Het onderwijssysteem van de Russische mennonieten

Auteur: Svietlana Bobileva

In de kolonies werd serieus werk gemaakt van onderwijs. Op school deden de leerlingen algemene kennis op, maar ook geloofszaken kregen aandacht. De oudsten van de gemeenschap waren verantwoordelijk voor het onderwijs. Er gold een leerplicht, en de scholen werden bestuurd door de gemeenten.

Lezen, schrijven en rekenen
Het onderwijssysteem van de mennonieten kende verschillende ontwikkelingsfases. In de eerste fase (1800-1820) waren de financiële middelen beperkt. In die tijd was de doelstelling kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. De volgende fase begon rond 1825, waaraan vooral de naam van Johan Corniesverbonden is. Hij stichtte lerarenopleidingen in Orlovo, Halbstad en Chortitza. In 1843 kreeg hij de leiding over alle mennonietenscholen. Hij wilde de invloed van predikanten in de scholen verminderen, hervormde het onderwijs, en steunde de scholen financieel. Cornies organiseerde conferenties voor leraren, en richtte de ‘Gnadenfeld Leeskring’ op, evenals een bibliotheek.

Russische les
In 1886 begon men op de scholen ook met Russische les. Kort daarna, conform de wetgeving van 1890-1892, werden alle etnische scholen onder toezicht van het Onderwijsministerie geplaatst. De staat gebruikte dit beleid om de scholen te 'Russificeren'. Zo kreeg elke school een leraar Russisch. Om meer gediplomeerde leraren Russisch te verkrijgen werd er in Chortitza in 1889 een tweejarige lerarenopleiding opgestart.

Invloeden van buitenaf
In april 1905 nam het Russische Rijk de wet op gewetensvrijheid aan. Sommige mennonietenscholen werden gereorganiseerd, eneen aantal nieuwe werd gesticht. Na de burgeroorlog van 1920 vond er een heropbloei van etnische gemeenschappen plaats, ook al had dit een controversieel karakter.In Odessa, bijvoorbeeld, werd een Pedagogische Academie opgericht om leraren voor etnische scholen op te leiden, maar ondertussen maakten de Sovjetmachten steeds meer antireligieuze propaganda. De ideologie van het atheïsmewerd onder studenten en volwassenen verspreid.De ‘Jonge Pioniers’ en de ‘Komzomol’ werden opgericht om de jongere generaties te beïnvloeden, maar dit sloeg niet echt aan.

Toen in Duitsland de fascisten de overhand kregen, kwamen de mennonietenscholen onder druk te staan van de staatspolitie. De Duitssprekende professoren en leraren van de Pedagogische Academie in Odessa werden beschuldigd van collaboratie met de nazi's. Enkelen werden verbannen of geliquideerd. In 1938 werd de Duitse taal volledig uit de scholen verbannen, en de mennonietenscholen hielden op te bestaan.

Vertaling: Eliza ten Kate