Cultuur


Tijd geven

Auteur: Lydia Penner

Doopsgezinden, zoals Nederlanders in het algemeen, zijn erg actief. Zij zijn ervan overtuigd dat zij verantwoordelijkheid moeten nemen voor zichzelf en voor de maatschappij waarin zij leven.

Getuigen
Er is nauwelijks een beroep of vak waar doopsgezinden niet in werkzaam zijn. Op hun werkplaats raken zij in gesprek over hun waarden. Hun kinderen gaan meestal naar openbare scholen, omdat ouders hen liever de eigen vorm van het christelijk geloof leren. Vaak zijn zij de enige in de klas die iets met de kerk heeft. Dit leidt ertoe dat zij wel eens naar kerk en geloof gevraagd worden.

Verjaardagen
Doopsgezinde kinderen zijn bedreven in sport, muziek en toneel, activiteiten die hun persoonlijke ontwikkeling bevorderen. Velen zijn ook actief op de zondagsschool. Daar werken zij om geld in te zamelen voor projecten thuis en in het buitenland. Om bij te dragen aan een organisatie die verjaardagdozen verzorgd voor gezinnen met een beperkt inkomen, maakten kinderen in Den Haag, een stad aan de westkust, taartjes klaar om na de kerkdienst te verkopen. In Nederland is het heel belangrijk om je verjaardag te vieren, wat onder andere voor kinderen inhoudt dat je je klasgenoten trakteert. Met deze dozen kunnen kinderen in arme gezinnen ook hun verjaardag vieren zoals alle anderen.

Fietsen
Doopsgezinden van alle leeftijden zijn gedreven fietsers. Fietsen is immers de snelste en goedkoopste manier om je te verplaatsen in een dichtbevolkt land, het is gezond en het is beter voor het milieu. In Joure, een stadje in Friesland, heeft de jeugd een fietstocht in het spoor van Menno Simons georganiseerd, van zijn geboorteplaats Witmarsum naar Bad Oldesloe waar hij gestorven is. Door middel van sponsors haalden zij geld op voor een voorziening voor gehandicapten in een naburig dorp.

Vrijwilligerswerk
Zoals christenen uit andere kerken, doen doopsgezinde ouders, senioren en alleenstaanden van alle leeftijden veel vrijwilligerswerk, niet alleen in de gemeente zelf, maar ook in de plaats waar zij wonen. Zij werken bijvoorbeeld als gastheren of gastvrouwen in musea; zitten in besturen om culturele activiteiten te ondersteunen; helpen in ziekenhuizen en verpleeghuizen bij de verzorging van bloemen en het brengen van patiënten naar activiteiten; doen iets met mensen die weinig contacten hebben; halen boodschappen en doen verschillende klusjes voor mensen in de buurt die aan huis gebonden zijn; staan familie en buren in nood  bij – wat ook maar. Sommige gemeenten, zoals Zaandam, Surhuisterveen, Rottevalle en Drachten, geven steun en gastvrijheid aan vluchtelingen in het land. 


Roeping en beroep

Auteur: Beate Zipperer

Het dagelijkse leven van een mennonietengezin verschilt niet veel van dat van andere christelijke gezinnen. We leven en werken samen, zoals zoveel gezinnen over de hele wereld. Aan het begin en aan het einde van de dag lezen we uit de bijbel, en we bidden samen om onszelf eraan te herinneren dat we allen afhankelijk zijn van Gods genade. Veel mennonieten in Zuid-Duitsland werken in de landbouw.

Landbouw
Dit is te danken aan Koning Maximilian IV Joseph die in de negentiende eeuw alles op alles zette om mennonieten binnen te halen. Onontgonnen landerijen in Beieren, Baden-Wuerttemberg en de Pfalzwerden door hen in cultuur gebracht. Vanaf die tijd zijn de boerderijen overgegaan van vader op zoon, of van gemeentelid op gemeentelid. Leven op de boerderij betekent leven van de seizoenen, en God en de schepping dienen. Een grote landbouwmachinefabriek in ZuidDuitsland heeft zijn wortels in deze traditie.

Andere beroepen, zelfde doel
Veel mennonietenhebben vandaag de dag een baan in de sociale of de medische sector. Werken in de verpleging of andere takken van de gezondheidszorg is heel gebruikelijk. Men gelooft heilig in het in de praktijk brengen van de bijbelse opdracht doorelkaar te helpen, voor elkaar te zorgen, en elkaar lief te hebben. Natuurlijk boogt de keuze voor een beroep tegenwoordig niet alleen op de traditie van mennonieten, die wordt eveneens ingegeven door de persoonlijke overtuiging dat je hoe dan ook de liefde van Jezus wilt laten zien.

Vertaler: Eliza ten Kate


Werk

Auteur: Svietlana Bobileva

De koloniën van de mennonieten in het Russische Rijk bevonden zich in een gebied waar de opbrengst van de landbouw niet zeker was. Een gebrek aan regen en perioden van extreme droogte gaven de akkers soms een triest aangezicht. Echter, in de goede jaren konden de rogge en de tarwe wel tot je middel groeien. De mennonieten oogstten met zo min mogelijk verlies. Ze bereidden hun gereedschap en machines zorgvuldig voor, en zorgden dat alles gereed was op Mid-zomerdag (24 juni). Op die dag vertrokken de maaiers van de boerderijen met hun wagens volgeladen met hooivorken, harken, voedsel en waternaar het land. Er werden grote stapels van de tarweschoven gemaakt. Voor het werk moest je sterk zijn en een goed uithoudingsvermogen hebben, want de machines gingen non-stop door. Bovendien was er maar eenmaal per dag pauze.

Overnachten op het land
Het oogsten duurde de hele dag. Om geen tijd te verliezen kampeerden de boeren op het veld. 's Avonds gingen enkele wagens terug naar het dorp om water en voedsel voor de volgende dag te halen. Door dit strakke schema konden de boeren de oogst in zes tot acht dagen binnen halen.

Dorsen
Ondertussen bereidden mensen in het dorp het dorsen voor. Zij gebruikten 'garbos' – grote karren. De korte stokken ('langvids'), die de voorwielen van de karren met de achterwielen verbonden, werden vervangen door lange stokken. De arbeiders bevestigden tevens twee anderhalf meter hoge ladders aan beide zijden van de kar. Zo werd de geoogste tarwenaar de plaats gebracht waar dors-stenen door twee, in een cirkel lopende paarden werden getrokken. Het dorsen duurde acht tot tien dagen.

Een dag werken is een jaar eten
Langzaam maar zekerdrongook de technologie tot de mennonieten door. Zij gingen over op dorsmachines, dieze vanwege de hoge kosten huurden voor één of twee dagen. Om het vele werk in een korte tijd te verzetten, huurden de eigenaars van het land tien tot vijftien Oekraïense arbeiders uit nabijgelegen dorpen in. Zij werkten vanaf drie uur in de vroege ochtend tot tien à elf uur in de late avond. Het werk betaalde goed en de mennonieten gaven hun werknemers altijd te eten. Niemand deed moeilijk over deze lange dagen, want iedereen wist dat 'een dag werken een jaar eten' was. De oogsttijd was een zware, maar belangrijke tijd van het jaar. Het gaf de mennonieten hoop voor het volgende jaar, en bracht vreugde in hun leven.

Foto: John A. Lapp, C. Arnold Snyder eds.: Testing Faith and Tradition. Global Mennonite History Series: Europe. (Good Books, PA, 2006).

Vertaling: Eliza ten Kate 


Kerkgebouwen

Auteur: Beate Zipperer

Tegenwoordig is het voor de Oostenrijkse mennonieten gewoon dat zijeen kerkgebouw bezitten. Dat is niet altijd zo geweest.Het is vaak ook heel normaal om hun gebouwmet anderen te delen.

Van grot, via stal naar kerkgebouw
Tijdens vervolgingen kwamen de mennonieten op verschillende plaatsen bijeen:in het open veld,in grotten of onder oude bomen, of in het geheimin de huizen van gemeenteleden. Later vonden de samenkomsten plaats in boerderijen, huizen, herbergen, stallen en pakhuizen.
Sommige gemeenten huren (Augsburg en München) of hebben een gebouw gekocht (Ingolstadt en Regensburg), afhankelijk van de grootte en de wensen van de gemeente.
Van een eigen bouwstijl isbij de mennonieten over het algemeen geen sprake. Verscheidenheid in theologie, liturgie en economische en politieke beperkingen die aan de gemeente werden opgelegd, brengen dit met zich mee. Wel is de soberheid van het interieur iets dat in alle kerkruimten van de mennonieten te vinden is.Het gaat er om dat degemeente zich concentreert op Gods Woord,en datdit tot leven wordt gebracht.

Geen heilige plaatsen
De vertrekken vansamenkomst zijn dan ook geen 'gewijde ruimten’, maar louter functioneel enbedoeld om God en elkaar te kunnen dienen. Gemeenteleden,die getuigen van een levende relatie met God, beïnvloeden mede de atmosfeer van het gebouw.En wat voor dienst het ook is, doopdiensten of de vieringen van het heilig Avondmaal, gewone kerkdiensten, of andere samenkomstendie in de naam van Christus plaatsvinden, de sfeer in de dienst maakt voor ons een ruimte 'heilig'.

Gastvrijheid
In 2013 stelden we ons gebouw beschikbaar voor de leerlingen van een school in de buurt die gerenoveerd werd. Drie weken lang maakten zij daarvan gebruik, en in die tijd ontstonden veel momenten voor dialoog. Gastvrijheid kan een mogelijkheid bieden om Jezus' boodschap van verlossing met anderen te delen.

Vertaler: Eliza ten Kate 


Gebouwen

Auteur: Svietlana Bobileva

De nederzettingen van de mennonieten bestonden uit dichtbij elkaar gebouwde dorpjesmet elkaar verbondendoor een enkele weg.Meestal waren zelangs de oevers van een riviergesitueerd, volgens officieel goedgekeurde plannen. In de loop van de tijd werdende nederzettingen groter, en kregen ze hun eigen infrastructuur: werkplaatsen voor ambachtslieden, fabrieken, winkels, kerken en scholen.

Netjes en goed onderhouden
Centrale as in de dorpen was de verharde hoofdstraat. Er waren greppels om regenwater af te voeren, en betegelde stoepen. De straat zag er netjes en goed onderhouden uit. Alle nederzettingen hadden grote grasvelden en tuinen. In de voortuintjes bloeiden bloemen. De kerk (het gebedshuis) en de school stonden middenin het dorp. De school was vaak een mooi gebouw van twee verdiepingen, met grote ramen, brede trappen en tegelvloeren.

Bouwmateriaal
De huizen waren gebouwd van adobe (blokken gedroogde klei) of baksteen, en soms waren er vakwerkhuizen. De schoorstenen bouwde men in de vloer van de zolder om beter profijt van warme lucht te verkrijgen. In de schoorsteen werd meestal ook een rookplaats gebouwd. De voorgevels van de huizen waren negen meter hoog en van baksteen. Daken hadden punten, en waren bedekt met tegels, metaal of dakspannen. De houten vloeren waren meestal geverfd; de ongeverfde vloeren werden door de huisvrouwen geschrobd en gepoetst. Soms waren de vloeren van aangestampte aarde. Elk huis had een kelder; vierkant of gewelfd.

Indeling van huizen en tuinen
De afmeting van het erf was ongeveer veertigbreed bij 100-120 meterdiep. Tussen de boerenerven stonden hekken die twee keer per jaar “gebleekt” werden. De huizen waren meestal gelijkvloers, negen tot achttien meter breed, en keken uit op de hoofdstraat. Elk huis had twee ingangen. De voordeur keek uit op de binnenplaats, de achterdeur leidde via een gang naar de stal en dan naar een tweede deur, een paar meter verwijderd van de hoofdingang. Rondom de haard in het midden van het huislagen vier kamers. Er werd onderscheid gemaakt tussen gemeenschappelijke ruimten en woon-en kookruimten. Het traditionele meubilair bestond uit uitschuifbedden (‘shlopani’), dressoirs, sofa's, houten banken, garderobekasten en kisten.

Watervoorziening
Op de erven en in de stallenbevonden zich waterputten. Wanneer het grondwater niet goed was, werden er bassins gebouwdvoor regenwater,afgedekt met een houten plaat, of er werd water gedestilleerd. Soms werden ergemeenschappelijke putten gebouwd langs de kant van de weg.

Vertaling: Eliza ten Kate 

Het sculptuurkerkje van Witmarsum

Auteur: Gerke van Hiele

Bij het Menno Simonsmonument (1878) aan It Fliet te Witmarsum is een sculptuurkerkje verrezen (2008). Architect is Joute de Graaf, destijds voorzitter van initiatiefneemster Stichting Doopsgezinde Monumenten in Friesland. Het geeft de contouren aan van 'Minne Siemens oud preeckhuis', de oorspronkelijke Vermaning die in 1879 werd afgebroken. Men heeft er voor gezorgd dat het niet een besloten vermaning is geworden, maar een open ruimte waarin licht, wind en regen vrij spel hebben. Naast bedevaartsplaats is Witmarsum nog meer een open plek van bezinning en bezieling geworden in de weidsheid van het Friese land.

 

Spiritualiteit

Voor velen is dit nieuwe sculptuurkerkje een goede aanzet om na te denken over de betekenis van de doopsgezinde traditie. Het kerkje is onderdeel van een meditatieve route op Menno's geboortegrond langs drie kernmomenten van de traditie. Deze route begint bij de Koepelkerk in Witmarsum, de plek waar Menno ooit in 1536 de deur achter zich dicht trok. Dit moment tekent de doperse beweging als een vernieuwingsbeweging. Vervolgens is het oude schuilkerkje van Pingjum de uiting van een geschiedenis van vervolging en verdeeldheid. Doopsgezinden werden 'stillen in den lande'. Ten slotte herinnert het open en veelkleurig sculptuurkerkje ons aan onze opdracht om op zoek te gaan naar een eigentijdse vormgeving van ons gemeenteleven, waar ter wereld we ook mogen wonen.

 

Verleden, heden en toekomst

Vroeger kwamen buitenlandse toeristen op deze plek vol verwachting aan, maar gingen zij enigszins teleurgesteld naar huis. Naast het monument is er nu dit stijlvolle open kerkje dat  wijst op de contouren van deze doperse wijze van kerk en gemeente zijn. Het raamwerk staat er.  Het komt er voor ons op aan om in vertrouwen verder te bouwen aan een authentieke geloofs- en levenspraktijk.

 

Doperse kenmerken

Vanzelfsprekend kun je bij deze doperse contouren allereerst aan de Shared Convictions (MWC 2009) denken, maar ook  aan de diverse structuurelementen van onze traditie zoals doop en avondmaal, discipelschap, zelfstandige gemeenten, vredeswerk etc. Daarnaast zouden we ook kunnen denken aan het  zevental  geloofspraktijken van Augsburger: radicale verbondenheid, koppige trouw, vasthoudende ‘gelatenheid’, doorleefde deemoed, robuuste geweldloosheid, concrete dienstbaarheid, authentiek getuigenis.

 

Bronnen: David Augsburger, Dissident discipleship, A spirituality of self-surrender, love of God and love of neighbor, (Grand Rapids 2006).  F. Stark, E.J. Tillema (red.) Kracht van een minderheid (Zoetermeer 2011). G.J.J. van Hiele, ‘De zevensprong. Over doperse spiritualiteit’ in: Doopsgezinde Bijdragen  34 (2008), 127-152.

 

 


De ‘Pax Boys’ – Onze vredesengelen

Auteur: Isabel Mans

'Wij zagen ze als engelen', zei een vrouw die ze aan het werk had gezien. De vredesengelen die ze bedoelde waren jonge mannen die na de Tweede Wereldoorlog als dienstweigeraar uit de Verenigde Staten naar Duitsland gestuurd waren om te helpen met de wederopbouw. Zij deden vredeswerk via de hulporganisatie Mennonite Central Committee (MCC).

Liefde als levensfilosofie
Roger Hochstetler kwam in 1951 naar Duitsland om zijn solidariteit met de Duitsers te tonen. Ook al had Duitsland de wereld onvoorstelbaar veel leed berokkend, toch voelde Hochstetler zich betrokken bij zijn christelijke broeders en zusters in dat land. De meeste Amerikanen in die tijd haatten de Duitsers, maar Hochstetler zei: ‘Liefde is altijd mijn levensfilosofie geweest, we bouwden huizen om oorlogsslachtoffers te helpen’.
The Pax Boys bouwden nederzettingen voor vluchtelingen met een mennonieten achtergrond uit Pruisen en Rusland, en richtten er nieuwe gemeenten op.

Ambassadeurs in de naam van Christus
De Pax Boys kwamen in 1950 naar Duitsland 'In Christus' naam', wat tevens het motto van de MCC is. Ze wilden 'Ambassadeurs van de vrede' zijn; ze leefden in eenvoudige accommodaties, sloegen een salaris af, en betaalden zelfs 75 dollar per maand om aan het project deel te mogen nemen. Dwight Wiebe schreef:

De betekenis van vrede is een tijd om te herstellen, om te zorgen, om te repareren... Ik kwam in de jaren vijftig in Europa aan, en ontmoette daar dertig jonge Pax Boys, tussen de achttien en de 22 jaar oud, die naar Duitsland waren gekomen om hun christelijke geloof in daden om te zetten. Ze waren er allemaal klaar voor om ambassadeurs van de vrede te zijn.

Zonder aanwijzingen vooraf of professionele hulp groeven ze kelders, legden ze funderingen en bouwden ze huizen met slechts eenvoudig gereedschap. Plaatselijke kranten schreven verbazingwekkende artikelen over de Pax Boys' bereidheid om huizen voor vreemdelingen te bouwen – voor gewezen vijanden.

Tastbare daden van vrede
Acht Pax Boys hadden vijf maanden nodig om een kerkzaal in Krefeld te bouwen. Dit betekende een grote besparing voor de gemeente, zowel qua geld als qua tijd. In de stad Wedel bij Hamburg werden tussen 1954 en 1958 een kerkzaal en elf woningen gebouwd. Aan het eind van de jaren vijftig woonden er 120 mensen. De Pax Boys droegen ook bij aan het jongerenwerk en hielpen om de gemeente in Wedel op te bouwen. In een landschap verwoest door oorlog waren ze een zichtbaar teken van vrede.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Mededogen ontwikkelen

Auteur: Michel Sommer

Vlak na de Tweede Wereldoorlog uitten de Franse mennonieten hun mededogen via het opzetten van diverse maatschappelijke instellingen met behulp van Noord-Amerikaanse geloofsgenoten. Sindsdien gebeurde er weinig op dit gebied, met uitzondering van het opvangcentrum in Montbéliard dat sedert 1996 hulp biedt aan mensen met sociale en economische problemen. Toch is er een gebrek aan initiatieven. Welke factoren spelen hierin een rol?

Gebrek aan initiatieven
Er zijn drie oorzaken aan te wijzen. Allereerst is het tegenwoordiglastigerdan vijftig jaar geledenom maatschappelijke initiatieven te ontplooien die door de overheiderkend worden. En het ontbreekt aan een theologische gedrevenheid die tot zichtbare acties zou kunnen oproepen. Speelden Noord-Amerikaanse mennonieten in het verleden nog een cruciale rol, hun maatschappelijk geëngageerde theologie lijkt door de Franse mennonieten gemeenten op weinig belangstelling meer te kunnen rekenen.
Ten derde lijken de tegenwoordige Franse mennonieten door studie meer in de ‘standaard’ samenleving geïntegreerd te zijn dan in de jaren vijftig van de vorige eeuw, waardoor sommigen moeite hebben zich te identificeren met mensen die buitengesloten worden. De media helpen ook niet echt mee. ‘De media staan ons toe, toe te zien, maar ook te negeren' (Jean-Marc Chappuis).

Maatschappelijke terreinen die hulp behoeven
Er zijn in Frankrijk minstens drie sociale terreinen waar met mededogen op ingespeeld zou kunnen worden. Denk aan buitenlanders en immigranten. Door de opkomst en dominantie van extreemrechtse ideeën zouden christenen hun gelovige positie moeten heroverwegen. Immers, hun boodschap houdt in het verkondigen van liefde aan zowel de naasten, als aan de vijanden. Probleem is echter dat bijvoorbeeld in de Elzas, xenofobische ideeën een vruchtbare grond vinden. Opkomen voor de belangen van buitenlanders en immigranten zou een profetische actie kunnen zijn.

Zo vormen ook zigeuners een gestigmatiseerde groep. Alhoewel iedereen en dus ook de zigeuners zelf verantwoordelijk zijn voor hun ongewenst gedrag, brengt agressie jegens deze groepering en de gewelddadige ontruimingen van hun kampen herinneringen aan de donkere dagen in Europa naar boven. Zou Jezus vandaag in gelijkenissen spreken, dan zou hij de zigeuner misschien wel opvoeren als toonbeeld van mededogen om zijn gehoor tot inkeer te brengen.

Tenslotte de maatschappij: het aantal echtscheidingen neemt toe, individualisme overheerst, en de bevolking vergrijst.  In de laatste decennia is het aantal mensen dat alleen leeft enorm toegenomen. Alleenstaande moeders bezwijken onder de druk van werk en kinderen, maar ook door uitputting. Verdient dit dan geen antwoorden in de vorm van praktische en morele steun?

Of moeten we concluderen dat ‘dopers mededogen’ niet langer bestaat?

Vertaling: Eliza ten Kate 

Getuigen van Gods Koninkrijk

Auteur: Fulco Y. van Hulst

Wat is het eigene van Nederlandse doopsgezinde ethiek – en hoe wordt dat zichtbaar? Het was de geliefde bijbeltekst van de Nederlandse kerkhervormer Menno Simons (1496-1561), leider van de doperse beweging: 1 Kor.3:11 ‘Er is geen ander fundament dan hetgeen gelegd is, namelijk Jezus Christus zelf’.  Nog steeds is Jezus  richtingwijzer voor de ethiek in dopers perspectief.

 

Bergrede

De doopsgezinde ethiek laat zich het best karakteriseren als een ‘Bergrede-ethiek’,  of als een ethiek van de navolging van Jezus. Een leven leiden zoals God dat bedoeld heeft, heeft bij doopsgezinden een centrale plaats. In het bijzonder zijn dat de aanwijzingen van Jezus in de Bergrede en zijn onderwijs in de gelijkenissen. De woorden van Jezus vestigen de aandacht op de liefde van God, en de zorg voor de kwetsbare naaste. De liefde voor de vijand als teken van overwinning op het kwaad en het geweld wordt ervaren als een richtlijn ‘hoe goed te leven’. De vredesethiek in het bijzonder is een belangrijk onderscheidend element van de Nederlandse doopsgezinde ethiek. Een goed voorbeeld van de wijze waarop doopsgezinden in het recente verleden die vredesethiek in praktijk brachten, is de actieve ondersteuning van gewetensbezwaarden die op grond van hun overtuigingen militaire dienst weigerden.

 

In de wereld

Het Nederlandse doperdom heeft zich voor een groot deel ontwikkeld in een verstedelijkte omgeving in wisselwerking met de sociaal-culturele bovenlaag van de samenleving. Die wisselwerking met de omringende cultuur is veel sterker geweest dan bijvoorbeeld elders in Europa waar doopsgezinden in een zelfgekozen isolement en vaak ook in een situatie van vervolging leefden. Nederlandse doopsgezinden hebben op deze manier de boodschap van rechtvaardigheid en vrede altijd actief en veelal op praktische wijze uitgedragen in de samenleving

 

Samenvattend kunnen we stellen dat de nadruk in de Nederlandse situatie ligt op de sociale ethiek: de gemeente als voorbode van Gods Koninkrijk van rechtvaardigheid en vrede. Enerzijds proberen gemeenten verantwoordelijkheid te nemen in en voor de samenleving bijvoorbeeld door diaconale projecten, of door zich actief te profileren als vredesgemeente. Anderzijds positioneert de gemeente zich steeds weer als een tegenover: zij probeert de wereld een spiegel voor te houden door de realiteit van Gods Koninkrijk zichtbaar te maken door actief te getuigen in woord en daad van Gods vrede.

 

 


Tolerantie en vrijheid van godsdienst

Auteurs:Fernando Enns, Joel Driedger

In Duitsland hebben religieuze groeperingen de vrijheid om hun geloof uit te oefenen zonder toezicht van de staat, zolang ze de grondwet niet schenden. Dit betekent dat de mennonieten hun geloof kunnen beoefenen zonder beperkingen, en hun kerkdiensten kunnen bijwonen zonder angst voor onderdrukking door de staat. Dat is echter niet altijd zo geweest.

Mennonieten vervolgd
De wederdopers van vijfhonderd jaar geleden hadden zware kritiek op de heersende kerk en  haar nauwe samenwerking met de politieke machthebbers. Zijweigerden om aan oorlogen deel te nemen of geloften af te leggen. Een andere uiting van hun overtuiging was de volwassenendoop, opdat de gemeente alleen uit overtuigde christenen bestond. Tegenstanders van dit doperse gedachtengoed zagen deze ideeën als een groot gevaar voor de stabiliteit van de samenleving, en daarom werden de dopers hevig vervolgd.

In de loop der eeuwen nam de tegenstand af. Mennonieten werden niet langer vervolgd in alle delen van het Duitse Rijk, maar ze waren wel verplicht hun kerkdiensten te houden in particuliere huizen. Ze genoten niet helemaal dezelfde vrijheden als anderen. Ze vestigden zich daarom in de gebieden waar ze getolereerd werden, ook al moesten zij zich onderwerpen aan de strenge beperkingen van de politieke bestuurders.

Gelijke rechten voor iedereen
Hun eigen pijnlijke ervaringen in het verleden waren een cruciale reden voor de vroege dopers om op te roepen tot religieuze tolerantie en vrijheid van godsdienst. Deze liberale filosofie is tot op heden een integraal onderdeel gebleven van het karakter van de gemeenten in Noord-Duitsland. Een bekende mennoniet die in de politiek pleitte voor deze waarden was Herman vonBeckerath (1801-1870). Hij werd verkozen in het parlement van de eerste Duitse nationale vergadering in1848 in Frankfurt, en was kort werkzaam als minister van financiën.

Hij bepleitte gelijke rechten voor de mennonieten ten opzichtevan de rechten van andere burgers. In ruil daarvoor vroeg hij zijn geloofsgenoten wel om de dienstplicht te accepteren. Hij was kennelijk bereid om het principe van geweldloosheid en dienstweigering op te offeren ten gunste van een volledig burgerschap en vrijheid van godsdienst.

Vrijheid zonder geweld
Na de Tweede Wereldoorlog heeft het even geduurd voordat de mennonieten in Noord-Duitsland terugkeerden naar het standpunt van geweldloosheid. In 2009 nam de Vereniging van Duitse Mennonieten Gemeenten de 'Declaration on Just Peace'  aan. De gewetens- en godsdienstvrijheid die de doperse beweging vroeger opeiste, is een persoonlijke vrijheid geworden. In het openbaar maken de mennonieten zich sterk om deze tolerantie naar alle godsdiensten en overtuigingen te bevorderen.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Mennonieten – traditioneel modern met standvastige waarden?

Auteur: Beate Zipperer

In Beieren zijn de meeste mensen Rooms-katholiek, en ‘mennoniet zijn’ wordt gezien als iets exotisch. Wanneer kinderen naar school gaan en ook aan de bijbellessen meedoen, worden de ouders uitgedaagd dit aan anderen uit te leggen. Wat zijn, bijvoorbeeld, hun normen en waarden?

Familie?
We horen wel eens: ‘Zijn mennonieten een “gezinskerk”’? Louter omdat zij gevormd worden binnen het gezins- en familieleven.Of is er ook ruimte voor de verandering van de structuur van de gemeente? Wat is essentieel? In onze ogen worden normen en waarden ontleend aan de woorden van Jezus Christus, maar ook aan de ideeën van de vroege Reformatie. Kort samengevat gaat het hierom:

SolaScriptura – de bijbel is de enige basis van ons geloof (Galaten 2:6-9);
Solus Christus – alleen Jezus Christus heeft autoriteit over de gelovigen (Efeziers 5:23-24);
Sola Gratia – alleen door genade kan de mensheid gered worden (Romeinen 1:17);
SolaFide – alleen door geloof kan de mensheid gerechtvaardigd worden (Galaten 2:16).

Richtlijnen
Maar gemeenten bestaan ook uit mensen die blijven zoekennaar Gods beloften, waarbij zij zich laten inspireren door de heilige Geest. Daarom hebben vele kerken richtlijnen voorgeloof en leven, die telkens weer kunnen worden aangepast of uitgebreid. Samenvattend zijn de richtlijnen van onze plaatselijke gemeente:

Leef het geloof: Centraal staat voor ons de God van de bijbel.Het is de bedoeling dat wij in dienst van Hem leven. Zo zien wij de missie van alle christenen en kerken.

Leef het geloof: Keer je om naar je medemens. Jezus Christus laat ons Gods liefde zien, en hoe God wil dat we leven. Voor ons is niets belangrijker dan hem navolgen.

Leef het geloof: Ervaar hoe God in ons leven werkt, en maak daar ruimte voor vrij. De bijbel, zoals wij die onder de leiding van de heilige Geest begrijpen, is de richtlijn voor ons leven en wat we daarin uitdragen. God tot ons laten spreken via de bijbel, daarvoor is telkens nieuweontvankelijkheid nodig.

Leef het geloof: Met elkaar vormen we de gemeente, en daar nemen we verantwoordelijkheid voor. Passend bij onze talenten en mogelijkheden doen we mee aan het gemeenteleven, en zijn we onderdeel van de getuigenis van Jezus Christus.

Vertaler: Eliza ten Kate