Broederschap


Tijd geven

Auteur: Lydia Penner

Doopsgezinden, zoals Nederlanders in het algemeen, zijn erg actief. Zij zijn ervan overtuigd dat zij verantwoordelijkheid moeten nemen voor zichzelf en voor de maatschappij waarin zij leven.

Getuigen
Er is nauwelijks een beroep of vak waar doopsgezinden niet in werkzaam zijn. Op hun werkplaats raken zij in gesprek over hun waarden. Hun kinderen gaan meestal naar openbare scholen, omdat ouders hen liever de eigen vorm van het christelijk geloof leren. Vaak zijn zij de enige in de klas die iets met de kerk heeft. Dit leidt ertoe dat zij wel eens naar kerk en geloof gevraagd worden.

Verjaardagen
Doopsgezinde kinderen zijn bedreven in sport, muziek en toneel, activiteiten die hun persoonlijke ontwikkeling bevorderen. Velen zijn ook actief op de zondagsschool. Daar werken zij om geld in te zamelen voor projecten thuis en in het buitenland. Om bij te dragen aan een organisatie die verjaardagdozen verzorgd voor gezinnen met een beperkt inkomen, maakten kinderen in Den Haag, een stad aan de westkust, taartjes klaar om na de kerkdienst te verkopen. In Nederland is het heel belangrijk om je verjaardag te vieren, wat onder andere voor kinderen inhoudt dat je je klasgenoten trakteert. Met deze dozen kunnen kinderen in arme gezinnen ook hun verjaardag vieren zoals alle anderen.

Fietsen
Doopsgezinden van alle leeftijden zijn gedreven fietsers. Fietsen is immers de snelste en goedkoopste manier om je te verplaatsen in een dichtbevolkt land, het is gezond en het is beter voor het milieu. In Joure, een stadje in Friesland, heeft de jeugd een fietstocht in het spoor van Menno Simons georganiseerd, van zijn geboorteplaats Witmarsum naar Bad Oldesloe waar hij gestorven is. Door middel van sponsors haalden zij geld op voor een voorziening voor gehandicapten in een naburig dorp.

Vrijwilligerswerk
Zoals christenen uit andere kerken, doen doopsgezinde ouders, senioren en alleenstaanden van alle leeftijden veel vrijwilligerswerk, niet alleen in de gemeente zelf, maar ook in de plaats waar zij wonen. Zij werken bijvoorbeeld als gastheren of gastvrouwen in musea; zitten in besturen om culturele activiteiten te ondersteunen; helpen in ziekenhuizen en verpleeghuizen bij de verzorging van bloemen en het brengen van patiënten naar activiteiten; doen iets met mensen die weinig contacten hebben; halen boodschappen en doen verschillende klusjes voor mensen in de buurt die aan huis gebonden zijn; staan familie en buren in nood  bij – wat ook maar. Sommige gemeenten, zoals Zaandam, Surhuisterveen, Rottevalle en Drachten, geven steun en gastvrijheid aan vluchtelingen in het land. 


De ‘Pax Boys’ – Onze vredesengelen

Auteur: Isabel Mans

'Wij zagen ze als engelen', zei een vrouw die ze aan het werk had gezien. De vredesengelen die ze bedoelde waren jonge mannen die na de Tweede Wereldoorlog als dienstweigeraar uit de Verenigde Staten naar Duitsland gestuurd waren om te helpen met de wederopbouw. Zij deden vredeswerk via de hulporganisatie Mennonite Central Committee (MCC).

Liefde als levensfilosofie
Roger Hochstetler kwam in 1951 naar Duitsland om zijn solidariteit met de Duitsers te tonen. Ook al had Duitsland de wereld onvoorstelbaar veel leed berokkend, toch voelde Hochstetler zich betrokken bij zijn christelijke broeders en zusters in dat land. De meeste Amerikanen in die tijd haatten de Duitsers, maar Hochstetler zei: ‘Liefde is altijd mijn levensfilosofie geweest, we bouwden huizen om oorlogsslachtoffers te helpen’.
The Pax Boys bouwden nederzettingen voor vluchtelingen met een mennonieten achtergrond uit Pruisen en Rusland, en richtten er nieuwe gemeenten op.

Ambassadeurs in de naam van Christus
De Pax Boys kwamen in 1950 naar Duitsland 'In Christus' naam', wat tevens het motto van de MCC is. Ze wilden 'Ambassadeurs van de vrede' zijn; ze leefden in eenvoudige accommodaties, sloegen een salaris af, en betaalden zelfs 75 dollar per maand om aan het project deel te mogen nemen. Dwight Wiebe schreef:

De betekenis van vrede is een tijd om te herstellen, om te zorgen, om te repareren... Ik kwam in de jaren vijftig in Europa aan, en ontmoette daar dertig jonge Pax Boys, tussen de achttien en de 22 jaar oud, die naar Duitsland waren gekomen om hun christelijke geloof in daden om te zetten. Ze waren er allemaal klaar voor om ambassadeurs van de vrede te zijn.

Zonder aanwijzingen vooraf of professionele hulp groeven ze kelders, legden ze funderingen en bouwden ze huizen met slechts eenvoudig gereedschap. Plaatselijke kranten schreven verbazingwekkende artikelen over de Pax Boys' bereidheid om huizen voor vreemdelingen te bouwen – voor gewezen vijanden.

Tastbare daden van vrede
Acht Pax Boys hadden vijf maanden nodig om een kerkzaal in Krefeld te bouwen. Dit betekende een grote besparing voor de gemeente, zowel qua geld als qua tijd. In de stad Wedel bij Hamburg werden tussen 1954 en 1958 een kerkzaal en elf woningen gebouwd. Aan het eind van de jaren vijftig woonden er 120 mensen. De Pax Boys droegen ook bij aan het jongerenwerk en hielpen om de gemeente in Wedel op te bouwen. In een landschap verwoest door oorlog waren ze een zichtbaar teken van vrede.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Samen Kerst vieren

Auteur: Peter Hege

De afgelopen jaren heeft de mennonieten gemeente van Straatsburg deelgenomen aan 'Vivre Noël Ensemble'. Met dit evenement kunnen we ons geloof omzetten in actie en onze naaste dienen, onze visie op Kerst vernieuwen en samen met anderen actief zijn in onze stad.

Samenzijn
Elk jaar kiezen vijftien tot twintig leden van onze gemeente ervoor om de avond van 24 december door te brengen met ongeveer evenveel mensen die aan de rand van de samenleving leven en de Kerst eenzaam doorbrengen. Sommigen schetsen het als een ander soort Kerst dat meer om de naaste gaat, en verrijkt wordt door de spontane bijdragen van onze gasten. Anderen genieten van de diepgang van de gesprekken die ze met onze gasten hebben, zelfs als er een taalbarrière is. Sommige contacten blijven bestaan en veranderen zelfs in vriendschappen. Veel mensen zeggen dat dit soort gelegenheden ons de kans biedt om bewust te worden van de nood en armoede die we nauwelijks zien, maar er wel degelijk is. Niemand ziet het als een verloren avond.

Voor de gemeente is het een prachtig project waarbij elk lid zijn plekje vindt, zoals stellen en alleenstaanden, kinderen, ouders en bejaarden. We moedigen elk lid aan om mee te doen en we merken dat als mensen eenmaal deelgenomen hebben, ze dan een volgend jaar ook weer van de partij zijn.

Oecumenisch
'Vivre Noël Ensemble' is ooit opgericht door een christelijke solidariteitsinstelling. Tegenwoordig is het een organisatie waar verschillende christelijke en niet-christelijke verenigingen en een aantal kerken bij betrokken zijn. Met behulp van het stadsbestuur van Straatsburg helpen ze ongeveer driehonderd mensen aan de rand van de samenleving om Kerst op een waardige wijze te vieren.

Elke vereniging speelt gastheer in zijn eigen gebouw, en op eigen wijze. 'Vivre Noël Ensemble' zorgt voor het eten, het cadeau voor elke gast en het vervoer van de gasten naar de verschillende gebouwen, zodat de verenigingen zich helemaal op het gastheerschap kunnen focussen. De organisatie regelt ook een gezellige bijeenkomst in het centrum van Straatsburg onder de grote kerstboom, waar het begin van het feest gevierd wordt met warme dranken, versnaperingen en muziek. Hier vindt de eerste ontmoeting plaats tussen gast en gastheer voordat de groep zich opsplitst en iedereen naar zijn verenigingsgebouw gebracht wordt.

Als kleine gemeente in onze grote stad zijn wij heel blij dat we een plekje hebben gekregen in dit project, dat gestart is door christenen en in de loop der tijd met anderen gedeeld is. We geloven dat we met dit project God oprecht dienen.

Vertaling: Eliza ten Kate

 


Zondagsschool, Scouting, Catechese en Seminaries

Auteur: Beate Zipperer

De bijbelseverhalen worden thuis aan de kinderen verteld,  maar ook op zondag in de kerk.

Kind en zondag
In veel gemeenten gaan de kinderen, terwijl de ouders de dienst bijwonen, naar de zondagsschool die geleid wordt door vrijwilligers. Anders dan op een gewone school leren kinderen hier God kennen en lerenze Jezusna te volgen. Daaroverwordt met henop een speelse manier van gedachten gewisseld. Ook leren ze bidden,samen zingen en knutselen.

Inde ‘Evangelische FreikircheMennonitengemeinde Ingolstadt e.V.’ beginnen de kinderen de dienst samen met de volwassenen. Kort na het begin gaan zij in vier verschillende leeftijdsgroepen uiteen, luisteren ze naar de bijbelseverhalen en praten ze over onderwerpen die met geloof te maken hebben.
Sommige gemeenten hebben ook speciale weken voor kinderen. Kinderen zien daar naar uit: schoolvriendjes gaan mee en met zijn allen vergroten ze hun kennis van de bijbel en van Jezus. In sommige gemeenten hebben ze ook een ‘Royal Rangers’ groep, dit is een christelijke scouting.

Jongeren en jongvolwassenen
Tegenwoordig heet catechese in veel gemeenten ‘les’ of ‘bijbelles’. Deze lessen zijn niet  per se een voorbereiding op de doop, ook al gaan ze over het christelijke geloof en de mennonieten.Belangrijk is hoe individuele personen hun geloof beoefenen.
In speciale diensten voor jongvolwassenen worden de onderwerpen dan gedeeld met de gemeente.Naast het werk in de gemeente, organiseert de ‘JugendwerksüddeutscherMennonitene.V. (JUWE)’  buitenweekeinden en cursussen voor kinderen en jongvolwassenen.

Volwassenen
Er worden ook weekeinden voor gezinnen envoor ouderen georganiseerd. Voor diegenen die zich willen verdiepen in de doperse traditiewordenbasiscursussengegeven in de plaatselijke gemeenten of in grotere conferentieoorden, zoals aan het bekende Theologische Seminarie de Bienenberg in Zwitserland.

Vertaling: Eliza ten Kate


De jeugd heeft de toekomst

Auteur: Johannes Dyck

Tegenwoordig wordt er in Duitsland in de gemeenten veel jeugd- en jongerenwerk verricht door een jongegeneratie.

In de Sovjet-Unie stond jeugd- en jongerenwerk onder druk. Vanaf 1929 gold een verbod op watvoor bijeenkomst ook, ook van vrouwen, kinderen en jongeren. Toen nieuw opgerichte gemeenten na 1955 een legale status probeerden te verkrijgen, eisten de Sovjet autoriteiten nog steeds de strikte naleving van de grondwet. Er mochten geen kinderen in de kerkdiensten zijn, bang als de autoriteiten waren voor ondermijning van het grondwettelijke gezag. Het gevolg hiervan was dat de samenkomsten van tijd tot tijd onderbroken werden door gezagsdragers.Onderwijzers kwamen dan mee en noteerden de namen van de aanwezige schoolkinderen. Kinderen van die lijst werden de volgende dag op het matje geroepen bij de hoofd-meester, die hen vervolgens belachelijk maakte tegenover hun klasgenootjes. Voor nieuwe gemeenten, de jonge ouders en hun kinderen waren deze jaren van vervolging (1958-1966) een behoorlijke beproeving. Uiteindelijk hebben ouders toestemming verkregen om ook kinderen de diensten bij te laten wonen.

Overwinningen ondanks de risico's
Na deze kleine overwinning werd aan huis ‘zondagsschool’gegeven. In de steden kon dit beter verborgen blijven dan in de dorpen. Maar hoe heimelijk ook, toch werden mensen gearresteerd, waaronder ook jonge vrouwen. Desondanks zetten vrouwen dit riskante werk voort tot aan hun emigratie naar Duitsland.

Jongeren nemen de leiding
Toch werd onder deze dreigende atmosfeer, het jeugdwerk ook wel oogluikend toegestaan door de autoriteiten. Tweemaal per week kwamen kleine groepjes bijeen bij iemand thuis, voor een dienst en bijbel-studie. Gemeenten werden zo voorzien van jonge krachten die later een rol in de gemeente op zich konden nemen. Vooralde jongerenkoren vormden een belangrijke trekpleister voor jongens en meisjes. De uitvoeringen die zij nu en dan gaven werden beleefd als een feest.

Goede hoop
Activiteitendie onder het communistische bewind verboden waren binnen een gemeente, werden enorm populair in Duitsland. De mennonieten wisten hoe belangrijk het jeugd- en jongerenwerk was voor de toekomst van de gemeente. Tot op de huidige dag is er in Duitsland een bloeiende cultuur van jeugd- en jongerenwerk. Aangezien de mennonieten gezinnen in Duitsland vaak groot zijn, is dit werk belangrijk voor de geloofsopvoedingbinnen het gezin en voor de toekomst van de gemeenten.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Het leven van de gemeente

Auteur: Johannes Dyck

In Duitsland volgen veel van de in Rusland geboren mennonieten nog het patroon van het gemeenteleven zoals men dat in Rusland gewend was. Elke zondag zijn er één of twee diensten;de orde van dienst is eenvoudigen er worden drie korte preken gehouden afgewisseld door zang van koor en gemeente. De [mannelijke] predikers zijn van alle leeftijden en hebben een verschillende theologische achtergrond. Het aantal voorgangers in één gemeente kan soms tot wel 30 oplopen.

Veiliger om meer predikers te hebben
Dezeliturgische traditie stamt uit de tijd van de piëtistische opleving in Rusland (1840), waarbij verscheidene mensen vrijmoedig van hun geloof getuigden. Met name deMennonitischeBrüdergemeindenvormden een belangrijke kweekvijver voor predikers.De beschikking over veel predikers wasin tijden van onderdrukking een garantie om geestelijk te overleven. Als een van hen gedeporteerd of gevangen werd, was er altijd weer een vervanger. Zo bleef de verkondiging van Gods Woord en het evangelie gewaarborgd.

Thema's en zingen
Kenmerkend voor het piëtisme is het versterken van het geloof.De preek is daarvooreen middel bij uitstek. De voorgangers roepen op tot inkeer, bekering en wedergeboorte, maar zij spreken ook over de navolging van Christus, levensheiliging en de afzondering van de wereld. De wekelijkse gebedsgroepen en bijbelstudiegroepen lenen zich er goed voor om daarop nader in te gaan. Een andere belangrijke uiting van het piëtisme is het zingen. In tijden van vervolging wanneer er geen bijbels beschikbaar waren, was zingen,uit het hoofd, het middel om het geloof, maar ook troost en krachtover te dragen. Bovendien hielp zingen ook om de jongeren Duits te leren.

Relaties en samenkomsten
Het gemeenteleven beperkt zich niet tot de kerkdiensten op zondag. Ook door de week worden de hechte onderlinge banden onderhouden. De achtergrond hiervan gaat terug op de periode van vroege vestiging in Rusland, toen gemeenteleden elkaars buren en op elkaar aangewezen waren. Sommige onderdelen van het gemeenteleven zijn besloten, bijvoorbeeld, wanneer kandidaat-dopelingen over hun geloof vertellen en daar waar gehoorzaamheid beoefend wordt. Tevens worden normen en waarden, het geloofsgetuigenis en belangrijke beslissingen besproken.

Vertaling: Eliza ten Kate 

Een bescheiden mens die de doopsgezinde broederschap hielp vormgeven

Auteur: Marius Romijn

Begin twintigste eeuw werd de invloed van vrijzinnigheid kleiner, terwijl orthodoxie en katholicisme stabiel waren. Veel jongere predikanten worstelden met 'zonde en verlossing'. Zij vonden inspiratie bij de Engelse quakers, vooral hun conferenties in Woodbrooke. Daar stonden Christus en het gebed in het middelpunt; leken gaven leiding in geestelijke zaken en bij praktisch werk.

 

Tjeerd Hylkema werd er als student zeer geraakt door lekenvroomheid, lekenarbeid en vredesgetuigenis. Hij overlegde met andere doopsgezinden, om zoiets in de broederschap in te voeren. Daaruit ontstond in 1917 de Vereniging voor Gemeentedagen, een combinatie van landelijke en regionale ontmoetingen, werkgroepen en geleidelijk ook conferentie- en kampeerverblijven. Vrouwen namen er volop deel, en er kwam nieuw leven in de broederschap. Hylkema, vanaf 1912 predikant in Giethoorn, was tien jaar de voorzitter. De ADS reageerde eerst argwanend op deze beweging van onderaf, met socialistische, pacifistische, feministische, piëtistische en orthodoxe trekjes. Het eigen blad de Brieven verscheen vanaf 1918. Er waren onder meer werkgroepen voor bijbelstudie, het organiseren van jongerenkampen, en tegen de krijgsdienst.

 

In Giethoorn stichtte Hylkema een rietvlechtschool; hij speelde ook een hoofdrol bij hulpverlening aan de doopsgezinden in Rusland, die na de revolutie zwaar werden vervolgd. Zijn boekje daarover uit 1920 De geschiedenis van de doopsgezinde gemeenten in Rusland in de oorlogs- en revolutiejaren 1914 tot 1920, werd herdrukt en uitgebracht in het Duits. Hij werkte mee aan de emigratie van honderden Russische doopsgezinde vluchtelingen naar Noord- en Zuid-Amerika, via Rotterdam. In Nederland werd in de crisistijd hulp geboden aan verarmde gezinnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerde hij een transport van Joodse kinderen naar Londen, en hulp aan vluchtelingenkampen in Nederland.

 

In 1929, toen het doopsgezind broederschapshuis Fredeshiem gereed was waarvan Hylkema de initiator was, werd hij predikant in Amersfoort. Vanaf 1936 tot 1948 stond hij in Amsterdam. Hij is voorzitter geweest van de Doopsgezinde Vredesgroep en was actief voor de bibliotheken van onder meer het Vredespaleis in Den Haag. Hij schreef veel stukken in de Brieven, meerdere boeken, en had een aandeel in de Doopsgezinde Liederenbundel van 1944.

 

Het werk van de Gemeentedagbeweging stimuleerde internationale contacten en bracht de ADS in 1924 tot een verbreding van de doelstelling; bij 'bevordering van de predikdienst' kwamen de materiële, zedelijke en godsdienstige belangen van de Nederlandse doopsgezinden en het vertegenwoordigen van de doopsgezinden naar buiten. In 1947 werd de naam van de Gemeentedagbeweging: 'Gemeenschap voor Doopsgezind Broederschapswerk'.

 

Tjeerd Hylkema was een bescheiden mens; ondanks een zwakke gezondheid kon hij veel van zijn idealen realiseren. Dit hielp de broederschap bij het ingaan van de twintigste eeuw.

 

Ondernemer en hervormer

Auteur: Nataly Venger

Johan Cornieswas in Rusland actief in de handel, de schapenfokkerij, en de bierbrouwerij. Daarnaast was hij de eigenaar van een klein bedrijf. De winst van zijn agrarische bedrijf investeerde hij in de groei van de industrie, wat een beslissende factor zou worden voor de voorspoed van de nederzettingen. Door zijn succesvol ondernemerschap verwierf Cornies openbare steun en aanzien: hij werd een alom geprezen vertegenwoordiger van de mennonieten.

Ook door de Russische overheid werd hij gewaardeerd.Zij ondersteunde Corniesbij het doorvoeren van hervormingen in de mennonieten kolonies. Zijn ideeën weken af van die van J. Warkentin, een kerkelijk leider die de gemeenten geïsoleerd wilde houden, en niet met de Russische elite wenste samen te werken. wilde samenwerken.

Leider van de nederzettingen en van verenigingen
Johannes Cornies begon zijn loopbaan in 1871, toen hij benoemd werd als leider van de nieuwe nederzettingen uit Danzig. Daarna kwamen ook de emigrantenkoloniën van Wittenberg onder zijn leiding te staan. Vanaf 1825 werkte hij aan het 'Nogan Project', wat als doel had om de Nogay bevolking beschaving bij te brengen. Cornies bleek over uitstekende bestuurskwaliteiten te beschikken, evenals over het vermogen om de juiste balans te vinden tussen de eisen van de Russische overheid en de belangen van een traditionele samenleving. Als leider van de Bosbouwvereniging (1830) en de Landbouwvereniging (1836) had hij de leiding over veel projecten die verband hielden met economische vooruitgang.

Een nieuw plan en Neu-Halbstadt
Toen er steeds meer gebrek aan land kwam en het aantal ‘landlozen’ onder de mennonieten groeide, stelde Cornies een nieuw plan op waarbij stukjes land in de buitenwijken van de nederzettingen voor gemeenteleden werden gereserveerd. Ook schonk hij 100.000 roebel van zijn eigen spaargeld om de nieuwe kolonie Neu-Halbstadt te stichten. Cornies was een privé-bankier die geld leende aan mennonieten en Duitse ondernemers, aan Russische landeigenaren en politici. Ook zorgde hij ervoor dat degemeenschappen geld leenden aan jonge ondernemers. Met succes reorganiseerde hij het onderwijssysteem, en hij kreeg ambachtslieden met een mennonieten afkomst zo ver dat ze hun vaardigheden aan Bulgaarse jongeren leerden.

Op de toekomst gericht
Als piëtistische mennoniet, geloofde Corniesin de bevordering van gerechtigheid en eensgezindheid, zowel binnen de gemeenten als in de nederzettingen. Zijn tolerante, maar ook autoritaire houding,zorgden ervoor dat hij positieve veranderingen wist te bewerkstelligen. Hij was er van overtuigd dat de toekomst van de nederzettingen in een gemoderniseerd Rusland afhing van de marktontwikkelingen. Het resultaat van zijn succesvolle projecten was dan ook merkbaar in de decennia die erop volgden.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Gehandicaptenzorg

Auteur: André Hege

Twee stichtingen in de omgeving van Parijs, 'Les Amis de l'Atelier' en 'DomaineEmmanuel' hebben een nauwe band met de Franse mennonieten geschiedenis. De stichtingen hebben rond de vierduizend mensen geholpen of begeleid, in een totaal van zeventig instellingen en instanties.

Geschiedenis
Het begon allemaal in 1950 door de vriendschap van mennonieten met een familie met een gehandicapt kind. Er moest iets gebeuren in de situatie van het kind, en in een kleine bouwkeet waarin water noch elektriciteit was, werd een kinderclub opgericht. Dit kleine privé-initiatief groeide uit tot een meer permanente service in de vorm van het eerste 'Assistance throughWork' Centrum  in Chatenay-Malabry, en later een tweede Centrum met accommodaties voor gehandicapten in Hautefeuille, op het platteland ten oosten van Parijs.

Stukje bij beetje en met behulp van overheidssubsidies groeide het initiatief uit. Het werd professioneler en men probeerde tegemoet te komen aan de noden van elke persoon.De zorg werd zo veel mogelijk op de cliënt afgestemd. De accommodaties zijn erop gericht om de bewoners waar mogelijk een taak te laten uitvoeren en in de gemeenschap te integreren. Er is nu ook thuiszorg beschikbaar voor hen die thuis kunnen blijven wonen.

Beide stichtingen hebben aparte centra voor bejaarden. 'DomaineEmmanuel' heeft een afdeling voor mensen die permanent mentale problemen hebben na een psychische ziekte.

Naastenliefde: verschillende standpunten accepteren
Sommige van onze huizen verlenen fulltime medische zorg aan wie dat nodig heeft. En er zijn speciale plaatsenvoor mensen die in ernstige mate hulpbehoevend zijn. De beide stichtingen werken samen met medische instellingen.Naast specialisatie in de zorg voor gehandicapten, zijn ze deskundig in de begeleiding van autistische kinderen. Via deze zorg dragen wij een boodschap uit van respect en warmte die we ook door hopen te geven aan onze bewoners en cliënten.

We denken dat we door het bieden van woonruimte en werk, de cliëntenleren verantwoordelijkheid te dragen voor het eigen levenen het gevoel van isolement verminderen. Het is belangrijk dat hulpbehoevende mensen waar mogelijk in een normale arbeidsomgeving integreren.

Doordat de maatschappij verandert wordt er een groot beroep gedaan op zowel onze creativiteit als op aanpassing. Door steeds bereidheid te tonen verschillende standpunten te accepteren, geloven we dat naastenliefde iedere dag zichtbaar wordt.

Onze websites (in Frans)
http://www.fondation-amisdelatelier.org/
http://www.aede.fr/

Vertaling: Eliza ten Kate