Vertrouwen


Geloof in het Zwitsersdoperse gezin, vroeger en nu


Auteur: Nelly Gerber-Geiser

'FürSpysundTrank, für d’s täglichBrot, mirdanke dir, o Gott‘ (Voor eten, drinken, enons dagelijks brood, dank ik u o God.) De tafel is gedekt. De hele familie is bij elkaar gekomen, klaar voor het eten. Het is zondag, begin november 2013. De maaltijd geeft grootouders de gelegenheid om een belangrijke geloofstraditie aan hun kleinkinderen door te geven. Als gebed wordt een lied gezongen, en alhoewel niet iedereen het kent, luisteren allen vol respect. Een paar van de aanwezigen komen net terug van de kerk, één kleinkind van zondagsschool. Het zaaien van de geloofszaadjes, en goed voor de opkomende plantjes zorgen: … Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen. Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden – Psalm 78:6-7

Voorbereiden voor de zondag.
‘We kunnen niet langer samen thuis de bijbel lezen en een viering houden. Iedereen in dit huis gaat op een andere tijd weg’,  zei een moeder in 1960. ‘Vroeger op de boerderij toen ik nog jong was, zou het niet bij ons zijn opgekomen om de dag te beginnen zonder bij elkaar te komen voor het ochtendgebed. En elke avond kwamen we minstens met zijn twaalven weer bijeen om vader te horen voorlezen uit de familiebijbel, en om te bidden. Het was belangrijk voor onze ouders om hun geloof door te geven, thuis, op school en in de kerk’.

‘Als oudste uit een groot gezin moest ik hard meewerken ter voorbereiding van de zondag. Heel veel schoenen poetsen, zondagse kleren klaarleggen, vloeren schrobben, het erf opruimen, kleine broertjes en zusjes in een tobbe doen in de keuken, en dan eindelijk de zondagse cake bakken. ‘s Zaterdags rook naar zeep, vloerwas, Zopf – een gevlochten brood gebakken voor zondag, cake en soep. We wilden zoveel mogelijk alles klaar hebben voor zondag, zodat we tijd hadden om naar de kerk te gaan en om familie en vrienden uit de kerk te ontmoeten. Bijna elke zondag hadden we gasten die mee aten.

Gastvrijheid
Gastvrijheid was belangrijk op de boerderij van mennonieten, en niet alleen op zondag. Als mensen in nood of koopliedenaan de deur klopten kregen ze een stevige maaltijd, en soms voedsel en onderdak. Deze mensen waren allemaal welkom aan tafel, en werden betrokken bij familieactiviteiten zoals vierstemmig zingen rondom het harmonium.

Vertaling: Eliza ten Kate


Kerkgebouwen

Auteur: Beate Zipperer

Tegenwoordig is het voor de Oostenrijkse mennonieten gewoon dat zijeen kerkgebouw bezitten. Dat is niet altijd zo geweest.Het is vaak ook heel normaal om hun gebouwmet anderen te delen.

Van grot, via stal naar kerkgebouw
Tijdens vervolgingen kwamen de mennonieten op verschillende plaatsen bijeen:in het open veld,in grotten of onder oude bomen, of in het geheimin de huizen van gemeenteleden. Later vonden de samenkomsten plaats in boerderijen, huizen, herbergen, stallen en pakhuizen.
Sommige gemeenten huren (Augsburg en München) of hebben een gebouw gekocht (Ingolstadt en Regensburg), afhankelijk van de grootte en de wensen van de gemeente.
Van een eigen bouwstijl isbij de mennonieten over het algemeen geen sprake. Verscheidenheid in theologie, liturgie en economische en politieke beperkingen die aan de gemeente werden opgelegd, brengen dit met zich mee. Wel is de soberheid van het interieur iets dat in alle kerkruimten van de mennonieten te vinden is.Het gaat er om dat degemeente zich concentreert op Gods Woord,en datdit tot leven wordt gebracht.

Geen heilige plaatsen
De vertrekken vansamenkomst zijn dan ook geen 'gewijde ruimten’, maar louter functioneel enbedoeld om God en elkaar te kunnen dienen. Gemeenteleden,die getuigen van een levende relatie met God, beïnvloeden mede de atmosfeer van het gebouw.En wat voor dienst het ook is, doopdiensten of de vieringen van het heilig Avondmaal, gewone kerkdiensten, of andere samenkomstendie in de naam van Christus plaatsvinden, de sfeer in de dienst maakt voor ons een ruimte 'heilig'.

Gastvrijheid
In 2013 stelden we ons gebouw beschikbaar voor de leerlingen van een school in de buurt die gerenoveerd werd. Drie weken lang maakten zij daarvan gebruik, en in die tijd ontstonden veel momenten voor dialoog. Gastvrijheid kan een mogelijkheid bieden om Jezus' boodschap van verlossing met anderen te delen.

Vertaler: Eliza ten Kate 

Het sculptuurkerkje van Witmarsum

Auteur: Gerke van Hiele

Bij het Menno Simonsmonument (1878) aan It Fliet te Witmarsum is een sculptuurkerkje verrezen (2008). Architect is Joute de Graaf, destijds voorzitter van initiatiefneemster Stichting Doopsgezinde Monumenten in Friesland. Het geeft de contouren aan van 'Minne Siemens oud preeckhuis', de oorspronkelijke Vermaning die in 1879 werd afgebroken. Men heeft er voor gezorgd dat het niet een besloten vermaning is geworden, maar een open ruimte waarin licht, wind en regen vrij spel hebben. Naast bedevaartsplaats is Witmarsum nog meer een open plek van bezinning en bezieling geworden in de weidsheid van het Friese land.

 

Spiritualiteit

Voor velen is dit nieuwe sculptuurkerkje een goede aanzet om na te denken over de betekenis van de doopsgezinde traditie. Het kerkje is onderdeel van een meditatieve route op Menno's geboortegrond langs drie kernmomenten van de traditie. Deze route begint bij de Koepelkerk in Witmarsum, de plek waar Menno ooit in 1536 de deur achter zich dicht trok. Dit moment tekent de doperse beweging als een vernieuwingsbeweging. Vervolgens is het oude schuilkerkje van Pingjum de uiting van een geschiedenis van vervolging en verdeeldheid. Doopsgezinden werden 'stillen in den lande'. Ten slotte herinnert het open en veelkleurig sculptuurkerkje ons aan onze opdracht om op zoek te gaan naar een eigentijdse vormgeving van ons gemeenteleven, waar ter wereld we ook mogen wonen.

 

Verleden, heden en toekomst

Vroeger kwamen buitenlandse toeristen op deze plek vol verwachting aan, maar gingen zij enigszins teleurgesteld naar huis. Naast het monument is er nu dit stijlvolle open kerkje dat  wijst op de contouren van deze doperse wijze van kerk en gemeente zijn. Het raamwerk staat er.  Het komt er voor ons op aan om in vertrouwen verder te bouwen aan een authentieke geloofs- en levenspraktijk.

 

Doperse kenmerken

Vanzelfsprekend kun je bij deze doperse contouren allereerst aan de Shared Convictions (MWC 2009) denken, maar ook  aan de diverse structuurelementen van onze traditie zoals doop en avondmaal, discipelschap, zelfstandige gemeenten, vredeswerk etc. Daarnaast zouden we ook kunnen denken aan het  zevental  geloofspraktijken van Augsburger: radicale verbondenheid, koppige trouw, vasthoudende ‘gelatenheid’, doorleefde deemoed, robuuste geweldloosheid, concrete dienstbaarheid, authentiek getuigenis.

 

Bronnen: David Augsburger, Dissident discipleship, A spirituality of self-surrender, love of God and love of neighbor, (Grand Rapids 2006).  F. Stark, E.J. Tillema (red.) Kracht van een minderheid (Zoetermeer 2011). G.J.J. van Hiele, ‘De zevensprong. Over doperse spiritualiteit’ in: Doopsgezinde Bijdragen  34 (2008), 127-152.

 

 


Nederzettingen

Auteur: Svietlana Bobileva

De hardwerkende reputatie van de Poolse mennonieten was voor de Russische tsarina Catharina de Grote reden om hen voor de ontginning van nieuwe gebieden uit te nodigen. Ze kregen land en geld om te emigreren en zich in haar rijk te vestigen. Ze hoefden niet in militaire dienst en kregen burger- en zelfbestuursrecht.

Nederzettingenin Ekaterinoslav, Alexandrovsk en Molochansk
De eerste 228 mennonietenfamilies uit Pruisen kwamen aan in de provincie Ekaterinoslav. Daar stichtten ze acht nederzettingen: Chortytza, Einlage, Rosenthal, Kronsweide, Neuendorf, Shoenhorst, Neuenburg en InselChortitza. De volgende Novomoskovsk en Alexandrovsk. In 1804  vestigden zich 150 families in de provincie Tavria, waar zij hun dorpen bouwden aan de oostelijke oever van de rivier de Molotschna. In 1804-1806 vestigden zich nog eens 365 nieuwe families in dit gebied. Tijdens de eerste decennia van de negentiende eeuw stichtten de mennonieten 27 nederzettingen in Molotschna: Halbstadt, Tiegenhagen, Schoenau, Fischau, Lindenau, Lichtenau, Muensterberg, Altonau, Tiege, Orlovo, Blumenort, Muntau-Ladekop, Mariental, Rudnerweide, Franzthal, Pastva, Grossweide en Blumstein.

In 1835 vestigden zichin de omgeving van Alexandrovsknog eens 145 familiesin vijf extra nederzettingen. In 1852 werden zij verenigd met het derde mennonietendistrict te Marioepol. Toen in de jaren tussen 1836 en 1866 de ‘Doukhobors’, een Russische afscheidingsbeweging, naar de Kaukasus vertrok, namen vertegenwoordigers van de uit Pruisen afkomstige Oud-Vlaamse gemeente Gnadenfeld,dit verlaten land over. Daar stichtten zij de GnadenfeldMennonieten nederzettingin het district Molochansk.

Samara en Volhynia
Mennonieten uit Danzig, Marienburg en Elbing vestigden zich vanaf 1850 in de provincie Samara. In 1874 waren dital zestien koloniën. Enkele van deze bevonden zich in de provincie Kiev (het dorp Mikahlin) en in Volhynia (Karlsweide, een nederzetting van Zwitserse mennonieten). Rond 1870 woondener in totaal 2300  mennonietenfamilies uit Danzig en Pruisen in Rusland.

Nieuwe migratie door problemen met de landerijen
Door ontwikkelingen in de economie en groei van de bevolking ontstond er onder de mennonieten gebrek aan bouwland. Gelukkig konden de mennonieten na 1861 land van de adel kopen, waarmee ze nieuwe nederzettingen oprichtten. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in totaal 104.000 mennonieten in het Russische Rijk. Het merendeel woonde in de provincies Ekaterinoslav, Tavria en Samara. De grootste nederzettingen in de provincie Ekaterinoslavwaren: Chortytza (1800 mensen), Rosenthal (1226), Neuendorf (1121), Osterwick (3100), Einlage (1258) enin de provincie Tavria:Halbstadt(915) en Waldheim (946).

Foto: Wally Kroeker, An Introduction to Russian Mennonites: A story of flights and resettlements to homelands in the Ukraine, the Chaco, the North American Midwest, Germany and beyond. (Good Books, PA, 2005).

Vertaling: Eliza ten Kate 


Kernmomenten in de geschiedenis van de Poolse mennonieten

Auteur: MichałTargowski

Vanaf hun hoopvolle aankomst in de zestiende eeuw tot hun trieste vertrek in 1945,maakten mennonieten een belangrijk deel uit van de Poolse geschiedenis. In Polen woonde ooit de grootste groep mennonieten ter wereld.

Welkom, én gevreesd
Rond 1550 vestigden de eerste mennonieten zich in Polen. Hun migratie van Nederland naar de vallei en de delta van de rivier de Vistula riep uiteenlopende reacties op bij de plaatselijke bevolking. Ze werden gezien als een bedreiging voor zowel de Rooms-katholieke kerk als de andere protestante kerken, maar ook als gevaarlijke concurrenten voor banen in de steden. Tegelijkertijd waren ze van harte welkom vanwege hun bekwaamheid in het bebouwen van moerasland. Van tijd tot tijd probeerden bisschoppen en edelen de mennonieten weg te krijgen, maar ze bleven in Polen, gesteund door koningen, landheren en bestuurders van landgoederen.

Polen stond in die tijd bekend om zijn bij de wet vastgelegde religieuze tolerantie. De Poolse mennonieten werd geloofsvrijheid en bescherming tegen vervolging beloofd. Dit kon hen helaas niet vrijwaren van de gevolgen van de noordelijke oorlogen die in de zeventiende en achttiende eeuw in het gebied woedden. Geweld van rondzwervende troepen en epidemieën maakten in de mennonieten nederzettingen veel slachtoffers.

Verloren vrijheid
Meer dan twee eeuwen lang was het Pools-Litouwse Gemenebest een plaats waar de mennonieten volgens hun geloof en tradities konden leven. Dit veranderde volledig in 1772 en 1793, toen Polen opgedeeld werd en het gebied waarin de mennonieten leefden ingelijfd werd bij Pruisen. De nieuwe vorst legde nieuwe voorschriften aan de mennonieten op. Ze moesten van nu af aan elk jaar een enorme geldsom betalen om gevrijwaard te blijven van militaire dienst, en mochten alleen nog maar boerderijen kopen die al in eigendom van mennonieten waren. Dit zorgde voor een nieuwe migratiegolf naar het Oosten. Sommige families vestigden zich in Plock en Warschau, maar de meeste gaven gehoor aan de uitnodiging van de Russische keizerin Catharina II om steppen te komen koloniseren. De families die in Pruisen achterbleven identificeerden zich meer en meer met de Duitsers, en in 1870 verloren ze hun strijd om vrijwaring van militaire dienst. Ondertussen bracht een nieuwe migratiegolf veel mennonieten van Pruisen naar Noord- en Zuid-Amerika.

Na de Tweede Wereldoorlog  werden de mennonieten beschouwd als Duitsers. Daarom werden ze medeverantwoordelijk gehouden voor de wandaden in de Tweede Wereldoorlog. Begin 1945 werden ze gedwongen het land te verlaten. De meesten vluchtten naar Duitsland en de Verenigde Staten. Zo kwam er een dramatisch en pijnlijk einde aan meer dan vierhonderdjaar mennonieten in Polen.

Vertaler: Eliza  ten Kate


Afsterven van een gemeente blaast nieuw leven in de Oostenrijkse Mennonieten

Auteur: Martin Podobri

‘Heeft het nog zin om de MFÖ (MennonitischeFreikircheÖsterreich) in stand te houden?’ Deze vraag werd ingegeven door de opheffing van de oude mennonietengemeente in Salzburg op 10 oktober 2010.De Oostenrijkse mennonieten bevonden zich toen op een dieptepunt in hun geschiedenis. Moest danook het instituutMFÖ maar meteen worden opgeheven?

MFÖ-new
In januari 2011 kwamen de vijf oudste mennonietengemeenten van Oostenrijk bijeen om te spreken over deze kwestie en over de problemen waar de gemeentenmee te kampen hadden: interne conflicten, problemen met het vinden van medewerkers, en moeite om oudsten te benoemen. De vraag was nu: Hoe kan de MFÖ helpen om deze problemen het hoofd te bieden? Dit was het begin van een proces dat 'MFÖ-new' ging heten. Men wilde niet opgeven.

In januari 2011 ging het bestuur van de MFÖ aan de slag met de resultaten van de vergadering, en er werden vijf manieren gevonden waarmeehet instituut de gemeenten van dienst kon zijn:

Identiteit creëren
'Wie zijn de mennonieten? Wat geloven ze en waar komen ze vandaan?' De MFÖzou de gemeenten kunnen helpen bij het formuleren van hun eigen identiteit, wat uiteindelijk ook de identiteit van de organisatie als geheel ten goede zou komen.

Steun voor een nieuwe generatie van leiders
De oudere leiders in de gemeenten zijn vaak niet meer in staat om voldoende steun te bieden aan de leiders die na hen komen. De MFÖkan helpen om te blijven focussen op het verkrijgen van nieuwe aanwas.

Leiderschap zoals de bijbel dat bedoelt
Als er problemen zijn omtrent, bijvoorbeeld, het leiderschap in een gemeente, is het goed na te gaan wat het Nieuwe Testament daarover aanreikt. De apostelen zouden de gemeenten kunnen inspireren tot een bijbelse vorm van leiderschap. De MFÖzou hierin ondersteuningkunnen bieden.

De gemeente helpen met groeien
De MFÖ heeft vele contacten in Oostenrijk, maar ook in andere landen met bijvoorbeeld zendingsorganisaties en broederschappen. Dit netwerk is een vat vol goede ideeën die de gemeenten in Oostenrijk zouden kunnen helpen bij de wederopbouw.

Nieuwe kerken stichten
Het is voor één gemeente een te grote klus om een nieuwe gemeente te stichten, maar als alle vijf gemeenten hierin samenwerken moet het mogelijk zijn. Ook hierbij kan de MFÖ (professionele) hulp bieden.

Uiteraard is het verdrietig dat de gemeente in Salzburg werd opgeheven, maar op dit moment, in 2014 zit er weer groei in de andere. En zo heeft de dood ven één tot nieuw leven in de andere geleid.

Vertaler: Eliza ten Kate


De slechtste tijden breken aan

Auteur: Hermann Heidebrecht

De moeilijkste tijd voor de mennonieten in Rusland ving aan na de Revolutie van oktober 1917, toen de bolsjewieken de macht grepen. Dit was het begin van een burgeroorlog die pas vijf jaar later eindigde. De mennonieten hadden het meest te vrezen van de Anarchistische Terroristenbendes van Nestor Machno die regelmatig dorpen aanvielen. In het dorp Eichenfeld, bijvoorbeeld, werden in oktober 1919 in één nacht 77 mannen en vier vrouwen vermoord. Nog meer mensen stierven aan de gevolgen van een tyfusepidemie die de Machnovieten, zoals deze bendeleden genoemd werden, in de dorpen verspreidden. In het dorp Schönhorst stierven 132 van de 350 bewoners en in Chortitza 180 van de 767. Meer dan tien procent van de bevolking liet het leven.

Honger
Na al die jaren van bittere strijd was de door mennonieten opgebouwde economie compleet verwoest. Gewapende belastingofficieren van de Sovjetregering legden beslag op de landbouwproducten, namen het laatste graan van de boeren mee met als gevolg een hongersnood op grote schaal. Na moeilijke onderhandelingen met de bolsjewieken slaagden Amerikaanse en Nederlandse doopsgezinden er evenwel in voedsel en kleding naar hun in nood verkerende broeders en zusters te brengen.

Verbod op migratie
Enkele mennonieten onderzochten de mogelijkheid om naar Noord-Amerika te emigreren. Zij kregen medewerking van Canadese mennonieten die visa regelden ende reis bekostigden.De Canadese staat werd ervan verzekerd dat de nieuwkomers niet tot last zouden zijn. Ongeveer 23.000 mennonieten emigreerden tussen 1923 en 1928 via Duitsland naar Canada. In 1928 werd deze migratiemogelijkheid door de Sovjetregeringstopgezet.

De gevolgen van collectivisatie
In 1929 ging in Rusland de particuliere economie over naar een collectieve economie. Dit leidde opnieuw tot hongersnood, wat tussen 1932 en 1933 tien miljoen mensenlevens kostte. Landerijen en bezittingen werden door de autoriteiten gevorderd, bewoners werden gedwongen hun huizen en dorpen te verlaten en naar andere plaatsen in de Sovjet-Unie te vertrekken, waaronder ook mennonieten. Niemand beschikte meer over land, vee, of machines. Sommigen trokken naar de steden voor werk en voedsel, maar door uitputting en ziekte stierven veel mensen onderweg. Dit luidde het einde in van een tijdperk waarin de ooit gastvrij ontvangen mennonieten leefden en werkten, in door hen opgezette koloniën.

Voor meer over doopsgezinden in Rusland, zie de Global AnabaptistMennonite Encyclopedia Online (www.gameo.org).

Vertaling: Eliza ten Kate 


Van monarchisten naar democraten

Auteur: Nataly Venger

Catharina de Grote nodigde de mennonieten uit om in Rusland te komen wonen. Op haar initiatief koloniseerden de mennonieten nieuw verkregen land. Hoe veranderde de houding van de monarchie ten opzichte van de mennonieten en waarom?

Privileges
Voor het nieuw verkregen land In Zuid Rusland had Catharina mensen nodig die zich wilden vestigen en het land wilden ontginnen. Een en ander ter bevordering van de economie van het keizerrijk. In de Manifesten schreef de keizerin dat de kolonisten extra voorrechten werden beloofd. In 1788 tekende zij 'De MennonitischeVoorrechten'. Dit actieve emigratiebeleid bood de mennonieten een gunstig financieel vooruitzicht. Opvallend is het dat noch het Russische volk noch andere etnische groepen deze voorrechten kregen.

Moraal
Na Catharina, steunden zowel Paulus I (1796–1801),  als Alexander I (1801–1825) als Nicholas I (1825–1855) de mennonieten. Paulus I gaf ze een 'Oorkonde van Privileges' voor hun morele gedrag als voorbeeld voor andere groepen in de samenleving.
Alexander I stelde extraregels voor kolonisatie vast, waarinhij onder meerrijke immigranten voorkeursrecht gaf. Hij gaf de opdracht om alle eerdere wetten samen te voegen in de 'Statuten van de Koloniën'.De vorst betaalde voor het bouwen van kerken in de dorpjes Orloff en Rudnerweide. De nederzetting Alexanderwohl werd naar hem vernoemd, toen hij Steinbach en Tiege bezocht.

Ook Nicholas II (1894–1917) verleende zijn steun aan de 'Privileges'.Zijn ideeënkwamen tot uiting in de slogan: 'Orthodoxie, autocratie en nationaliteit.' Ook al waren de mennonieten protestanten, toch stonden ze achter de idee van de 'vorst als vader'. Hieruit bleek hun toewijding aan de monarchie.

Verandering van status
De modernisering en eenwording onder Alexander II kondigde een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de nederzettingen aan. In 1871-1874 verloren de mennonieten hun status van 'kolonist' en werden ze opgeroepen voor een vervangende militaire dienstplicht. Toch stopten deze hervormingen de ontwikkeling van de koloniën niet, vooral omdat Alexander II geen supporter was van de nationalisten. De mennonieten bleven trouw aan het concept van een 'economisch messianisme' dat hun connectie met de monarchie mogelijk maakte. Een nieuwe nederzetting kreeg de naam van Alexander II.

Van monarchisten naar democraten
Alexander III (1881–1894) en Nicholas II werden beïnvloed door  nationalistische sentimenten. In navolging van de nationalistische ideologie zagen zij de Russische natie en de Orthodoxe kerk als een eenheid, wat henzowel anti-protestants, alsook anti-Duits maakte. Lange tijd hadden de mennonieten de monarchie gesteund, maar door de democratische processen, mededoor de revolutie van 1905-1907 en door het Russische nationalisme op gang gekomen,raakten zij in discussiemet de regering. Dit had tot gevolg dat de mennonieten veranderden van aanhangers van de monarchie in voorstanders van democratie en een parlementair systeem.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Nieuw begin na de Tweede Wereldoorlog

Auteur: Johannes Dyck

Onder de heerschappij van Stalin verloren de mennonieten bijna al hun oudsten, predikanten en kerkgebouwen. De Sovjet-Unie, die in juni 1941 bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, deporteerde alle Duitsers, inclusief de mennonieten, uit het Europese deel van het land naar Siberië en Centraal-Azië. Bovendien werden in het begin van 1942 alle overgebleven en inzetbare mannen gemobiliseerd ten gunste van het ‘Rode Leger van Werkers en Landmannen’.

Gebedsgroepen ten tijde van deportatie
Ook al waren godsdienstoefeningen niet meer toegestaan, toch zochten christenen van allerlei gezindten elkaar op viaclandestiene gebedsdiensten. Vaak meer dood dan levend, begonnen de gedeporteerden tot God te roepen. Eén van deze geheime gebedsgroepen werd in 1942 door de voormalige oudste van de mennonietengemeente in Nikolaifeld, Heinrich Voth, geleid. Godzijdank, leidde dit  tot een nieuwe opbloei van geloof en ontstonden er ook op andere plaatsen vele gebedsgroepen.In 1945 werden de naar Duitsland gevoerde mennonieten naar de Sovjet-Unie teruggehaald. Daar zetten zij hun kerkdiensten voort in de plaatsen waar ze terecht kwamen. Waar mogelijk sloten mennonieten zich aan bij Russische Baptistengemeenten die hun diensten tijdens de oorlog hadden kunnen voortzetten.

Na Stalin
Na de dood van de dictator in 1953 versoepelde het politieke beleid enigszins. In 1956 werden alle Duitsers bevrijd vanhun ballingschap. De onderdrukking was minder zwaar, en in veel dorpjes werden mensen die zich in de voorgaande jaren bekeerd hadden, gedoopt, wat een gewaagde stap was. Dit leidde tot het opzetten van kleine geloofsgemeenschappen in de voormalige verbanningsoorden. Duitse ex-bannelingen, inclusief mennonieten, reisden af naar het zuiden, vooral naar Kazachstan en Kyrgyzstan. Daar stichtten ze óf nieuwe gemeenten, óf sloten ze zich aan bij bestaande Russische Baptistengemeenten. Deze gemeenten stemden in veel opzichten overeen met de Mennonitische Brüdergemeinden.

Geweldloosheid verworpen
Vanaf 1958 echter,ving een nieuwe golf van vervolgingen aan. De mennonieten werden beschouwd als een sekte die vanwege hun geweldloze positie reactionair van aard en tegen de overheid zouden zijn. Hun gemeenten werden van de lijst van officieel toegestane denominaties gehaald, waardoor hun erkenning verdween. In 1966 veranderde deze situatie; mennonieten gemeenten en Mennonitische Brüdergemeindenwerden eindelijk wettelijk erkend.

Bron: And When They Shall Ask. A Docu-Drama of the Russian Mennonite Experience (1984/2010) dvd. www.mennonitemediasociety.com

Vertaling: Eliza  ten Kate


Giften

Auteur: BeaterZipperer

Mennonieten gemeenten kunnen voortbestaan dankzij financiële giften. In de gemeente Ingolstadt, bijvoorbeeld, betalen de leden elke maand een vrijwillige bijdrage. Velen laten zich hierbij leiden door het bijbelse concept van de 'tienden'.

Bronnen van inkomsten
Een andere,zij het kleine bron van inkomsten,is de verhuur van ruimten. Voor een klein bedrag kan een particulier of instelling zijn bijeenkomsten of vieringenin het kerkgebouworganiseren.De onderhoudskosten voorhet gebouw, de kosten voor reparaties, de verwarming enonvoorziene zaken, maar ook de kosten voor eigen concerten en de jaarlijkse kinderweek, komen allevoort uit de contributie van de gemeenteleden.

Collecten
Elke week wordt er voor de koren, speciale gelegenheden, en voor de landelijke instellingeneen collecte gehoudentijdens de kerkdienst. In Zuid Duitsland zijn dat bijvoorbeeld: de JUWE (voor kinder- en jeugdwerk) en de VdM (Verband deutscherMennonitengemeinden). Maar we zamelen ook geld in voor nationale Duitse organisaties zoals de AMG (ArbeitsgemeinschaftdeutscherMennonitengemeinden); DMFK  (DeutschesMennonitischesFriedenskomitee); DMMK (DeutschesMennonitischesMissionskomitee); CD (ChristlicheDienste) en wereldwijd voor de MWC (Mennonite World Conference).

Doordat we op verantwoorde wijze met de contributies, giften, en het jaarlijkse financiële verslag omgaan, kunnen we onafhankelijk van de overheid blijven. Zo kunnen we autonoom, zelfbesturend en in alle vrijheid het koninkrijk van God dienen.

Vertaler: Eliza ten Kate 

‘… Vrij in ’t Christelijk geloven…’        

Auteur: Alfred R. van Wijk

Doopsgezinden kennen de doop voor volwassenen op grond van een zelf opgestelde belijdenis. Hun geloofsopvoeding beslaat daardoor een lange periode. Deze richt zich zowel op peuters als op jong volwassenen die zich op hun doop willen voorbereiden.

 

Geen vaste geloofsleer

Tegenwoordig wordt in vele gemeenten aan  peuters op zondagmorgen een thematische viering aangeboden met een eigen ritueel, waarbij kwaliteitsprentenboeken inhoud aan het thema geven. Deze vieringen zijn gebaseerd op de door Corien van Ark ontwikkelde methode Kom in de kring. Om aanstaande dopelingen voor te bereiden op hun doop zijn er catechesebijeenkomsten die veelal gebruik maken van Aangeraakt door de Eeuwige, een methode die onder redactie van Gerke van Hiele werd geschreven. Hierin gaat het niet om het overdragen van een omschreven geloofsleer. Voor elke bijeenkomst worden in een kadertekst bijbelgedeelten, liederen, aandachtpunten voor gesprek, vormen voor creatieve verwerking en samenvattende vragen gegeven om samen mee aan de slag te gaan. Hiernaast is het voor achttienplussers mogelijk een korte cursus te volgen die jongvolwassenen voorbereiden om als lekenprediker in kerkdiensten voor te kunnen gaan.

 

Persoonlijk beleefd geloof

Zowel Kom in de kring als Aangeraakt door de Eeuwige richten zich op de vorming van een persoonlijk beleefd geloof. Hiertoe was al vanaf de naoorlogse jaren door vooral vrouwelijke geloofsopvoeders materiaal aangedragen in de vorm van een opzet voor zondagschoolwerk, kinderboeken met sleutel- en spiegelverhalen en een handleiding voor ouders.  

 

Van kennisoverdracht naar geloofsvorming

Teruggeblikt op de historische ontwikkeling van de doperse geloofsopvoeding is deze geloofsvorming geleidelijk in de plaats gekomen van kennisoverdracht. Eerst tegen het eind van de zeventiende eeuw werd op verzoek van de ouders de geloofsopvoeding vanwege de gemeente verzorgd. Voorheen zag men deze als de taak van de ouders. In het lesmateriaal ontwikkelde zich naast de nadruk op de deugdzaamheid en kennis van de bijbel een uit het hoofd te leren geloofsleer. De verlossing van de mens, de christologie, de doop en het avondmaal kregen een steeds groter plaats. In de achttiende eeuw kreeg de gematigde Verlichting steeds meer invloed op de geloofsopvoeding. De dopers hadden hierbij een voorhoedepositie doordat zij in hun lesboekjes het verband tussen de natuurwetenschappen en het kennen van God opnamen. In de eeuw daarop zou onder invloed van de academische bijbel-kritiek het modernisme opkomen, die ook de catechese in vrijzinnig vaarwater stuurde. Deze vrijzinnigheid, die persoonlijke geloofsbeleving en een individuele geloofsinhoud bevorderde, geeft tot op de dag van vandaag in de geloofsopvoeding de toon aan.
                                                                                             

Bron: Gerke van Hiele (red.), Aangeraakt door de Eeuwige. Geloofsboek ten behoeve van doopsgezinde gemeenten (Zoetermeer 2001)