Veerkracht


Gebouwen

Auteur: Svietlana Bobileva

De nederzettingen van de mennonieten bestonden uit dichtbij elkaar gebouwde dorpjesmet elkaar verbondendoor een enkele weg.Meestal waren zelangs de oevers van een riviergesitueerd, volgens officieel goedgekeurde plannen. In de loop van de tijd werdende nederzettingen groter, en kregen ze hun eigen infrastructuur: werkplaatsen voor ambachtslieden, fabrieken, winkels, kerken en scholen.

Netjes en goed onderhouden
Centrale as in de dorpen was de verharde hoofdstraat. Er waren greppels om regenwater af te voeren, en betegelde stoepen. De straat zag er netjes en goed onderhouden uit. Alle nederzettingen hadden grote grasvelden en tuinen. In de voortuintjes bloeiden bloemen. De kerk (het gebedshuis) en de school stonden middenin het dorp. De school was vaak een mooi gebouw van twee verdiepingen, met grote ramen, brede trappen en tegelvloeren.

Bouwmateriaal
De huizen waren gebouwd van adobe (blokken gedroogde klei) of baksteen, en soms waren er vakwerkhuizen. De schoorstenen bouwde men in de vloer van de zolder om beter profijt van warme lucht te verkrijgen. In de schoorsteen werd meestal ook een rookplaats gebouwd. De voorgevels van de huizen waren negen meter hoog en van baksteen. Daken hadden punten, en waren bedekt met tegels, metaal of dakspannen. De houten vloeren waren meestal geverfd; de ongeverfde vloeren werden door de huisvrouwen geschrobd en gepoetst. Soms waren de vloeren van aangestampte aarde. Elk huis had een kelder; vierkant of gewelfd.

Indeling van huizen en tuinen
De afmeting van het erf was ongeveer veertigbreed bij 100-120 meterdiep. Tussen de boerenerven stonden hekken die twee keer per jaar “gebleekt” werden. De huizen waren meestal gelijkvloers, negen tot achttien meter breed, en keken uit op de hoofdstraat. Elk huis had twee ingangen. De voordeur keek uit op de binnenplaats, de achterdeur leidde via een gang naar de stal en dan naar een tweede deur, een paar meter verwijderd van de hoofdingang. Rondom de haard in het midden van het huislagen vier kamers. Er werd onderscheid gemaakt tussen gemeenschappelijke ruimten en woon-en kookruimten. Het traditionele meubilair bestond uit uitschuifbedden (‘shlopani’), dressoirs, sofa's, houten banken, garderobekasten en kisten.

Watervoorziening
Op de erven en in de stallenbevonden zich waterputten. Wanneer het grondwater niet goed was, werden er bassins gebouwdvoor regenwater,afgedekt met een houten plaat, of er werd water gedestilleerd. Soms werden ergemeenschappelijke putten gebouwd langs de kant van de weg.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Doperse reis door Zwitserland

Auteur: Hanspeter Jecker

Toeristen denken bij Zwitserland meestal aan de Matterhorn, chocolade, horloges en banken. Maar dit land heeft meer te bieden. Onze doperse reis begint in Bazel waar Erasmus in 1516 zijn Griekse Nieuwe Testament publiceerde. Deze editie werd de bron voor Luthers en Zwingli's vertaling van de bijbel dat de impuls gaf voor de  Reformatie.

Zürich
Zürich werd het centrum van de transformatie van kerk en samenleving. De invloed van theoloog Ulrich Zwingli begon hier in 1519. De discussies gingen al snel over hoe ver de hervormingen moesten gaan en hoe snel, en onder wiens leiderschap ze plaats moesten vinden. Na 1523 werd Zwingli steeds meer bekritiseerd door zijn achterban. In 1525 braken zij definitief met hem door het uitvoeren van de volwassenendoop. Als straf hiervoor werd in 1527 de eerste doperse martelaarFelix Mantz verdronken in de Limmat rivier.

'Doperse’ grot
De vervolging kwam razendsnel op gang en wederdopers trokken zich terug buiten de stad. Samenkomsten werden belegd op verlaten plaatsen, zoals in de ‘Doperse Grot’ nabij Hinwil. In het begin waren de wederdopers niets meer dan een smeltkroes van in de Reformatie teleurgestelde mensen. Het was voor hen essentieel om een snelle beslissing te nemen over de weg die moest worden ingeslagen. Met dit doel kwamen in 1527 doperse leiders bijeen in Schleitheim. Hier werden de ‘SchweizerBrüder’ het eens over de principes van geweldloosheid en het vrijwillige lidmaatschap van de gemeente. In het kleine ‘Ortsmuseum’ van Schleitheim is van deze ‘Schleitheimer Artikelen’ nog een afschrift te vinden.
In het kanton Bern kregen de wederdopers snel voet aan de grond. Ook in Emmental en in de regio Oberaargau en in Thun waren grote aantallen dopers te vinden. Veel plaatsen dragen nog steeds zichtbare sporen van de onderdrukking die de dopers moesten doorstaan.Zo bijvoorbeeld een doperse schuilplaats in Hüttengraben in Trub met een museum, en de gevangeniscellen in Kasteel Trachselwald.

De Jura, van vluchtplaats tot ‘thuis’
Tijdens deze eerste vervolgingen, waren de hogergelegen boerderijen van de Jura zeer geschikt als tijdelijke schuilplaats. In de Jura vindt men ook nog een  indrukwekkende grot waar dopers samenkwamen, het ‘Geisskirchli’  (geitenkerkje).Uiteindelijk werd de Jura een thuis voor steeds meer dopers, en rondom 1900 werden er talrijke ontmoetingshuizen gebouwd, denk aan Les Bulles, Moron en Jeangui, waar nu ook het historisch Archief met permanente tentoonstelling is ondergebracht. Als we weer terugreizen naar Bazel worden we herinnerd aan de eerste Mennonite World Conference, die hier in 1925 plaatsvond, en aan het vroege begin van de EuropäischeMennonitischeBibelschulehier opgericht in1950 en nu gevonden kan worden op de Bienenberg nabij Liestal.

Vertaling: Eliza ten Kate


Mennonieten nederzettingen in Polen

Auteur: MichałTargowski

De mennonieten die in het midden van de zestiende eeuw naar Polen emigreerden waren meestal boeren. Hun bekwaamheid in het bewerken van moerassig land zorgde ervoor dat ze zich in het dunbevolkte gebied van de Vistula-delta mochten vestigen.

Voor het platteland kiezen
Alhoewel er kleine gemeenschappen van mennonieten ambachtslieden waren in Elbląg (Elbing) en in de buitenwijken van Gdansk, kozen de meeste van hen ervoor om op het platteland te gaan wonen. De eerste nederzettingen waren in de delta en de vallei van de benedenloop van de Vistula. Slechts enkele boeren leefden aan de Baltische kust of in de moerassen van de rivier de Noteć. In de vroege zeventiende eeuw stichtten Nederlanders ook een kolonie op één van de eilandjes in de rivier dat nu binnen de grenzen van Warschau ligt. Pas na de oorlogen van de late achttiende eeuw konden de nieuwe generaties van in Polen geboren mennonieten verder het land intrekken en nieuwe gebieden stroomopwaarts aan de Vistula en haar zijrivieren koloniseren.

De gebieden waar ze zich vestigden waren bewerkelijk, met grote kans op overstromingen, waardoor de mennonietendorpjes een unieke vorm en karakter kregen. Houten huisjes met telkens dezelfde afstand ertussen, aan een dijk of op een stukje droog land in de buurt van de moerassen. Het land was verdeeld in regelmatige, lange percelen, haaks op de dijk of de weg, en begrensd door sloten. Dit noemt men ‘lint-bebouwing’. Een dergelijke dorps-structuur, die op meerdere plaatsen in Polen nog gevonden wordt, is één van de erfenissen van deze immigranten.

Hechte gemeenschappen
Mennonieten in Polen verenigden zich in groepen, die samenwerking tussen kleine gemeenschappen mogelijk maakten. De groepen organiseerden kerkdiensten die bezocht werden door de inwoners van verscheidene dorpjes. Alles werd in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de boerderijen niet geconfisqueerd werden door rooms-katholieken of lutheranen. Dit leidde tot bijzonder hechte gemeenschappen die hun identiteit en geloof lange tijd behielden, in ieder geval tot de tijd van de verduitsing in de negentiende en 20e eeuw, en soms zelfs tot hun gedwongen vertrek uit Polen in 1945. Voorbeelden van deze eeuwenoude mennonieten nederzettingen zijn dorpjes in Zulawy en de Delta van de Neder Vistula:  WielkaNieszawka (Nessau), Sosnówka (Schonsee), Przechówko (Wintersdorf), Mątawy (Montau), Grupa (Gruppe), Bratwin, Jezioro (Thiensdorf), Kazuń (DeutschKazun) andWymyśle. Hier, evenals in vele andere plaatsen, kan men nog steeds sporen van de geschiedenis van de mennonieten vinden: het vlakke landschap, de architectuur van de houten gebouwen en de stille begraafplaatsen.

Vertaler: Eliza  ten Kate 


Doopsgezinden in Pruisen, Polen en Rusland

Auteur: Peter Klassen

Toen de doperse beweging in de zestiende eeuw opkwam, leidde haar principesvan volwassenendoop en vredestheologie al snel tot ernstige vervolging. Gelukkig kon Polen, waar goede boeren en ervaren handelaren altijd welkom waren, een toevluchtsoord bieden. Op die manier ontstond er een aantal mennonieten gemeenschappen, vooral in de Vistula (Weichsel) delta, een regio die opvallend tolerant was in een tijdperk gekenmerkt door religieuze onverdraagzaamheid. De mennonieten boeren legden een netwerk van kanalen en dijkenaan waardoor de landerijen werden beschermd. Hun bedrevenheid in deze droogleggingstechnieken zorgde ervoor dat de opbrengsten van het land toenamen.Andere mennonieten, slimme handelaren, vestigden zich aan de rand van Gdansk (Danzig) en in steden in de Vistula delta.

Ketters of ware gelovigen?
Het is geen verrassing dat deze non-conformisten af en toe beschuldigd werden van ketterij.Zo werd bijvoorbeeld in Gdansk tijdens een enorm spektakel, aan de mennonieten gevraagddeze beschuldigingen officieel te weerleggen. En in 1678 moesten zij zich verantwoorden voor de bisschop van Wloclawek (Leslau) over diverse theologische onderwerpen. Toen het verhoor voorbij was, was de gemeente vrij van verdenking. Aldus het verslag van Georg Hansen, voorganger van de Vlaamse gemeente in Gdansk.
In dezelfde jaren sprak een aantal religieuze machthebbers in Polen zich uit tegen de vestiging van mennonieten. Maar de Poolse regering bleef opvallend tolerant.

Demennonieten brachten vele vaardighedennaar de Vistula delta. Vooral het vermogen om overstromingen te controleren door het bouwen van strategisch geplaatste dijken,stelde hen in een positief daglicht. De landheer van NowyDwór (Tiegenhof) nodigde hen dan ook uit om in zijn gebied te komen wonen.Al snel ontstonden er zo meerdere nederzettingen in deVistula Delta. De gunstige reputatie van mennonieten boeren zorgde ervoor dat ze op steeds meer plekken welkom waren.

Doperse principes blijven belangrijk
Er ontstonden problemen toen de Vistula Delta onder Pruisisch bestuur kwam. De nieuwe heersers hadden weinig sympathie voor de pacifistische ideeën van de mennonieten. De verplichting om in het leger te dienen zorgde voor nieuwe discussies in de gemeenschap. Sommige oudstenin West-Pruisen spoorden de gemeenten aan om hun pacifistische standpunt los te laten. Langzamerhand ontstond er een verdeeldheid binnen de gemeenten. En tegen het einde van de achttiende eeuw verhuisdenmennonieten families naar Rusland, waar Catharina II hen vrijheid van geloofverleende. Enige tijd later emigreerde een andere groep naar Amerika. De mennonieten die nog wel bleven,in de zich steeds verder uitbreidende Duitse staat, lieten hun pacifistische standpunt op den duur meestal varen. Later, na de nederlaag van Duitsland in 1945, vluchtten veelvan hen naar West-Duitsland.Slechts een klein aantal keerde naar hun ‘oude thuis’terug.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Tijdens de Tweede Wereldoorlog  (1941-1945)

Auteur: Svietlana Bobileva

In de jaren dertig van de twintigste eeuw was er in de gehele Sovjet-Unie politieke onderdrukking. Stalin steunde de activiteiten van de staatspolitie, en begon een campagne tegen de ‘Fascisten' oftewel de Duitssprekende bevolking. Zijn regime ontbond bestaande regio’s waardoor ‘legale’ bescherming verviel. In 1939 bedacht hij een plan voor deportatie van de Duitse mennonieten. Arrestaties en mishandeling van geestelijken en docentenhaddeneen grote impact op de houding van de mennonieten ten opzichte van de machthebbers.

Mennonieten en de autoriteiten
In juni 1941 brak de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie uit. Sommige mennonietenjongeren meldden zich vrijwillig aan bij het Rode Leger, anderen wachtten het einde van de gevechten af. Maar het was bijna onmogelijk om neutraal en afzijdig te blijven. Een aantal politici en communistische activisten werd verbannen naar het oosten van de Sovjet-Unie. De wet 'Over de Duitse bevolking in Oekraïne' werd in augustus 1941 aangenomen. Volgens deze wet moesten 'anti-Sovjet elementen' gearresteerd worden en de mannelijke Duitssprekende bevolking tussen de zestien en de zestig jaar werd opgeroepen om 'bataljons te vormen’.
De Duitse mennonieten uit de provincies Kharkov, Dnepropetrovsk, Zaporozhe, Stalin (het tegenwoordige Donetzk), Voroshilovgrad (Lugansk) en de Krim moesten die gebieden verlaten. Het oprukken van de Duitse Wehrmacht had tot gevolg dat er van dieplannen echter niets terecht kwam.

Tussen Bolsjewisme en Nazisme
Vóór de oorlog woonden er ongeveer 163.000 mennonieten en etnische Duitsers in Oekraïne. De Fascisten wilden de bewoners van deze bezette gebieden voor hun eigen doeleinden winnen, en een beroep op de Duitssprekende bevolking doen. Om dit doel te bereiken gaven ze de kerkelijke gemeenten materiële steun en wendden ze zich voor de scholen en het religieuze leven te herstellen. In het begin werkte dit, maar al snel raakten de mennonieten teleurgesteld, omdat de door Stalin opgezette Kolchozen niet ontbonden werden, en de nazi-ideologie op de scholen werd onderwezen in plaats van bolsjewistische ideeën. Bovendien beschouwde de plaatselijke niet-Duitse bevolking de mennonieten als 'Untermenschen'.

Vreemdelingen in eigen land
Toch zijn er veel voorbeelden van goede relaties tussen mennonieten en hun Oekraïense buren, waardoor het de nazi's niet gelukte om onder de plaatselijke bevolking verdeeldheid te zaaien.Echter het psychologische effect op de mennonieten was er niet minder om. Tijdens de bezetting voelden zij zich 'vreemdelingen in hun eigen land'. Uit hun terugkeer naar de Sovjet-Unie mag worden geconstateerd dat ze zich als Duitssprekenden niet verantwoordelijk voelden voor de wandaden van de nazi's.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Succesvolle ondernemers

Auteur: Nataly Venger

De mennonieten in Rusland waren niet alleen succesvolle boeren, maar ook talentvolle ondernemers. In de provincie Ekaterinoslavbezaten zij toonaangevendeproductiebedrijvenvoor landbouwmachines. ‘Lepp en Wallman’ was op dat terrein een firma met naam. De fabriek was in1850 gesticht door Peter Lepp, grondleggervan een dynastie van ondernemers.Onder leiding van kleinzoon Johann Lepp, die de firma in 1879 erfde en tot 1919 exploiteerde, werd de fabriek tot zijn hoogtepunt gebracht.

De Lepp-Wallmann Dynastie
In 1880 werd de rijke boer Andreas Wallmann vennoot van Lepp. De firma ging daarna verder onder de naam 'Lepp en Wallmann'. In 1903 werd de firma een Naamloze Vennootschap. Aandeelhouders waren de elf vertegenwoordigers van de Lepp-Wallmann dynastie. Zij leidden de drie fabrieken in de provincie Ekaterinoslav. Rond 1903 werd de waarde van de firma geschat op 1,15 miljoen roebel. Dit groeide uit tot 2,4 miljoen roebel(1903-1913).

Succes en erkenning
Eerst produceerde de fabriek eenvoudige landbouwwerktuigen om te maaien, wannen en oogsten. In 1847 bracht het de eerste 'Lepp'sBooker' uit. Rond 1880 werd het sortiment uitgebreid met machines die een belangrijke rol speelden in de industrialisatie: stoommachines, ketels, oliepersen en gereedschap voor zaagmolens. Tussen 1860 en 1912 deed de fabriek mee aan landbouwtentoonstellingen en won 33 medailles en diploma's. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de firma gedwongen om ook wapens te produceren. Voor de (pacifistische) mennonieten was dit de enige manier om in die moeilijke tijd hun eigendom te kunnen behouden.

Het belang van mennonieten fabrieken
Lepp-Wallmann leverde een enorme bijdrage aan de ontwikkeling van de landbouwmachines in het Russische Rijk. Beroemde ondernemers zoals A. Koop en C. Hildebrandtverkregen hun eerste baan in de fabriek van P. Lepp.In 1900 produceerden de mennonieten in de provincie Ekaterinoslav meer dan 58 procent van de landbouwwerktuigen in Rusland. In de provincie Taurida was een derde van de machinefabrieken in hun handen. In 1911 was twintig procent van de landbouwwerktuigen in Novo-Russia eigendom van mennonieten. Deze cijfers zijn een indicatie van het succesvolle ondernemerschap van deze etnische en religieuze groepering.

De mennonieten maakten in die tijd gebruik van de meest recente technologieën, ze waren succesvol in het concurreren met buitenlandse firma's, en ze konden de consument goedkope werktuigen van hoge kwaliteit bieden. Zo droegen zij ook bij aan de economische vooruitgang en de modernisering van Oekraïne.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Vertrouwen op de heilige Geest

Auteur: Beate Zipperer

In Zuid Duitsland zijn zowel charismatische als piëtistische mennonietengemeenten. De gebruiken ín, en de structuur ván een kerkdienst variëren daardoor nogal. Een algemeen verbindend element is dat alle gemeenten vertrouwen op de inspiratie van de heilige Geest.

Kerkdienst
Samen bidden en muziek maken staan centraal. Maar zowel de geestelijke sfeer als de vorm van de kerkdiensten, de soorten gebeden en de muziekstijl verschillen vanwege,hetzij de opvatting, hetzij de culturele of de traditionele achtergronden van de gemeenteleden. Het patroon van de meeste kerkdienstenkan ruwweg in drieën worden onderverdeeld:

God in ons midden: verwelkomen
Aan het begin van de dienst prijzen en danken we God. Dat doen we door middel van welkom heten, samen bidden en zingen, maar ook via een toneelstuk, of een getuigenis afleggen. Op deze manier proberen we ons op God te richten.

Spreken
Dan lezen we uit de bijbel, wat we beleven als een luisteren we naar Gods stem. In dit onderdeel leggen dominees en lekenprekers het Woord van God uit via een preek.

Zegeningen
Hieronder vallen praktische mededelingen over de gemeente en over projecten in de wereld. Ook onze betrokkenheid op elkaar krijgt hier een plaats. Hoe heeft God door ons gewerkt? Wat zijn de zegeningen die ons overkwamen? Door dit met elkaar te delen groeit de onderlinge belangstelling en beleven we eenheid door de deelname aan het heilig Avondmaal. Dit onderdeel vormt het einde van de dienst.

Gemeenteleven – groeien in je geloof – je geloof (be)leven
'Voedsel houdt lichaam en ziel bij elkaar'. Dit Duitse gezegde geldt niet alleen voor het individu, maar ook voor het gemeenteleven. Daarom wordt er in veel gemeenten samen gegeten. Na de dienst is er koffie en taart. Soms luncht de gemeente samen, bijvoorbeeld na een doopdienst. Door activiteiten in kleiner verband wordt het geloof vaak intenser beleefd: een koor, een toneelgroep, een jongeren- of een ouderengroep. Groeien in je geloof, en je geloof (be)leven wordt makkelijker als je samen dingen doet en meemaakt.

Vertaler: Eliza ten Kate

 


Vereniging van Duitse mennonieten

Auteurs: Corinna Schmidt, Joel Driedger

In verscheidene Noord-Duitse steden zijn mennonieten gemeenten. De meeste zijn te vinden in en om Krefeld en Hamburg, maar er zijn er ook in Berlijn, Neuwied, Bielefeld en een aantal andere plaatsen. Hiervanhebben zichveertien gemeenten verenigd in de sedert 1886 opgerichte VDM (‘Vereinigung der DeutschenMennonitengemeinden’), die ongeveer 21.000 leden telt.

Werken aan een gemeenschap
In de VDM ontmoeten predikanten elkaar voor theologische discussies en om lokale onderwerpen te bespreken. Jeugdwerkers organiseren zomerkampen en speciale evenementen voor kinderen, tieners en jongvolwassenen. Er is ook een organisatie gericht op vrouwen. Tevens geeft de VDM training aan lekenpredikers die intensief bij de gemeente betrokken zijn.

Samenwerking met andere kerken
Afgevaardigden van de VDM waren aanwezig bij de oprichting van de Wereldraad van Kerken (=WCC: ‘World Council of Churches’) in Amsterdam in 1948. Bij de Duitse mennonieten leefde er na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog een sterk verlangen naar een sterkere band tussen alle christelijke kerken.
De WCC bestaat nu uit bijna 350 kerken en heeft ongeveer 550 miljoen leden. Mennonieten staan in verbinding met christenen in de hele wereld.

Ook vandaag de dag zijn zij overtuigd van de noodzaak voor christenen om met elkaar te zoeken naar geweldloze oplossingen voor conflicten, zodat de wereld een betere, en vreedzame plaats wordt.

Gemeenten die lid zijn van de VDM zijn ook lid van de Vereniging van Duitse Kerken (ACK). Door al deze verbindingen zijn mennonieten ervan overtuigd geraakt dat ze van andere kerken kunnen leren, en hun eigen inbreng in de dialoog wordt als belangrijk ervaren.

Geloof en vrede
De VDM wil laten zien dat de boodschap van Jezus goed nieuws kan zijn voor iedereen. Mennonietenzijn er van overtuigd dat geloof in Jezus Christusopenheid, tolerantie, sociale betrokkenheid en vrede met zich meebrengt. Het geloof motiveert ons om anderen te helpen. Mede hierom richtte de VDM het MennonietenVredescentrum in Berlijn op, waar gewerkt wordt aan vrede in probleemwoonwijken en zorg wordt besteed aan sociaal zwakkeren. In onze gemeenten is plaats voor iedereen. We doen ons best om conflicten op een vreedzame manier op te lossen. De VDM inspireert haar leden om hun geloof verder te verdiepen, en tegelijkertijd actief in hun gemeente te zijn.

Vertaling: Eliza ten Kate 

‘Menniste Paus’

Auteur: Annelies Vugts-Verbeek

Muller wordt tegenwoordig beschouwd als een van de meest invloedrijke seminariumhoogleraren in de geschiedenis van de Nederlandse doopsgezinden. In zijn eigen tijd werd hij spottend  de ‘menniste paus’ of ‘hoofd van de kerk’ genoemd. Zijn groeiende autoriteit en invloed stond in gespannen verhouding met het autonome en antiautoritaire ‘eigene’ van de doopsgezinden. Hij was meer een representant van de negentiende eeuw dan de liberale doopsgezinden die zich thuis voelden in het gedachtegoed van de verlichte achttiende eeuw.

 

Van Krefeld naar Amsterdam

De Duitse Muller kwam op een beurs uit Krefeld naar Amsterdam (1801) om opgeleid te worden tot doopsgezind predikant. De fijne kneepjes van het vak leerde hij in het stadje Zutphen (1806). Daarna volgde beroepen in de aanzienlijker gemeenten Zaandam-Oostzijde (1809) en Amsterdam (1814). In 1827 werd hij als seminariumhoogleraar benoemd waarvoor hij langer dan 30 jaar werkte. Hij was toen al enige tijd als bestuurder betrokken.

 

Emancipatie

Onder zijn bewind professionaliseerde het Doopsgezind Seminarium. Uiteindelijk zou het Seminarium in hetzelfde aanzien komen te staan als de opleiding van de Nederlandse Hervormden aan de voorloper van de Universiteit  van Amsterdam. De doopsgezinden zelf waren steeds hoger opgeleid en speelden een aanzienlijke rol in de maatschappij en het culturele leven, bijvoorbeeld in de genootschappen en periodieken. Daarom hadden zij goed opgeleide voorgangers nodig die onderwijzend en stimulerend predikten, en participeerden in de toonaangevende culturele netwerken. Deze doopsgezinden wilden opgaan in de maatschappij. Ten opzichte van de hervormden onderscheidden zij zich in hun anti-dogmatisme en nadruk op de bijbel als enige autoriteit.

 

Kritiek

Vele van zijn leerlingen waren de stimuli voor deze doopsgezinde emancipatie. Toch was er ook kritiek op de doopsgezindheid van Muller. Collega’s als Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) miste het oude liberalisme en folkloristische doopsgezind eigene, terwijl Jan de Liefde (1814-1869) orthodoxer en piëtistisch was. De Liefde verliet de doopsgezinden. Anderen, zoals een deel van de gemeente Balk, zochten het buitenland op om daar hun geloof uit te oefenen.

 

Men zou kunnen zeggen dat de huidige Nederlandse doopsgezinden meer de erfgenamen van Muller dan van Menno Simons zijn. Met Muller gingen de doopsgezinden een nieuwe tijd in die hen zou voorbereiden op het modernisme. Dat was een theologische richting die in de tweede helft van de negentiende eeuw alle dogma’s betwistte, zelfs het geloof in God. De inmiddels oude Muller was geschokt door de nieuwe stroming waarvoor hij onderbewust de deur had opengezet.

 

Bron: Annelies Verbeek, ‘Menniste Paus’. Samuel Muller (1785-1875) en zijn netwerken, Hilversum 2005

 


Mennonieten emigreren van de USSR naar Duitsland

Auteur: Hermann Heidebrecht

Vóór 1987 konden slechts een paar duizend mennonieten van Rusland naar Duitsland verhuizen. Pas na dat jaar werden de emigratieverzoeken door Duitsland en Rusland meestal goedgekeurd. Op grote schaal begon er een volksverhuizing op gang te komen, zodat nagenoeg alle mennonieten de voormalige Sovjet-Unie verlieten. De achtergrond van deze migratie hing samen met vervolgingen en onderdrukking die bijna zeventig jaar hadden geduurd.Vooral de verdachtmaking dat de in Rusland geboren Duitsersop de hand van Hitler waren geweest, waaronder mennonieten, was een extra reden om te vertrekken.

Politieke en financiële kwesties
Men mag aannemen dat de meeste mennonieten het nooit eens zijn geweest met de Sovjetpolitiek. Deportatie, beslaglegging, arrestatie, executie en ander leed dat hen was aangedaan, hadden diepe wonden geslagen. Er was nauwelijks een mennonieten familie te vinden, of er werd wel om iemand gerouwd. Ook het gebrek aan financiële middelenwerkte emigratie in de hand. Overal in steden en in dorpen kostte het veel moeite om aan brood, boter, melk, suiker en ander voedsel te komen, tenzij het door de mensen zelf verbouwd was. Dat gold ook voor kleding, meubels, huishoudelijke apparaten en andere artikelen.

Organisaties die de immigranten hielpen
In 1972 richtten Duitse mennonietengemeenten een immigrantenorganisatie op (Die Mennonitische Umsiedlerbetreuung). Jarenlang hielpen ze de nieuwe Duitsers aan een woonplaats, en ondersteunden ze hen bij het stichten van nieuwe gemeenten. Na enkele jaren konden deze nieuw ingezetenen hun eigen immigrantenorganisatieopzetten en het stokje overnemen: de Aussiedler-Betreuungsdienst. Sinds 1972  hebben de beide diensten meer dan honderdduizendmennonieten of mensen met een mennonieten afkomst, verwelkomd. Zij hielpen hen in opvangkampen aan de grens en bij de overgang van de ene naar de andere deelstaat.

Vertaler: Eliza ten Kate


Doelen en concrete voorbeelden

Auteur: Sylvia Shirk

Met het Steunfonds, opgericht in 1977, bieden de Franse mennonieten een helpende hand aan mensen wiens kort- of langdurende noodsituatie bij ons onder de aandacht is gekomen.

Syrië
Het jaar 2013 stond in het teken van een nieuwe actie voor Syrië. In een email in september, bedankte de MCC-vertegenwoordiger (Mennonite Central Committee) voor Libanon de Franse en Zwitserse mennonieten voor hun'geweldige en aanhoudende steun en gebeden voor de Syrische bevolking. De pakketten zijn ontvangen en uitgedeeld door een grote verscheidenheid aan kerken die de zorg voor ontheemde mensen op zich hebben genomen...'.

Sinds het begin van het conflict is er voor €15.000 aan hygiënepakketten (3500) en dekens (200) in twee containers naar Jordanië en Syrië gestuurd. In 2013 deden de Zwitserse mennonieten mee met het vullen van de containers. De donaties waren individuele giften. De kosten van het verschepen van de containers (ongeveer €8.500) werden betaald met de giften ontvangen tijdens een concert gegevendoor een groep jonge artiesten uit de gemeenten. Een gemeente uit het noorden van de Elzas zorgde voor het sorteren, voorbereiden en verschepen van de Franse bijdragen.

Afghanistan
Al vanaf het begin heeft het Steunfonds rond Kerst een project gesteund, met als doel het verlichten van langdurige noden, maar daarmee niet minder acuut. Wij steunen onder andere'Le Pélican' een schoolproject bedoeld voor Hazara vrouwen en kinderen in Afghanistan. Dit project is tien jaar geleden opgericht door mensen uit één van onze gemeenten. In 2003 werd in Kaboel het eerste dagverblijf voor Hazara kinderen geopend. Het project groeide zo snel dat er plaats gemaakt moest worden voor honderd extra vrouwen en kinderen die leerden lezen en naaien. Verder kan er geleerd worden om professioneel brood te bakken, een klein restaurant te runnen of doventolk te worden. In 2007 financierde het Steunfonds de aanschaf van machines voor een bakkerij.

Zeven jaar later (2014) gaande giften naar een centrumin Bamiyan,naar het voorbeeld van dat in Kaboel. In november overleed Jaques, de oprichter van 'Le Pélican'. Maar zijn partner Ariane geeft niet op:

Le Pélican moest op deze hoogvlakte een plekje voor zichzelf vinden waar, behalve een straatarme bevolking, geen school, bedrijf, kliniek, en elektriciteit, of zelfs water te vinden is ... overal hebben ze gebrek aan, dus is het eigenlijk heel makkelijk om hen te helpen!

Vertaling: Eliza ten Kate