Belangrijke gebeurtenissen


Mennonieten nederzettingen in Polen

Auteur: MichałTargowski

De mennonieten die in het midden van de zestiende eeuw naar Polen emigreerden waren meestal boeren. Hun bekwaamheid in het bewerken van moerassig land zorgde ervoor dat ze zich in het dunbevolkte gebied van de Vistula-delta mochten vestigen.

Voor het platteland kiezen
Alhoewel er kleine gemeenschappen van mennonieten ambachtslieden waren in Elbląg (Elbing) en in de buitenwijken van Gdansk, kozen de meeste van hen ervoor om op het platteland te gaan wonen. De eerste nederzettingen waren in de delta en de vallei van de benedenloop van de Vistula. Slechts enkele boeren leefden aan de Baltische kust of in de moerassen van de rivier de Noteć. In de vroege zeventiende eeuw stichtten Nederlanders ook een kolonie op één van de eilandjes in de rivier dat nu binnen de grenzen van Warschau ligt. Pas na de oorlogen van de late achttiende eeuw konden de nieuwe generaties van in Polen geboren mennonieten verder het land intrekken en nieuwe gebieden stroomopwaarts aan de Vistula en haar zijrivieren koloniseren.

De gebieden waar ze zich vestigden waren bewerkelijk, met grote kans op overstromingen, waardoor de mennonietendorpjes een unieke vorm en karakter kregen. Houten huisjes met telkens dezelfde afstand ertussen, aan een dijk of op een stukje droog land in de buurt van de moerassen. Het land was verdeeld in regelmatige, lange percelen, haaks op de dijk of de weg, en begrensd door sloten. Dit noemt men ‘lint-bebouwing’. Een dergelijke dorps-structuur, die op meerdere plaatsen in Polen nog gevonden wordt, is één van de erfenissen van deze immigranten.

Hechte gemeenschappen
Mennonieten in Polen verenigden zich in groepen, die samenwerking tussen kleine gemeenschappen mogelijk maakten. De groepen organiseerden kerkdiensten die bezocht werden door de inwoners van verscheidene dorpjes. Alles werd in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de boerderijen niet geconfisqueerd werden door rooms-katholieken of lutheranen. Dit leidde tot bijzonder hechte gemeenschappen die hun identiteit en geloof lange tijd behielden, in ieder geval tot de tijd van de verduitsing in de negentiende en 20e eeuw, en soms zelfs tot hun gedwongen vertrek uit Polen in 1945. Voorbeelden van deze eeuwenoude mennonieten nederzettingen zijn dorpjes in Zulawy en de Delta van de Neder Vistula:  WielkaNieszawka (Nessau), Sosnówka (Schonsee), Przechówko (Wintersdorf), Mątawy (Montau), Grupa (Gruppe), Bratwin, Jezioro (Thiensdorf), Kazuń (DeutschKazun) andWymyśle. Hier, evenals in vele andere plaatsen, kan men nog steeds sporen van de geschiedenis van de mennonieten vinden: het vlakke landschap, de architectuur van de houten gebouwen en de stille begraafplaatsen.

Vertaler: Eliza  ten Kate 


Nederzettingen

Auteur: Svietlana Bobileva

De hardwerkende reputatie van de Poolse mennonieten was voor de Russische tsarina Catharina de Grote reden om hen voor de ontginning van nieuwe gebieden uit te nodigen. Ze kregen land en geld om te emigreren en zich in haar rijk te vestigen. Ze hoefden niet in militaire dienst en kregen burger- en zelfbestuursrecht.

Nederzettingenin Ekaterinoslav, Alexandrovsk en Molochansk
De eerste 228 mennonietenfamilies uit Pruisen kwamen aan in de provincie Ekaterinoslav. Daar stichtten ze acht nederzettingen: Chortytza, Einlage, Rosenthal, Kronsweide, Neuendorf, Shoenhorst, Neuenburg en InselChortitza. De volgende Novomoskovsk en Alexandrovsk. In 1804  vestigden zich 150 families in de provincie Tavria, waar zij hun dorpen bouwden aan de oostelijke oever van de rivier de Molotschna. In 1804-1806 vestigden zich nog eens 365 nieuwe families in dit gebied. Tijdens de eerste decennia van de negentiende eeuw stichtten de mennonieten 27 nederzettingen in Molotschna: Halbstadt, Tiegenhagen, Schoenau, Fischau, Lindenau, Lichtenau, Muensterberg, Altonau, Tiege, Orlovo, Blumenort, Muntau-Ladekop, Mariental, Rudnerweide, Franzthal, Pastva, Grossweide en Blumstein.

In 1835 vestigden zichin de omgeving van Alexandrovsknog eens 145 familiesin vijf extra nederzettingen. In 1852 werden zij verenigd met het derde mennonietendistrict te Marioepol. Toen in de jaren tussen 1836 en 1866 de ‘Doukhobors’, een Russische afscheidingsbeweging, naar de Kaukasus vertrok, namen vertegenwoordigers van de uit Pruisen afkomstige Oud-Vlaamse gemeente Gnadenfeld,dit verlaten land over. Daar stichtten zij de GnadenfeldMennonieten nederzettingin het district Molochansk.

Samara en Volhynia
Mennonieten uit Danzig, Marienburg en Elbing vestigden zich vanaf 1850 in de provincie Samara. In 1874 waren dital zestien koloniën. Enkele van deze bevonden zich in de provincie Kiev (het dorp Mikahlin) en in Volhynia (Karlsweide, een nederzetting van Zwitserse mennonieten). Rond 1870 woondener in totaal 2300  mennonietenfamilies uit Danzig en Pruisen in Rusland.

Nieuwe migratie door problemen met de landerijen
Door ontwikkelingen in de economie en groei van de bevolking ontstond er onder de mennonieten gebrek aan bouwland. Gelukkig konden de mennonieten na 1861 land van de adel kopen, waarmee ze nieuwe nederzettingen oprichtten. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in totaal 104.000 mennonieten in het Russische Rijk. Het merendeel woonde in de provincies Ekaterinoslav, Tavria en Samara. De grootste nederzettingen in de provincie Ekaterinoslavwaren: Chortytza (1800 mensen), Rosenthal (1226), Neuendorf (1121), Osterwick (3100), Einlage (1258) enin de provincie Tavria:Halbstadt(915) en Waldheim (946).

Foto: Wally Kroeker, An Introduction to Russian Mennonites: A story of flights and resettlements to homelands in the Ukraine, the Chaco, the North American Midwest, Germany and beyond. (Good Books, PA, 2005).

Vertaling: Eliza ten Kate 


De schuilplaats van Menno Simons

Auteur: Hans-JürgenGoertz

Aan de noordkant van het dorpje Bad Oldesloe in Duitsland, onder een majestueuze lindeboom, bevindt zich een witgekalkt huisje met een rieten dak, de ‘Menno Kate’. De Kate is een herinnering aan de laatste jaren van Menno Simons (1496-1561), die de mennonieten hun naam gaf. Nadat Menno in 1544 uit de stad Wismar verbannen was, vond hij onderdak op het landgoed Fresenburgnabij Wüstenfelde, waar hij in alle rust aan zijn publicaties kon werken. Hier schreef hij brieven aan gemeenten en besprak hij controversiële onderwerpen zoals kerkelijke tucht met andere kerkelijke leiders.

De geheime boekdrukkerij
Menno Simons woonde op het landgoed samen met een groep dopers die toestemming hadden gekregen om zich daar te vestigen. Het dorpje Wüstenfelde werd later tijdens de Dertigjarige Oorlog verwoest. Het is niet zeker of de ‘Menno Kate’ van nu deze oorlog heeft overleefd of op precies dezelfde plek weer is opgebouwd. Men denkt dat Menno hier woonde in de periode van het drukken. In de lente van 1554 en in de zomer van 1556 kreeg hij toestemming om de drukkerij te gebruiken. Ondanks het algemene verbod op het drukken van doperse literatuur, weten we dat vier van zijn boeken, waaronder zijn beroemde Fundamentenboek in deze tijd zijn uitgegeven. Nadat de drukkerij voorgoed gesloten was bleef Menno wonen in Wüstenfelde. Hij overleed op 13 januari 1561, en is naar verluidt begraven in een koolveld, vijf kilometer verwijderd van de Menno Kate.

Van schuilplaats naar museum
Sinds 1902 staan er ter nagedachtenis aan Menno Simons,een gedenksteen en een bronzen plaquettebij de ‘Menno Kate’. Het huisje staat op de monumentenlijst. Het wordt gehuurd door de Vereniging van Duitse Mennonieten Gemeenten en wordt onderhouden door de Duitse ‘doopsgezinde’ Historische Kring. In de jaren zestig van de vorige eeuw is het gerestaureerd en ingericht als klein museum, waar boeken, kaarten en afbeeldingen uit de rijke geschiedenis van de mennonieten tentoongesteld worden. In 1986 werd het verder gerenoveerd, en sinds 1999 is het open voor bezoekers.

Symbool van verzoening
De bejaarde lindeboom die volgens sommigen door Menno zelf is geplant, wordt de Menno-Linde genoemd. Een aantal jaar geleden werden twee beuken, één vlakbij het huisje en één in Wittenberg, geplant door mennonieten. Beide bomen bevestigen de recente verzoening tussen de lutherse kerken en de mennonieten.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Zulawy – een nieuw begin

Auteur: Łukasz Kępski

Zulawy – het vruchtbare groene land rond de monding van de rivier de Vistula, met zijn unieke traditionele architectuur en ongelofelijk complexe afwateringssysteem, was een thuis voor vele generaties mennonieten vanaf de zestiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw.

Tolerantie
De eerste mennonieten vestigden zich in Zulawy in het midden van de zestiende eeuw. Dit gebied, ook wel Werder genoemd, maakte deel uit van Pruisen, één van de provincies geregeerd door Poolse koningen. In voorgaande eeuwen was Polen al tolerant geweest naar Joden, Rooms-katholieken en orthodoxe christenen die in het koninkrijk woonden. De eerste helft van de zestiende eeuw was een tijd van godsdienstige conflicten in West-Europa. De Reformatie behaalde een vreedzame overwinning in de grote Poolse steden, vooral in de rijke havensteden zoals Gdansk (Danzig) en Elblag (Elbing), die door druk bevaren handelsroutes met Nederland in verbinding stonden. De Nederlandse mennonieten hoopten door via Gdansk naar Polen te emigreren, hun eigen identiteit te kunnen behouden.

Bekwame boeren
De plaatselijke kooplui en ambachtslieden waren niet blij met de komst van de mennonieten in Gdansk, bang als ze waren voor concurrentie. De Nederlandse bekwaamheid in het bebouwen van moerasland leidde er echter toe, dat de bestuurders van de drassige Vistula regio, de mennonieten uitnodigden om zich in de onontgonnen gebieden van Zulawy te vestigen. Deze legden een netwerk van nederzettingen, kanalen en dijken aan, zodat de landbouw in de regio zich effectief kon ontwikkelen.
De nieuwkomers kregen een speciale status met lange-termijn pachtcontracten die hun godsdienstvrijheid en zelfbestuur garandeerden en hun zeden en gewoonten beschermden. Vanaf 1549 groeide de doperse bevolking in alle delen van Zulawy enorm. In het gebied tussen Gdansk, Elblag en Malbork (Marienburg) vestigden ze zich in reeds bestaande dorpjes en stichtten nieuwe.

Nog een migratie
Het vredige bestaan van de mennonieten in Zulawy werd wreed verstoord door de noordelijke oorlogen in het midden van de zeventiende eeuw, en door de inlijving van het gebied bij Pruisen in 1772. De beperking van hun vrijheid en de toenemende druk om toch het leger in te moeten gaan, leidde tot een volgende migratie – naar de steppes van Oekraïne. Daar vernoemden zij hun nieuwe nederzettingen naar de dorpjes die ze in Zulawy achter hadden gelaten, en vonden zo een nieuw thuis. Degenen die op de oevers van de Vistula waren blijven wonen moesten tijdens de Tweede Wereldoorlog Polen alsnog verlaten. Ze lieten een prachtig landschap achter, evenals een culturele erfenis die gegroeid was tijdens de vierhonderd jaar dat mennonieten in het gebied gewoond hadden.

Vertaler: Eliza ten Kate



‘Foyer Grebel’

Auteur: Neil Blough

Jaarlijks komen tienduizenden Franssprekende Afrikanen aan Franse universiteiten studerenin het kielzog van de koloniale geschiedenis van Frankrijk. Daarom werd in 1977 als voortzetting van de samenwerking tussen Franse en Noord-Amerikaanse mennonieten in Parijs, een ontvangstcentrum voor Afrikaanse studenten de 'Foyer Grebel' geopend in de wijk Saint Maurice. Later raakten ook Nederlandse en Zwitserse doopsgezinden bij het project betrokken, wat het een belangwekkend voorbeeld van zendingssamenwerking maakte.

Bruggen slaan
Foyer Grebel bood tijdelijk onderdak en hulp met alles wat nodig is om goed te kunnen studeren. De medewerkers kregen snel een goede kijk op de sociale en financiële moeilijkheden van de studenten. Hoe konden deze opgelost worden? Hoe kon ook het wantrouwen tussen noord en zuid overwonnen worden? De Foyer werd een ontmoetingsplaats waar iedereen van elkaar kon leren. De zondagavonden boden al snel een gelegenheid om samen te eten en van elkaars cultuur te leren. Door dit samenzijn werden nieuwe relaties en interculturele connecties gelegd. Men leerde met elkaar meeleven en gerechtigheid te beoefenen door middel van discussiëren, of problemen oplossen, maar ook door elkaars kookkunsten te ontdekken. Voor velen was dit de eerste keer in hun leven dat ze werkelijk omgingen met 'de ander': zwart, wit, Europees, Afrikaans.

De barmhartige
Vele Afrikaanse studenten waren christen, maar voelden zich niet altijd welkom in de kerken van Parijs. Soms boden de zondagavonden gelegenheid tot bijbelstudie, zingen en bidden. Andere gebruiken leidden soms tot verwarring, maar waren altijd leerzaam. Uit deze avonden werd een multiculturele gemeente geboren, die hunkerde naar nieuwe verhoudingen tussen mensen van verschillende afkomst.

Het evangelie roept mensen op tot medeleven: 'Gezegend zijn de barmhartigen'. In dit geval bleek, dat degenen die 'medeleven wilden tonen' juist veel leerden van diegenen die 'geholpen' moesten worden. Foyer Grebel hielp de mennonieten om de wereld van de buitenlander in Parijs te ontdekken. Het hielp de mensen die er werkten meer te leren over cultuurverschillen en de koloniale geschiedenis, en de erfenis daarvan. Het gaf ook een mogelijkheid om kennis te maken met het christendom zoals zich dat buiten Europa ontwikkelde.

Multiculturele erfenis
Later werd Maisons-Alfort, een groter opvangcentrum geopend in een stad vlakbij Parijs. Toen stadsvernieuwing het einde van dit project betekende was er een tijdelijk onderkomen beschikbaar tot 1998. Maar de Foyer Grebel leidde deze Christelijke Gemeenschap, tot dit de mennonieten gemeente van Villeneuve leComte werd.
‘Foyer Grebel’ verhuisde toen naar Maisons-Alforten in het gebouw in Saint Maurice werd het Mennonieten Centrum Parijs gevestigd. De multiculturele erfenis van Foyer Grebel leeft nog steeds voort, het is een constante oproep tot medeleven en gerechtigheid tussen mensen.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Samen Kerst vieren

Auteur: Peter Hege

De afgelopen jaren heeft de mennonieten gemeente van Straatsburg deelgenomen aan 'Vivre Noël Ensemble'. Met dit evenement kunnen we ons geloof omzetten in actie en onze naaste dienen, onze visie op Kerst vernieuwen en samen met anderen actief zijn in onze stad.

Samenzijn
Elk jaar kiezen vijftien tot twintig leden van onze gemeente ervoor om de avond van 24 december door te brengen met ongeveer evenveel mensen die aan de rand van de samenleving leven en de Kerst eenzaam doorbrengen. Sommigen schetsen het als een ander soort Kerst dat meer om de naaste gaat, en verrijkt wordt door de spontane bijdragen van onze gasten. Anderen genieten van de diepgang van de gesprekken die ze met onze gasten hebben, zelfs als er een taalbarrière is. Sommige contacten blijven bestaan en veranderen zelfs in vriendschappen. Veel mensen zeggen dat dit soort gelegenheden ons de kans biedt om bewust te worden van de nood en armoede die we nauwelijks zien, maar er wel degelijk is. Niemand ziet het als een verloren avond.

Voor de gemeente is het een prachtig project waarbij elk lid zijn plekje vindt, zoals stellen en alleenstaanden, kinderen, ouders en bejaarden. We moedigen elk lid aan om mee te doen en we merken dat als mensen eenmaal deelgenomen hebben, ze dan een volgend jaar ook weer van de partij zijn.

Oecumenisch
'Vivre Noël Ensemble' is ooit opgericht door een christelijke solidariteitsinstelling. Tegenwoordig is het een organisatie waar verschillende christelijke en niet-christelijke verenigingen en een aantal kerken bij betrokken zijn. Met behulp van het stadsbestuur van Straatsburg helpen ze ongeveer driehonderd mensen aan de rand van de samenleving om Kerst op een waardige wijze te vieren.

Elke vereniging speelt gastheer in zijn eigen gebouw, en op eigen wijze. 'Vivre Noël Ensemble' zorgt voor het eten, het cadeau voor elke gast en het vervoer van de gasten naar de verschillende gebouwen, zodat de verenigingen zich helemaal op het gastheerschap kunnen focussen. De organisatie regelt ook een gezellige bijeenkomst in het centrum van Straatsburg onder de grote kerstboom, waar het begin van het feest gevierd wordt met warme dranken, versnaperingen en muziek. Hier vindt de eerste ontmoeting plaats tussen gast en gastheer voordat de groep zich opsplitst en iedereen naar zijn verenigingsgebouw gebracht wordt.

Als kleine gemeente in onze grote stad zijn wij heel blij dat we een plekje hebben gekregen in dit project, dat gestart is door christenen en in de loop der tijd met anderen gedeeld is. We geloven dat we met dit project God oprecht dienen.

Vertaling: Eliza ten Kate


Kernmomenten in de geschiedenis van de Poolse mennonieten

Auteur: MichałTargowski

Vanaf hun hoopvolle aankomst in de zestiende eeuw tot hun trieste vertrek in 1945,maakten mennonieten een belangrijk deel uit van de Poolse geschiedenis. In Polen woonde ooit de grootste groep mennonieten ter wereld.

Welkom, én gevreesd
Rond 1550 vestigden de eerste mennonieten zich in Polen. Hun migratie van Nederland naar de vallei en de delta van de rivier de Vistula riep uiteenlopende reacties op bij de plaatselijke bevolking. Ze werden gezien als een bedreiging voor zowel de Rooms-katholieke kerk als de andere protestante kerken, maar ook als gevaarlijke concurrenten voor banen in de steden. Tegelijkertijd waren ze van harte welkom vanwege hun bekwaamheid in het bebouwen van moerasland. Van tijd tot tijd probeerden bisschoppen en edelen de mennonieten weg te krijgen, maar ze bleven in Polen, gesteund door koningen, landheren en bestuurders van landgoederen.

Polen stond in die tijd bekend om zijn bij de wet vastgelegde religieuze tolerantie. De Poolse mennonieten werd geloofsvrijheid en bescherming tegen vervolging beloofd. Dit kon hen helaas niet vrijwaren van de gevolgen van de noordelijke oorlogen die in de zeventiende en achttiende eeuw in het gebied woedden. Geweld van rondzwervende troepen en epidemieën maakten in de mennonieten nederzettingen veel slachtoffers.

Verloren vrijheid
Meer dan twee eeuwen lang was het Pools-Litouwse Gemenebest een plaats waar de mennonieten volgens hun geloof en tradities konden leven. Dit veranderde volledig in 1772 en 1793, toen Polen opgedeeld werd en het gebied waarin de mennonieten leefden ingelijfd werd bij Pruisen. De nieuwe vorst legde nieuwe voorschriften aan de mennonieten op. Ze moesten van nu af aan elk jaar een enorme geldsom betalen om gevrijwaard te blijven van militaire dienst, en mochten alleen nog maar boerderijen kopen die al in eigendom van mennonieten waren. Dit zorgde voor een nieuwe migratiegolf naar het Oosten. Sommige families vestigden zich in Plock en Warschau, maar de meeste gaven gehoor aan de uitnodiging van de Russische keizerin Catharina II om steppen te komen koloniseren. De families die in Pruisen achterbleven identificeerden zich meer en meer met de Duitsers, en in 1870 verloren ze hun strijd om vrijwaring van militaire dienst. Ondertussen bracht een nieuwe migratiegolf veel mennonieten van Pruisen naar Noord- en Zuid-Amerika.

Na de Tweede Wereldoorlog  werden de mennonieten beschouwd als Duitsers. Daarom werden ze medeverantwoordelijk gehouden voor de wandaden in de Tweede Wereldoorlog. Begin 1945 werden ze gedwongen het land te verlaten. De meesten vluchtten naar Duitsland en de Verenigde Staten. Zo kwam er een dramatisch en pijnlijk einde aan meer dan vierhonderdjaar mennonieten in Polen.

Vertaler: Eliza  ten Kate


Doopsgezinden in Pruisen, Polen en Rusland

Auteur: Peter Klassen

Toen de doperse beweging in de zestiende eeuw opkwam, leidde haar principesvan volwassenendoop en vredestheologie al snel tot ernstige vervolging. Gelukkig kon Polen, waar goede boeren en ervaren handelaren altijd welkom waren, een toevluchtsoord bieden. Op die manier ontstond er een aantal mennonieten gemeenschappen, vooral in de Vistula (Weichsel) delta, een regio die opvallend tolerant was in een tijdperk gekenmerkt door religieuze onverdraagzaamheid. De mennonieten boeren legden een netwerk van kanalen en dijkenaan waardoor de landerijen werden beschermd. Hun bedrevenheid in deze droogleggingstechnieken zorgde ervoor dat de opbrengsten van het land toenamen.Andere mennonieten, slimme handelaren, vestigden zich aan de rand van Gdansk (Danzig) en in steden in de Vistula delta.

Ketters of ware gelovigen?
Het is geen verrassing dat deze non-conformisten af en toe beschuldigd werden van ketterij.Zo werd bijvoorbeeld in Gdansk tijdens een enorm spektakel, aan de mennonieten gevraagddeze beschuldigingen officieel te weerleggen. En in 1678 moesten zij zich verantwoorden voor de bisschop van Wloclawek (Leslau) over diverse theologische onderwerpen. Toen het verhoor voorbij was, was de gemeente vrij van verdenking. Aldus het verslag van Georg Hansen, voorganger van de Vlaamse gemeente in Gdansk.
In dezelfde jaren sprak een aantal religieuze machthebbers in Polen zich uit tegen de vestiging van mennonieten. Maar de Poolse regering bleef opvallend tolerant.

Demennonieten brachten vele vaardighedennaar de Vistula delta. Vooral het vermogen om overstromingen te controleren door het bouwen van strategisch geplaatste dijken,stelde hen in een positief daglicht. De landheer van NowyDwór (Tiegenhof) nodigde hen dan ook uit om in zijn gebied te komen wonen.Al snel ontstonden er zo meerdere nederzettingen in deVistula Delta. De gunstige reputatie van mennonieten boeren zorgde ervoor dat ze op steeds meer plekken welkom waren.

Doperse principes blijven belangrijk
Er ontstonden problemen toen de Vistula Delta onder Pruisisch bestuur kwam. De nieuwe heersers hadden weinig sympathie voor de pacifistische ideeën van de mennonieten. De verplichting om in het leger te dienen zorgde voor nieuwe discussies in de gemeenschap. Sommige oudstenin West-Pruisen spoorden de gemeenten aan om hun pacifistische standpunt los te laten. Langzamerhand ontstond er een verdeeldheid binnen de gemeenten. En tegen het einde van de achttiende eeuw verhuisdenmennonieten families naar Rusland, waar Catharina II hen vrijheid van geloofverleende. Enige tijd later emigreerde een andere groep naar Amerika. De mennonieten die nog wel bleven,in de zich steeds verder uitbreidende Duitse staat, lieten hun pacifistische standpunt op den duur meestal varen. Later, na de nederlaag van Duitsland in 1945, vluchtten veelvan hen naar West-Duitsland.Slechts een klein aantal keerde naar hun ‘oude thuis’terug.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Afsterven van een gemeente blaast nieuw leven in de Oostenrijkse Mennonieten

Auteur: Martin Podobri

‘Heeft het nog zin om de MFÖ (MennonitischeFreikircheÖsterreich) in stand te houden?’ Deze vraag werd ingegeven door de opheffing van de oude mennonietengemeente in Salzburg op 10 oktober 2010.De Oostenrijkse mennonieten bevonden zich toen op een dieptepunt in hun geschiedenis. Moest danook het instituutMFÖ maar meteen worden opgeheven?

MFÖ-new
In januari 2011 kwamen de vijf oudste mennonietengemeenten van Oostenrijk bijeen om te spreken over deze kwestie en over de problemen waar de gemeentenmee te kampen hadden: interne conflicten, problemen met het vinden van medewerkers, en moeite om oudsten te benoemen. De vraag was nu: Hoe kan de MFÖ helpen om deze problemen het hoofd te bieden? Dit was het begin van een proces dat 'MFÖ-new' ging heten. Men wilde niet opgeven.

In januari 2011 ging het bestuur van de MFÖ aan de slag met de resultaten van de vergadering, en er werden vijf manieren gevonden waarmeehet instituut de gemeenten van dienst kon zijn:

Identiteit creëren
'Wie zijn de mennonieten? Wat geloven ze en waar komen ze vandaan?' De MFÖzou de gemeenten kunnen helpen bij het formuleren van hun eigen identiteit, wat uiteindelijk ook de identiteit van de organisatie als geheel ten goede zou komen.

Steun voor een nieuwe generatie van leiders
De oudere leiders in de gemeenten zijn vaak niet meer in staat om voldoende steun te bieden aan de leiders die na hen komen. De MFÖkan helpen om te blijven focussen op het verkrijgen van nieuwe aanwas.

Leiderschap zoals de bijbel dat bedoelt
Als er problemen zijn omtrent, bijvoorbeeld, het leiderschap in een gemeente, is het goed na te gaan wat het Nieuwe Testament daarover aanreikt. De apostelen zouden de gemeenten kunnen inspireren tot een bijbelse vorm van leiderschap. De MFÖzou hierin ondersteuningkunnen bieden.

De gemeente helpen met groeien
De MFÖ heeft vele contacten in Oostenrijk, maar ook in andere landen met bijvoorbeeld zendingsorganisaties en broederschappen. Dit netwerk is een vat vol goede ideeën die de gemeenten in Oostenrijk zouden kunnen helpen bij de wederopbouw.

Nieuwe kerken stichten
Het is voor één gemeente een te grote klus om een nieuwe gemeente te stichten, maar als alle vijf gemeenten hierin samenwerken moet het mogelijk zijn. Ook hierbij kan de MFÖ (professionele) hulp bieden.

Uiteraard is het verdrietig dat de gemeente in Salzburg werd opgeheven, maar op dit moment, in 2014 zit er weer groei in de andere. En zo heeft de dood ven één tot nieuw leven in de andere geleid.

Vertaler: Eliza ten Kate


Tijdens de Tweede Wereldoorlog  (1941-1945)

Auteur: Svietlana Bobileva

In de jaren dertig van de twintigste eeuw was er in de gehele Sovjet-Unie politieke onderdrukking. Stalin steunde de activiteiten van de staatspolitie, en begon een campagne tegen de ‘Fascisten' oftewel de Duitssprekende bevolking. Zijn regime ontbond bestaande regio’s waardoor ‘legale’ bescherming verviel. In 1939 bedacht hij een plan voor deportatie van de Duitse mennonieten. Arrestaties en mishandeling van geestelijken en docentenhaddeneen grote impact op de houding van de mennonieten ten opzichte van de machthebbers.

Mennonieten en de autoriteiten
In juni 1941 brak de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie uit. Sommige mennonietenjongeren meldden zich vrijwillig aan bij het Rode Leger, anderen wachtten het einde van de gevechten af. Maar het was bijna onmogelijk om neutraal en afzijdig te blijven. Een aantal politici en communistische activisten werd verbannen naar het oosten van de Sovjet-Unie. De wet 'Over de Duitse bevolking in Oekraïne' werd in augustus 1941 aangenomen. Volgens deze wet moesten 'anti-Sovjet elementen' gearresteerd worden en de mannelijke Duitssprekende bevolking tussen de zestien en de zestig jaar werd opgeroepen om 'bataljons te vormen’.
De Duitse mennonieten uit de provincies Kharkov, Dnepropetrovsk, Zaporozhe, Stalin (het tegenwoordige Donetzk), Voroshilovgrad (Lugansk) en de Krim moesten die gebieden verlaten. Het oprukken van de Duitse Wehrmacht had tot gevolg dat er van dieplannen echter niets terecht kwam.

Tussen Bolsjewisme en Nazisme
Vóór de oorlog woonden er ongeveer 163.000 mennonieten en etnische Duitsers in Oekraïne. De Fascisten wilden de bewoners van deze bezette gebieden voor hun eigen doeleinden winnen, en een beroep op de Duitssprekende bevolking doen. Om dit doel te bereiken gaven ze de kerkelijke gemeenten materiële steun en wendden ze zich voor de scholen en het religieuze leven te herstellen. In het begin werkte dit, maar al snel raakten de mennonieten teleurgesteld, omdat de door Stalin opgezette Kolchozen niet ontbonden werden, en de nazi-ideologie op de scholen werd onderwezen in plaats van bolsjewistische ideeën. Bovendien beschouwde de plaatselijke niet-Duitse bevolking de mennonieten als 'Untermenschen'.

Vreemdelingen in eigen land
Toch zijn er veel voorbeelden van goede relaties tussen mennonieten en hun Oekraïense buren, waardoor het de nazi's niet gelukte om onder de plaatselijke bevolking verdeeldheid te zaaien.Echter het psychologische effect op de mennonieten was er niet minder om. Tijdens de bezetting voelden zij zich 'vreemdelingen in hun eigen land'. Uit hun terugkeer naar de Sovjet-Unie mag worden geconstateerd dat ze zich als Duitssprekenden niet verantwoordelijk voelden voor de wandaden van de nazi's.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Herinneringen aan de mennonieten in het Polen van nu

Auteur:  MichałTargowski

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden de mennonieten gedwongen om Polen, ruim vierhonderd jaar hun thuisland, te verlaten. Hun erfenis wordt nu herontdekt door buitenlandse toeristen en een nieuwe generatie Polen.

Waardering
De bezittingen van de mennonieten die uit Polen vertrokken, werden overgenomen door Poolse gezinnen die uit oost-Polen verbannen waren. De houding van de nieuwe inwoners ten opzichte van hun voorgangers was negatief beïnvloed door anti-Duitse gevoelens en de pijnlijke gebeurtenissen in de oorlog. Desalniettemin  was er ook grote waardering voor de mennonieten, vanwege de gebouwen, apparaten en systemen die ze achtergelaten hadden.Die maakten het mogelijk om ook in drassige gebieden gewassen te verbouwen.

Educatieve en culturele uitwisseling
Het gevoel van verbintenis met hun thuisland bleef echter levend onder de vertrokken mennonieten. Vooral in de eerste jaren na de oorlog probeerden zij meer dan eens tevergeefs materiële hulp aan te bieden. Ook tijdens de Koude Oorlog was het onmogelijk voor henom terug te keren. Pas na het voorzichtige herstel van Poolse relaties met het buitenland in 1970, was het voor sommige mennonieten mogelijk om hun vroegere kerken en nederzettingen weer te bezoeken. Dit was tevens het begin van een educatieve en culturele uitwisseling georganiseerd door het Mennonite Central Committee. De ontstane contacten leidden tot een intensief, maar informeel contact. Als resultaat werden vergeten begraafplaatsen gerestaureerd, geschiedkundig onderzoek gedaan, en kon er eindelijk materiële steun worden verleend.

‘MuzeumZuławskie’
In het onafhankelijke Polen van nu is er een toename van belangstelling voor de mennonieten. Overblijfselen van hun bestaan worden erkend als kostbare onderdelen van het erfgoed van de Poolse gebieden. Er zijn tal van organisaties die zich bezighouden met de herinnering aan deze geloofsgroepering door middel van tentoonstellingen, culturele events, restauraties van begraafplaatsen en het herstellenvan gebouwen.

Sinds 1993 wordt de ‘International Mennonite Conference’ georganiseerd door de ‘KlubNowodworski’ in NowyDwórGdański. Deze organisatie heeft het ‘MuzeumZuławskie’ geopend, met daarin een tentoonstelling over het verhaal van de plaatselijke mennonieten. Hun erfenis wordt gepromoot via een officiële toeristenroute (SzlakMennonitów), en door het ‘Doperse Weekend’ in Chrystkowo. In de nabije toekomst wordt het ‘Dutch Colonization Open Air Museum’ geopend nabijToruń, waar men huizen en kunstwerken kan vinden van de mennonieten die langs de Vistula leefden. En in 2007 werd in MińskMazowiecki, nabij Warschau de ‘Agape Mennonite Fellowship’ gesticht, een gemeenschap van christenen die de overtuigingen en tradities van de Poolse mennonieten zijn toegedaan en wil voortzetten.

Vertaler: Eliza ten Kate 


De diversiteit van mennonieten met een Russische achtergrond

Auteur: Hermann Heidebrecht   

Vanaf 1970 zijn er 2,5 miljoen Duitsers, die in Rusland geborenwaren, naar Duitsland geëmigreerd.Velen hadden ‘mennoniet’ opgegeven als hun religieuze identiteit, maar de regio’s waar ze vandaan kwamenkenden al na de Tweede Wereldoorlog geen mennonieten meer. Deze ‘mennonieten’ waren niet gedoopt, en formeel dus geen lidvan wat voor denominatie ook. Niettemin hebben velen uit deze groepering zich later aangesloten bijde meer dan honderd Duitse gemeenten van in Rusland geboren mennonieten. In 2014 schommelde hun aantal tussen de 35.000 en 40.000 leden.

Broederschappen en Verenigingen
In Duitsland vormende mennonieten een bont geheel van broederschappen en verenigingen, overigens niet alle vanuit een mennonieten achtergrond. Bijna alle grote mennonietengemeenten werden lid van de ArbeitsgemeinschaftzurgeistlichenUnterstützung der Mennonitengemeinden (AGUM), maar een deel van de MennonitischeBrüdergemeindenging naar dein Rusland opgerichte Evangelisch Christelijke-Baptisten. Zo sloten ongeveer 25 Brüdergemeinden, inclusief afsplitsingen, zich aan bij de Bruderschaft der Christengemeinden in Deutschland (BCD), terwijl zevenBrüdergemeindenlid van de BundTaufgesinnterGemeinden (BTG) werden. Een grote groep van hen kwam in Frankenthal terecht. Zij vormen de zogenaamde FrankenthalCircle, een onofficiële broederschap, dieover 23 locatiesverspreid is. Eén van deze gemeenten sloot zich aan bij de Bruderschaft der Evangeliums Christen Baptisten, en een aantal andere gemeenten sloot zich nergens bij aan. Ook werden mennonieten lid van andere bestaande verenigingen (AMBD,VMBB, WEBB).

Verklaring van Verzoening
In 2010 werd de 150e verjaardag van de MennonitischeBrüdergemeindengevierd. Dat was het moment om een Verklaring van Verzoeningop te stellen, geïnitieerd door leden van de BundTaufgesinnterGemeinden(BTG), de ArbeitsgemeinschaftMennonitischerBrüdergemeinden in Deutschland (AMBD) en de VereinMennonitenBrüdergemeindevonBayern (VMBB). In deze Verklaringvragen de opstellers om vergiffenis voor een jarenlangein stand gehouden verdeeldheid. Tegelijk uiten zij daarin de wens om in de toekomst samen te werken op basis van broederlijke liefde en wederzijdse waardering. Alhoewel de meerderheid van de Brüdergemeindenzich niet bij de verklaring kon aansluiten, moet toch worden geconstateerd dat de relatie tussen de gemeenschappen al vele jaren broederlijk en zelfs hartelijk te noemen is.

Vertaling: Eliza  ten Kate.