Dienstplicht en vervangende dienstplicht

Auteur: Hans Ulrich Gerber

Tegenwoordig zijn de Zwitserse mennonieten niet meer de 'stillen in den lande’, zoals in de negentiende en twintigste eeuw. Lang waren ze een groep die zich cultureel en religieus van de samenleving onderscheidde, maar na de Tweede Wereldoorlog maakte de Zwitserse doperse gemeenschap dezelfde ontwikkeling door als de andere historische kerken in het land.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw zijn de mennonieten van een homogene en geïsoleerde gemeenschap veranderd in een groep die erkend wordt en meedoet.
Successen en tegenslagen in de overgang naar het post-christendom, gelden net zo hard de mennonieten als anderen. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van de houding ten opzichte van de militaire dienstplicht, de vervangende dienstplicht en de daarmee samenhangende verzetsbewegingen.

Niet-vechtende soldaten
In de negentiende eeuw, na het invoeren van de dienstplicht, emigreerden veel dopers vanuit Zwitserland naar Noord Amerika. Daar hadden ze de mogelijkheid om dienst te weigeren en verder genoten ze religieuze vrijheid. In latere jaren werden de Zwitserse autoriteiten toeschietelijker en lieten ze mennonieten toe om het leger in te gaan als ‘soldaten-zonder-wapens’. Dit werd door kerkbesturen met instemming begroet. Maar toen het leger deze ‘soldaten’ met paarden en later met Land Rovers uitrustte, vatten de mennonieten boeren dit op als een impuls om als nog te gaan vechten. Zo verdween dienstweigering als onderdeel van de geloofsbelijdenis gestadig naar de achtergrond, in die tijd mede bevorderd door de opleving van het Piëtisme. Tenslotte werd pacifisme helemaal niet meer gepredikt.

Gewetensbezwaarden
In de late jaren 1970 en vroege jaren 1980 koos een aantal jonge Zwitserse dopers, meestal onder de invloed van de Noord-Amerikaanse opleving van de Anabaptist Vision (H.S. Bender), toch weer voor dienstweigering, op grond van gewetensbezwaarden, zich bewust van het feit dat ze daarvoor de gevangenis in gingen. Tot het midden van de jaren 1990 werden over deze kwestie verhitte debatten in de gemeenten gevoerd. Het ging onder meer over trouw aan de staat, waar de Brief aan de Romeinen 13 op wijst, versus het verzet tegen het doden, waartoe de Bergrede oproept. De Zwitserse Doperse Vredesgroep, gevormd in de jaren 1980, sloot zich tenslotte aan bij de nieuwe politieke beweging die pleitte voor de invoering van de vervangende dienstplicht. Deze werd aangenomen in 1996.

Sociale gerechtigheid
Naast de discussies over geweld en dienstplicht wordt er momenteel ook veel gediscussieerd over de samenhang tussen geweld en het ontbreken van sociale gerechtigheid. Onderwerpen over actief verzet tegen onrecht en militarisme, en door de staat uitgevoerd geweld, zoals wanneer vluchtelingen met harde hand het land worden uitgezet, leiden tot verhitte debatten. Het lijkt erop dat de Zwitserse doperse gemeenschap in haar antwoorden op deze vragen zeer divers is, net zo als de rest van de bevolking van Zwitserland.

Vertaling: Eliza ten Kate