tenslotte ondersteunen en adviseren we mennonieten gemeenten en instellingen bij hun vredeswerk.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Sociale zorg doorde Oostenrijkse mennonieten

Auteur: Martin Podobri

Dat er vandaag de dag nog mennonieten in Oostenrijk zijn, is te danken aan hunaandacht voor maatschappelijke zorg.

Maatschappelijke zorg na de Tweede Wereldoorlog
Dat begon vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen er een groot voedseltekort in het land heerste. In 1946 werd er slechts veertig procent voedsel in eigen land geproduceerd. De gemiddelde burger kreeg daardoor slechts 600-800 calorieën per dag binnen.Hulporganisaties, waaronder het Mennonite Central Committee (MCC), kwamen dit tekort aanvullen. Deze mennonieten stichtten in de jaren die volgden, gemeentenwaaruit later de MFÖ (MennonitischeFreikirchenÖsterreich)voortvloeide.

Maatschappelijke zorg nu
Gerda Gewessler is coördinator van het project ‘Operation Christmas Child’, wat deel uitmaakt van een grotere organisatie ‘SamaritansPurse’. Zij weet als geen ander hoe het is om honger te lijden. Als kind ontving zij pakketten van geallieerde soldaten. Nu kan ze vanuit haar positie arme kinderen cadeaus geven en hen een gelukkige kerst bezorgen. De mennonieten in Oostenrijk zijn vandaag de dag nog steeds bijzonder actief in de maatschappelijke zorg. De gemeente Linz is bijvoorbeeld één van de belangrijkste verzamelpunten voor dit project. In 2012 verzamelden ze bijna vierduizend pakketten!

Leden van de gemeente Wels richtten de vereniging 'Essen undLeben' op. De vereniging is snel gegroeid en nu geven ze elke week voedsel aan honderden armen. De gemeente Wels is ook actief in 'ChristlichenFamilienarbeit', een zendingsorganisatie die gezinnen in crisis ondersteunt. Vooral vrouwen met kinderen die een 'dak boven hun hoofd' nodig hebben kunnen daar terecht.Veel van de gemeenteleden in Wenen zijn onderwijzers. Zij geven bijles en helpen kinderen met, onder andere, een buitenlandse achtergrond met huiswerk.

De Oostenrijkse MFÖ is klein; vierhonderd leden verspreid over vijf gemeenten. Toch doen zij veel op het gebied van maatschappelijke zorg, en daarom alleen al is het goed dat er mennonieten in Oostenrijk zijn.

Vertaler: Eliza  ten Kate


Liefdadigheidsprojecten

Auteur: Nataly Venger

De sociale projectendie mennonieten organiseerden, gaven blijk van een hoge graad van medemenselijkheid. Zij wisten als geen ander om mensen die in het nauw zaten weer bij de gemeenschap te betrekken. Ook de economische status van hun gemeenschappen was van een belangwekkend niveau. Daardoor vervulden zij een voorbeeldfunctie voor heel Rusland.

De gemeenschap dienen
Volgens hun ethiek moest geld ‘leven’ en gebruikt worden voor nuttige dingen.Rijkdom was een middel om de gemeenschap in liefde te dienen. Het financiële vermogen van de gemeenten werd gebruikt voor het beheren van,wat in Rusland wel,'instellingen van openbare liefdadigheid' werden genoemd.

Scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen
Belangrijke instellingen voor rehabilitatie waren, vanaf 1914:een school voor mensen met hoor- en spraakstoornissen in Tiege, een verzorgingshuis en het ‘Bethania’ psychiatrisch ziekenhuis – vanwege het veelvuldig voorkomen van onderlinge huwelijken was er een groot aantal mensen met mentale problemen.
Deze instellingen werden financieel gesteund door de rijkste mensen in de gemeenschap. Zowel 'Bethania' als de voornoemde school werd voor vijftig procent gefinancierd dankzij privédonaties.

Donaties
Het idee om ‘Bethania’ op te richten kwam van de gemeente in Ekaterinoslav, die uit grote industriële mennonietenfamilies en publieke figuren bestond (de Thiessens, Toews, Fasts, Ezaus en Bergmans). Er werd een liefdadigheidsinstelling opgericht om ‘Bethania’ van de grond te krijgen. Al snel werd er anoniem 262.000 roebel in een fonds ondergebracht. Voor mensen met weinig geld was de behandeling kosteloos.

Mennonieten en niet-mennonieten
In Alt-Kronsweide (Chortyza) werdeen ziekenhuis gebouwd.Het opende zijn deuren in maart 1911, en had in december 1912 al 53 patiënten in behandeling. De meeste patiënten waren mennoniet,maar andere etnische groeperingen werden er ook verzorgd. ‘Bethania’ werd bestuurd onder leiding van de beroemde ondernemers J. Suderman en J. Lepp. Tussen 1911-1913 bereikte het fonds het bedrag van maar liefst 93.514 roebel, terwijl de jaarlijkse begrotingrond de 37.956 roebel zat. Daardoor kon er in 1915 een extra gebouw met een wasserette en een stoomketel worden gebouwd.Een jaar lang zorg verlenen aan een patiënt kostte driehonderd roebel. Vijftien patiënten kregen gratis zorg.

Foto: John A. Lapp, C. Arnold Snyder eds.: Testing Faith and Tradition. A Global Mennonite History: Europe. (Good Books, PA, 2006).

Vertaling: Eliza ten Kate


Ziekenhuisbezoeken

Auteurs: Jean-Paul Herzog, i.s.m. Mireille Peterschmitt en Sara Herzog

Elke week lopen Fabienne uit Straatsburg en Odile uit Sélestat ziekenhuizen en klinieken in hun respectievelijke steden in en uit. In een omgeving waar mensen zorgen hebben, lijden, rouwen en vreugdevol zijn, maar ook leven en dood ervaren, komen ze langs om patiënten, families en personeel te ontmoeten en naar hen te luisteren.

Fabienne en Odile zijn ziekenhuisbezoeksters. Wat zij doen is uiting geven aan de pastorale betrokkenheid van de gemeente op mensen die alleen zijn: dat kan via een enkel bezoek of door steun te geven voor een wat langere tijd. Tijdens hun visites laten zij zich vergezellen door Jezus Christus, de Heer, die hen leidt bij hun dagelijkse pastoraat.

Gewoon er zijn
In de Franse ziekenhuizen vormen de bezoeksters een aanvulling op het andere ziekenhuispersoneel, ze willen er zijn voor de mens. Vroeger was het heel normaal dat christelijke bezoekers ongehinderd door de ziekenhuizen en klinieken konden lopen. In de huidige Franse seculiere maatschappij is dat anders. Ziekenhuizen zijn plaatsen waar mensen uit verschillende sociale klassen en met verschillende geloven en overtuigingen met elkaar te maken krijgen. De bezoeken aan de patiënten zijn bij elk geloof en elke cultuur weer anders van aard. Daarom moet iedereen die van buitenaf in een ziekenhuis steun wil aanbieden kunnen aantonen dat ze met een legitieme reden komen.

Niettemin voorziet het pastoraat in een behoefte. Ziekenhuizen zijn ook plaatsen waar vragen bovenkomen. Vandaag de dag rust er een grote druk op het medische personeel door intermenselijke relaties, en om technische en financiële redenen. Als het op ethische discussies aankomt kunnen de bezoekers een rol van betekenis spelen. Soms zijn zij beter dan een medewerker in staat een patiënt te verwijzen naar iemand buiten de instelling om in zijn behoeften te voorzien. Onze twee ziekenhuisbezoeksters hebben er hun handen vol mee.

Sedert 23 jaar begeleidt, helpt en zendt de Dienst Geestelijke Verzorging genaamd:Compassion in Action, bezoldigde geestelijke verzorgers en een aantal vrijwillige bezoekers. Dit in samenwerking met de Protestante kerken van de Elzas en de Lorraine. Evangelische gemeenten in de buurt helpen ook mee. De mennonieten in Straatsburg hebben deze kleine liefdadigheidsinstelling opgericht. Onze harten zijn vervuld van erkentelijkheid. Wij danken God voor Zijn trouw en hulp; ons werk van geloof en dienstbaarheid gaat nog elke dag voort.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Van individueel naar georganiseerd mededogen

Auteur: Frédéric de Coninck

Veel mensen in Frankrijk trekken een bedenkelijk gezicht bij maatschappelijke structuren die de mens in nood helpen, terwijl zij niet tegen individuele acties van mededogen jegens deze mensen zijn. Hoe kan dat?

Georganiseerd mededogen: de gemeente
Dat heeft onder anderente maken met het feit dat in de tijd van het Nieuwe Testament, de overheden de armenzorg niet als hun verantwoordelijkheid zagen. Het idee aan een georganiseerd mededogen kwam toentertijd eenvoudigweg niet bij de mensen op. Moeten we dan concluderen dat de schrijvers van het Nieuwe Testament alleen maar pleitten voor individuele acties van mededogen? Nee, dat niet. Toen de kwestie van steun aan weduwen te ingewikkeld werd voor de eerste christenen, vonden de apostelen het een heel normaal verschijnsel om zeven mensen aan te stellen die taak zorgvuldig te vervullen (Handelingen 6:1-6). Later, toen Paulus de eerste gemeenten adviseerde over hoe ze zich het best konden organiseren, legde hij de nadruk op de gave van de dienstbaarheid en op het schenken van barmhartigheid (Romeinen 12:7-8). In zijn eerste Brief aan de Corinthiërs somt hij als voorbeeld verscheidene gaven op om de ander te helpen (12:28). Petrus verdeelt ze simpelweg in twee categorieën: preken en dienen (1 Petrus 4:11).
Met andere woorden, ook al bestonden er in de eerste eeuw na Christus geen professionele maatschappelijk werkers, het leek toch gewoon te zijn dat de gemeente deze specifieke taak aan bepaalde mensen opdroeg.

De rol van christenen
Vandaag de dag wordt veel van het maatschappelijke werk, dat door christenen en niet-christenen wordt verricht, door de overheid gefinancierd. We kunnen ons daarom afvragen wat nog langer de specifieke taak van de christen is. Aan de ene kant ben ik positief over deze samenwerking, zolang er overeenstemming wordt bereikt over het doel van het project. Immers, in de Brief aan de Romeinen 12:18 lezen we: 'Probeer, voor zover het van u afhangt met iedereen in vrede te leven.' Het is onze taak altijd eerst naar die overeenstemming met anderen te zoeken. Aan de andere kant is het onze rol als christenen in de bres te springen voor wie verwaarloosd, genegeerd of verafschuwd worden en hen te laten horen. Zo worden ook wij vanuit onze opdracht gehoord.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Instellingen

Auteur: Theo Hege

De maatschappelijke hulpverlening vanuit de Franse gemeenten komt voort uit de grote maatschappelijke hulpacties van het Mennonite Central Commitee (MCC) die in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog begonnen.

Hulp aan invaliden
Tussen 1945-1946 spoorden de kerkelijke leiders de mennonieten gemeenten aan om hulp aan hun naasten te bieden. Deze benadering zorgde ervoor dat het eerdere werk ook na het vertrek van het MCC voortgezet kon worden. Zo werden de 'AssociationFraternelleMennonite' en de 'Association de Mont des Oiseaux' (Vogelberg) opgericht. In 1950 werd in Valdoie vlakbij Belfort een gebouw gekocht om een kindertehuis in te beginnen, en het jaar daarop werd een tweede kindertehuis aangekocht op de Mont des Oiseaux, vlakbij Wissembourg. De Mont des Oiseaux groeide uit tot een instelling waar zorg verleend wordt aan kinderen en volwassenen met een psychische of mentale handicap.

Geïnspireerd door het Amerikaanse mennonieten zendingswerk werd in 1953 de 'Mission MennoniteFrançaise' opgericht in Chatenay-Malabry, alwaar ook een gemeente werd gesticht. Tezelfdertijd steunden ze een plaatselijk initiatief voor zorg aan verstandelijk gehandicapte kinderen. Het samengaan van diaconale diensten en de evangelieverkondiging ging echter niet zonder slag of stoot. Maar uiteindelijk werd de vereniging 'Les Amis de l'Atelier' in 1961 opgericht, die in 2011 uitgroeide tot een stichting.

Steuncentrum en Buitenlandse Studenten
In 1966 zette de 'Mission MennoniteFrançaise' in Parijs een steuncentrum op voor werk en onderkomen. Tegenwoordig heet dit centrum 'Association des Institutions du DomaineEmmanuel' (AEDE). De omvang van deze vereniging is groot: 91 instellingen en diensten, 4.188 cliënten, 2.633 werknemers. Financiering komt over het algemeen uit openbare fondsen.Tevens opende de 'Mission MennoniteFrançaise' in 1976 nabij Parijs een opvanghuis voor buitenlandse studenten, dat in 1998 werd gesloten. In 1995 opende de mennonieten gemeente van Montbéliard een kleine noodopvang met twaalf studio's, de 'Maison d'Accueil de la Prairie'.

Toen in 1977 een gebouw werd gekocht om de mennonieten gemeente in Straatsburg te huisvesten, werd daarin een klein centrum met zeven kamers voor studenten geopend. In 2014 uitgebreid tot veertien kamers en negen studio's.


Vertaling: Eliza ten Kate 


Gehandicaptenzorg

Auteur: André Hege

Twee stichtingen in de omgeving van Parijs, 'Les Amis de l'Atelier' en 'DomaineEmmanuel' hebben een nauwe band met de Franse mennonieten geschiedenis. De stichtingen hebben rond de vierduizend mensen geholpen of begeleid, in een totaal van zeventig instellingen en instanties.

Geschiedenis
Het begon allemaal in 1950 door de vriendschap van mennonieten met een familie met een gehandicapt kind. Er moest iets gebeuren in de situatie van het kind, en in een kleine bouwkeet waarin water noch elektriciteit was, werd een kinderclub opgericht. Dit kleine privé-initiatief groeide uit tot een meer permanente service in de vorm van het eerste 'Assistance throughWork' Centrum  in Chatenay-Malabry, en later een tweede Centrum met accommodaties voor gehandicapten in Hautefeuille, op het platteland ten oosten van Parijs.

Stukje bij beetje en met behulp van overheidssubsidies groeide het initiatief uit. Het werd professioneler en men probeerde tegemoet te komen aan de noden van elke persoon.De zorg werd zo veel mogelijk op de cliënt afgestemd. De accommodaties zijn erop gericht om de bewoners waar mogelijk een taak te laten uitvoeren en in de gemeenschap te integreren. Er is nu ook thuiszorg beschikbaar voor hen die thuis kunnen blijven wonen.

Beide stichtingen hebben aparte centra voor bejaarden. 'DomaineEmmanuel' heeft een afdeling voor mensen die permanent mentale problemen hebben na een psychische ziekte.

Naastenliefde: verschillende standpunten accepteren
Sommige van onze huizen verlenen fulltime medische zorg aan wie dat nodig heeft. En er zijn speciale plaatsenvoor mensen die in ernstige mate hulpbehoevend zijn. De beide stichtingen werken samen met medische instellingen.Naast specialisatie in de zorg voor gehandicapten, zijn ze deskundig in de begeleiding van autistische kinderen. Via deze zorg dragen wij een boodschap uit van respect en warmte die we ook door hopen te geven aan onze bewoners en cliënten.

We denken dat we door het bieden van woonruimte en werk, de cliëntenleren verantwoordelijkheid te dragen voor het eigen levenen het gevoel van isolement verminderen. Het is belangrijk dat hulpbehoevende mensen waar mogelijk in een normale arbeidsomgeving integreren.

Doordat de maatschappij verandert wordt er een groot beroep gedaan op zowel onze creativiteit als op aanpassing. Door steeds bereidheid te tonen verschillende standpunten te accepteren, geloven we dat naastenliefde iedere dag zichtbaar wordt.

Onze websites (in Frans)
http://www.fondation-amisdelatelier.org/
http://www.aede.fr/

Vertaling: Eliza ten Kate


Een warm welkom in onze gemeente

Auteurs: Madeleine en Bernard Huck

Een vriendin moedigde mij aan om naar een dienst van de mennonieten gemeente te komen. Ik ben een Afrikaanse vrouw, ken niet veel mensen, en mijn thuissituatie is verre van ideaal. Mijn man heeft geen vast werk en daarom raakt hij soms gestrest. Ik heb vijf kinderen, de jongste is nog een heel klein meisje. Mijn oudste zoon baart mij zorgen.

Onze gemeente voelde veel sympathie voor deze vrouw, en leefde met haar mee. Haar thuissituatie is zwaar, haar man is gewelddadig. Soms ontsnapt ze en brengt ze de nacht door op de vloer van de kerk. 'Hier is het in ieder geval kalm en rustig', vertelt ze. Toen ze op reis ging om haar familie te bezoeken hebben wij voor haar jongste dochter gezorgd. Zij kreeg ook een betaalde baan als conciërge van het gebouw.

Ze is er bijna elke zondagochtend, doet ook mee aan de vrouwenkring. Ze laaft zich aan het Woord van God, wat in haar hart zijn werk doet. Dankzij de genade van God verandert ze stap voor stap.
Nu is haar thuissituatie verbeterd nadat de politie langs is geweest. Haar echtgenoot is eindelijk gekalmeerd.
In de gemeente neemt ze iedereen voor zich in. Als iemand ziek is, maakt ze zich zorgen; ze weet bijbel teksten uit te kiezen die het hart raken, en ze belt op om te vragen hoe het gaat. Momenteel vervult ze de rol van diaken, wat ze perfect uitvoert. Ze zegt dat ik haar 'boezem-zus' ben, en dat is inderdaad hoe het voelt.
Toen op een zondag het avondmaal werd gevierd liep deze zuster op een kennis van mij toe, en gaf haar brood en wijn. Zij was er diep door geraakt. Aan God de glorie!

Dit verhaal zou kunnen suggereren dat het een hele kunst is om iemand welkom te laten voelen, hem of haar te helpen integreren, te ondersteunen en te ontwikkelen. Maar het is eigenlijk heel simpel als je een hart van mededogen hebt. Mededogen tonen is geen medelijden hebben, maar liefdevol zijn. Het is iets vanzelfsprekends, stelt geen vragen. Toch is het Gods kracht die zich verhoogt, mensen bijeenbrengt en gebroken mensen geneest. Hij, de Vader zorgt ervoor dat Zijn kinderen, hoe verschillend ook, in staat zijn elkaar te verwelkomen, te begrijpen, en lief te hebben.

Vertaling: Eliza ten Kate


Opvangcentrum la Prairie

Auteur: Daniel Widmer

In de regio Montbéliard ligt de plaats Sochaux, waar de fabriek van Peugeot staat. Veertig jaar geleden had deze fabriek 40.000 medewerkers, nu zijn het er nog maar 11.000. Er heerst grote werkloosheid in de regio, en veel mensen leven onder moeilijke omstandigheden.

Om te helpen heeft de mennonieten gemeente van Montbéliard, onder leiding van Etienne Klopfenstein, zich om deze mensen bekommerd. In eerste instantie brachten vrijwilligers de nacht door met daklozen in een opvangcentrum van de staat, of hielpen ze het Leger des Heils bij het uitdelen van warme lunches.

Een eigen opvangcentrum
De leden van de gemeente kwamen er al snel achter dat deze hulp niet voldoende was, en werkten een nieuw idee uit: het oprichten van een eigen opvangcentrum voor deze dakloze en meestal ook werkloze mensen. In 1994 kochten ze een verlaten zuivelfabriekdie volledig werd verbouwd door aannemers en vrijwilligers van de gemeente. Het opvangcentrum, nabij de mennonieten gemeente Montbéliard,  is genoemd naar de wijk waarin het staat. Het ging open in 1996, en biedt een tijdelijke verblijfplaats aan 26 mensen in een- of tweepersoons studio's. Het bestuur werd tot zijn dood in 2012,geleid door Etienne Klopfenstein.
Eén betaald personeelslid is permanent aanwezig, een andere werkzaam bij de sociale dienst, helpt de bewoners om een meer permanente verblijfplaats te vinden, wat meestal binnen zes maanden lukt.

Persoonlijk verhaal
Elke doordeweekse dag tussen14:00-17:00 uur, komen vrijwilligers met cake en koffie naar de grote woonkamer van het opvangcentrum. Ze zorgen voor een vriendelijke atmosfeer waarin de bewoners kunnen relaxen en over hun problemen kunnen praten. Lionel, die vroeger in het opvangcentrum woonde en nu lid is van de mennonieten gemeente Montbéliard, vertelde het volgende tijdens zijn doop in 2013:

Ik ging op mijn achttiende uit huis, want ik wilde mijn eigen leven leiden. Ik vond werk, en in het begin leek alles goed te gaan. Helaas ging ik om met foute vrienden, en werd verslaafd aan de drugs. Ik verloor mijn baan en was drie jaar lang werkeloos en dakloos […] Twee mensen die in het opvangcentrum werkten raakten met mij bevriend en gaven mij het evangelie te lezen […] Eén van de wekelijkse bezoekers aan het opvangcentrum las samen met mij de bijbel en leerde mij over God. Toen besefte ik dat er een oplossing was voor mijn doelloze leven. God houdt van mij zoals ik ben. Dat heeft mijn leven volkomen veranderd.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Doelen en concrete voorbeelden

Auteur: Sylvia Shirk

Met het Steunfonds, opgericht in 1977, bieden de Franse mennonieten een helpende hand aan mensen wiens kort- of langdurende noodsituatie bij ons onder de aandacht is gekomen.

Syrië
Het jaar 2013 stond in het teken van een nieuwe actie voor Syrië. In een email in september, bedankte de MCC-vertegenwoordiger (Mennonite Central Committee) voor Libanon de Franse en Zwitserse mennonieten voor hun'geweldige en aanhoudende steun en gebeden voor de Syrische bevolking. De pakketten zijn ontvangen en uitgedeeld door een grote verscheidenheid aan kerken die de zorg voor ontheemde mensen op zich hebben genomen...'.

Sinds het begin van het conflict is er voor €15.000 aan hygiënepakketten (3500) en dekens (200) in twee containers naar Jordanië en Syrië gestuurd. In 2013 deden de Zwitserse mennonieten mee met het vullen van de containers. De donaties waren individuele giften. De kosten van het verschepen van de containers (ongeveer €8.500) werden betaald met de giften ontvangen tijdens een concert gegevendoor een groep jonge artiesten uit de gemeenten. Een gemeente uit het noorden van de Elzas zorgde voor het sorteren, voorbereiden en verschepen van de Franse bijdragen.

Afghanistan
Al vanaf het begin heeft het Steunfonds rond Kerst een project gesteund, met als doel het verlichten van langdurige noden, maar daarmee niet minder acuut. Wij steunen onder andere'Le Pélican' een schoolproject bedoeld voor Hazara vrouwen en kinderen in Afghanistan. Dit project is tien jaar geleden opgericht door mensen uit één van onze gemeenten. In 2003 werd in Kaboel het eerste dagverblijf voor Hazara kinderen geopend. Het project groeide zo snel dat er plaats gemaakt moest worden voor honderd extra vrouwen en kinderen die leerden lezen en naaien. Verder kan er geleerd worden om professioneel brood te bakken, een klein restaurant te runnen of doventolk te worden. In 2007 financierde het Steunfonds de aanschaf van machines voor een bakkerij.

Zeven jaar later (2014) gaande giften naar een centrumin Bamiyan,naar het voorbeeld van dat in Kaboel. In november overleed Jaques, de oprichter van 'Le Pélican'. Maar zijn partner Ariane geeft niet op:

Le Pélican moest op deze hoogvlakte een plekje voor zichzelf vinden waar, behalve een straatarme bevolking, geen school, bedrijf, kliniek, en elektriciteit, of zelfs water te vinden is ... overal hebben ze gebrek aan, dus is het eigenlijk heel makkelijk om hen te helpen!

Vertaling: Eliza ten Kate