Tijdens de Tweede Wereldoorlog  (1941-1945)

Auteur: Svietlana Bobileva

In de jaren dertig van de twintigste eeuw was er in de gehele Sovjet-Unie politieke onderdrukking. Stalin steunde de activiteiten van de staatspolitie, en begon een campagne tegen de ‘Fascisten' oftewel de Duitssprekende bevolking. Zijn regime ontbond bestaande regio’s waardoor ‘legale’ bescherming verviel. In 1939 bedacht hij een plan voor deportatie van de Duitse mennonieten. Arrestaties en mishandeling van geestelijken en docentenhaddeneen grote impact op de houding van de mennonieten ten opzichte van de machthebbers.

Mennonieten en de autoriteiten
In juni 1941 brak de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie uit. Sommige mennonietenjongeren meldden zich vrijwillig aan bij het Rode Leger, anderen wachtten het einde van de gevechten af. Maar het was bijna onmogelijk om neutraal en afzijdig te blijven. Een aantal politici en communistische activisten werd verbannen naar het oosten van de Sovjet-Unie. De wet 'Over de Duitse bevolking in Oekraïne' werd in augustus 1941 aangenomen. Volgens deze wet moesten 'anti-Sovjet elementen' gearresteerd worden en de mannelijke Duitssprekende bevolking tussen de zestien en de zestig jaar werd opgeroepen om 'bataljons te vormen’.
De Duitse mennonieten uit de provincies Kharkov, Dnepropetrovsk, Zaporozhe, Stalin (het tegenwoordige Donetzk), Voroshilovgrad (Lugansk) en de Krim moesten die gebieden verlaten. Het oprukken van de Duitse Wehrmacht had tot gevolg dat er van dieplannen echter niets terecht kwam.

Tussen Bolsjewisme en Nazisme
Vóór de oorlog woonden er ongeveer 163.000 mennonieten en etnische Duitsers in Oekraïne. De Fascisten wilden de bewoners van deze bezette gebieden voor hun eigen doeleinden winnen, en een beroep op de Duitssprekende bevolking doen. Om dit doel te bereiken gaven ze de kerkelijke gemeenten materiële steun en wendden ze zich voor de scholen en het religieuze leven te herstellen. In het begin werkte dit, maar al snel raakten de mennonieten teleurgesteld, omdat de door Stalin opgezette Kolchozen niet ontbonden werden, en de nazi-ideologie op de scholen werd onderwezen in plaats van bolsjewistische ideeën. Bovendien beschouwde de plaatselijke niet-Duitse bevolking de mennonieten als 'Untermenschen'.

Vreemdelingen in eigen land
Toch zijn er veel voorbeelden van goede relaties tussen mennonieten en hun Oekraïense buren, waardoor het de nazi's niet gelukte om onder de plaatselijke bevolking verdeeldheid te zaaien.Echter het psychologische effect op de mennonieten was er niet minder om. Tijdens de bezetting voelden zij zich 'vreemdelingen in hun eigen land'. Uit hun terugkeer naar de Sovjet-Unie mag worden geconstateerd dat ze zich als Duitssprekenden niet verantwoordelijk voelden voor de wandaden van de nazi's.

Vertaling: Eliza ten Kate