Van 'Armengutkasse' naar Swiss Mennonite Mission

Auteur: Pierre Zürcher

Hulp aan de medemens is belangrijk in de mennonieten gemeenten, en dat is altijd zo geweest. Zodra een gemeente werd gesticht werd er ook altijd een 'Armengutkasse' of liefdadigheidsfonds opgezet, om mensen in nood te helpen. Het geld voor dit fonds kwam van vrijwillige bijdragen en erfenissen van gemeenteleden. Alhoewel de bisschop van het plaatselijke bisdom het recht had om erfenissen van kinderloze echtparen voor zichzelf op te eisen (ledroitd'auboine), stond hij ze meestal welwillend af, omdat hij wist dat de mennonieten goed voor de armen in hun middenzorgden. In de archieven van de Konferenz der Mennonieten der Schweizzijn handgeschreven kasboeken van elf gemeenten bewaard gebleven waarvan de oudste dateert uit 1715.

Hulp aan dopersenen niet-dopersen
Het liefdadigheidsfonds van de gemeenten hielp mensen in het gehele land; de Jura, het gebied rondom Bazel en zelfs over de grens tot in Frankrijk. Individuele gevallen van hulp aan niet-dopersenstaan ook in de kasboeken. Al lezend in deze oude boeken vind je interessante voorbeelden. In 1768 schreef de diaken Christen Tschantz dat hij uit  Bürki's testament voor de 'Armengut' 300 kronen had ontvangen. Een andere penningmeester schreef: 'Op 11 september 1859 ontving ik vlak voor zijn dood 91 frank van Ueli Lehman, voor de armen’. Tevens konden alleenstaande bejaarden vaak bij doperse families wonen. Hun kost en inwoning werd dan door de 'Armengutkasse' betaald.

Swiss Mennonite Mission (SMM)
De doperse 'Armengutkasse' geeft aan hoe belangrijk hulp aan de medemens voor Zwitserse gemeenten was– lang voor het begin van de welvaartsstaat. Het is daarom niet verrassend dat sommigenervan verdacht werden alleen maar lid te worden van een gemeente, omdat ze aangetrokken werden door deze vorm van bijstand.
Na de Tweede Wereldoorlog richtten de Zwitserse mennonieten hun eigen hulporganisatie (SMO) en ook een zendingsorganisatie (SMEK)op. Sinds 1998 zijn deze verenigd in de Swiss Mennonite Mission. De afgelopen decennia zijn er door hen meerdere malen hulpacties georganiseerd. In 1974 is bijvoorbeeld vijftig ton poedermelk naar het door honger getroffen Tsjaad gestuurd. Door de jaren heen zijn er veel van dit soort acties geweest, vaak in samenwerking met de hulporganisatie van de Noord-Amerikaanse doopsgezinden, het Mennonite Central Committee (MCC).

Vertaling: Eliza ten Kate