Nederzettingen

Auteur: Svietlana Bobileva

De hardwerkende reputatie van de Poolse mennonieten was voor de Russische tsarina Catharina de Grote reden om hen voor de ontginning van nieuwe gebieden uit te nodigen. Ze kregen land en geld om te emigreren en zich in haar rijk te vestigen. Ze hoefden niet in militaire dienst en kregen burger- en zelfbestuursrecht.

Nederzettingenin Ekaterinoslav, Alexandrovsk en Molochansk
De eerste 228 mennonietenfamilies uit Pruisen kwamen aan in de provincie Ekaterinoslav. Daar stichtten ze acht nederzettingen: Chortytza, Einlage, Rosenthal, Kronsweide, Neuendorf, Shoenhorst, Neuenburg en InselChortitza. De volgende Novomoskovsk en Alexandrovsk. In 1804  vestigden zich 150 families in de provincie Tavria, waar zij hun dorpen bouwden aan de oostelijke oever van de rivier de Molotschna. In 1804-1806 vestigden zich nog eens 365 nieuwe families in dit gebied. Tijdens de eerste decennia van de negentiende eeuw stichtten de mennonieten 27 nederzettingen in Molotschna: Halbstadt, Tiegenhagen, Schoenau, Fischau, Lindenau, Lichtenau, Muensterberg, Altonau, Tiege, Orlovo, Blumenort, Muntau-Ladekop, Mariental, Rudnerweide, Franzthal, Pastva, Grossweide en Blumstein.

In 1835 vestigden zichin de omgeving van Alexandrovsknog eens 145 familiesin vijf extra nederzettingen. In 1852 werden zij verenigd met het derde mennonietendistrict te Marioepol. Toen in de jaren tussen 1836 en 1866 de ‘Doukhobors’, een Russische afscheidingsbeweging, naar de Kaukasus vertrok, namen vertegenwoordigers van de uit Pruisen afkomstige Oud-Vlaamse gemeente Gnadenfeld,dit verlaten land over. Daar stichtten zij de GnadenfeldMennonieten nederzettingin het district Molochansk.

Samara en Volhynia
Mennonieten uit Danzig, Marienburg en Elbing vestigden zich vanaf 1850 in de provincie Samara. In 1874 waren dital zestien koloniën. Enkele van deze bevonden zich in de provincie Kiev (het dorp Mikahlin) en in Volhynia (Karlsweide, een nederzetting van Zwitserse mennonieten). Rond 1870 woondener in totaal 2300  mennonietenfamilies uit Danzig en Pruisen in Rusland.

Nieuwe migratie door problemen met de landerijen
Door ontwikkelingen in de economie en groei van de bevolking ontstond er onder de mennonieten gebrek aan bouwland. Gelukkig konden de mennonieten na 1861 land van de adel kopen, waarmee ze nieuwe nederzettingen oprichtten. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in totaal 104.000 mennonieten in het Russische Rijk. Het merendeel woonde in de provincies Ekaterinoslav, Tavria en Samara. De grootste nederzettingen in de provincie Ekaterinoslavwaren: Chortytza (1800 mensen), Rosenthal (1226), Neuendorf (1121), Osterwick (3100), Einlage (1258) enin de provincie Tavria:Halbstadt(915) en Waldheim (946).

Foto: Wally Kroeker, An Introduction to Russian Mennonites: A story of flights and resettlements to homelands in the Ukraine, the Chaco, the North American Midwest, Germany and beyond. (Good Books, PA, 2005).

Vertaling: Eliza ten Kate