Liefdadigheidsprojecten

Auteur: Nataly Venger

De sociale projectendie mennonieten organiseerden, gaven blijk van een hoge graad van medemenselijkheid. Zij wisten als geen ander om mensen die in het nauw zaten weer bij de gemeenschap te betrekken. Ook de economische status van hun gemeenschappen was van een belangwekkend niveau. Daardoor vervulden zij een voorbeeldfunctie voor heel Rusland.

De gemeenschap dienen
Volgens hun ethiek moest geld ‘leven’ en gebruikt worden voor nuttige dingen.Rijkdom was een middel om de gemeenschap in liefde te dienen. Het financiële vermogen van de gemeenten werd gebruikt voor het beheren van,wat in Rusland wel,'instellingen van openbare liefdadigheid' werden genoemd.

Scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen
Belangrijke instellingen voor rehabilitatie waren, vanaf 1914:een school voor mensen met hoor- en spraakstoornissen in Tiege, een verzorgingshuis en het ‘Bethania’ psychiatrisch ziekenhuis – vanwege het veelvuldig voorkomen van onderlinge huwelijken was er een groot aantal mensen met mentale problemen.
Deze instellingen werden financieel gesteund door de rijkste mensen in de gemeenschap. Zowel 'Bethania' als de voornoemde school werd voor vijftig procent gefinancierd dankzij privédonaties.

Donaties
Het idee om ‘Bethania’ op te richten kwam van de gemeente in Ekaterinoslav, die uit grote industriële mennonietenfamilies en publieke figuren bestond (de Thiessens, Toews, Fasts, Ezaus en Bergmans). Er werd een liefdadigheidsinstelling opgericht om ‘Bethania’ van de grond te krijgen. Al snel werd er anoniem 262.000 roebel in een fonds ondergebracht. Voor mensen met weinig geld was de behandeling kosteloos.

Mennonieten en niet-mennonieten
In Alt-Kronsweide (Chortyza) werdeen ziekenhuis gebouwd.Het opende zijn deuren in maart 1911, en had in december 1912 al 53 patiënten in behandeling. De meeste patiënten waren mennoniet,maar andere etnische groeperingen werden er ook verzorgd. ‘Bethania’ werd bestuurd onder leiding van de beroemde ondernemers J. Suderman en J. Lepp. Tussen 1911-1913 bereikte het fonds het bedrag van maar liefst 93.514 roebel, terwijl de jaarlijkse begrotingrond de 37.956 roebel zat. Daardoor kon er in 1915 een extra gebouw met een wasserette en een stoomketel worden gebouwd.Een jaar lang zorg verlenen aan een patiënt kostte driehonderd roebel. Vijftien patiënten kregen gratis zorg.

Foto: John A. Lapp, C. Arnold Snyder eds.: Testing Faith and Tradition. A Global Mennonite History: Europe. (Good Books, PA, 2006).

Vertaling: Eliza ten Kate