Zwitserland

Talen: Duits, Frans, Italiaans, Reto-Romaans

Religies: Rooms-Katholiek 40%, Protestant 25%, Moslim 5%

Bevolking: 8 miljoen

Hoofdstad: Bern

Doopsgezinden in Zwitserland

Aantal doopsgezinde Gemeenten: 14, vooral gelegen in het noordwesten

Hoeveelheid gedoopte doopsgezinden:

2.323 = 4% van de Europese doopsgezinden

 

Zwitserland bezoeken?

 

Een deel van de 9000 km lange Migratie Route komt door dit gebied.


Van 'Armengutkasse' naar Swiss Mennonite Mission

Auteur: Pierre Zürcher

Hulp aan de medemens is belangrijk in de mennonieten gemeenten, en dat is altijd zo geweest. Zodra een gemeente werd gesticht werd er ook altijd een 'Armengutkasse' of liefdadigheidsfonds opgezet, om mensen in nood te helpen. Het geld voor dit fonds kwam van vrijwillige bijdragen en erfenissen van gemeenteleden. Alhoewel de bisschop van het plaatselijke bisdom het recht had om erfenissen van kinderloze echtparen voor zichzelf op te eisen (ledroitd'auboine), stond hij ze meestal welwillend af, omdat hij wist dat de mennonieten goed voor de armen in hun middenzorgden. In de archieven van de Konferenz der Mennonieten der Schweizzijn handgeschreven kasboeken van elf gemeenten bewaard gebleven waarvan de oudste dateert uit 1715.

Hulp aan dopersenen niet-dopersen
Het liefdadigheidsfonds van de gemeenten hielp mensen in het gehele land; de Jura, het gebied rondom Bazel en zelfs over de grens tot in Frankrijk. Individuele gevallen van hulp aan niet-dopersenstaan ook in de kasboeken. Al lezend in deze oude boeken vind je interessante voorbeelden. In 1768 schreef de diaken Christen Tschantz dat hij uit  Bürki's testament voor de 'Armengut' 300 kronen had ontvangen. Een andere penningmeester schreef: 'Op 11 september 1859 ontving ik vlak voor zijn dood 91 frank van Ueli Lehman, voor de armen’. Tevens konden alleenstaande bejaarden vaak bij doperse families wonen. Hun kost en inwoning werd dan door de 'Armengutkasse' betaald.

Swiss Mennonite Mission (SMM)
De doperse 'Armengutkasse' geeft aan hoe belangrijk hulp aan de medemens voor Zwitserse gemeenten was– lang voor het begin van de welvaartsstaat. Het is daarom niet verrassend dat sommigenervan verdacht werden alleen maar lid te worden van een gemeente, omdat ze aangetrokken werden door deze vorm van bijstand.
Na de Tweede Wereldoorlog richtten de Zwitserse mennonieten hun eigen hulporganisatie (SMO) en ook een zendingsorganisatie (SMEK)op. Sinds 1998 zijn deze verenigd in de Swiss Mennonite Mission. De afgelopen decennia zijn er door hen meerdere malen hulpacties georganiseerd. In 1974 is bijvoorbeeld vijftig ton poedermelk naar het door honger getroffen Tsjaad gestuurd. Door de jaren heen zijn er veel van dit soort acties geweest, vaak in samenwerking met de hulporganisatie van de Noord-Amerikaanse doopsgezinden, het Mennonite Central Committee (MCC).

Vertaling: Eliza ten Kate


Geloof in het Zwitsersdoperse gezin, vroeger en nu


Auteur: Nelly Gerber-Geiser

'FürSpysundTrank, für d’s täglichBrot, mirdanke dir, o Gott‘ (Voor eten, drinken, enons dagelijks brood, dank ik u o God.) De tafel is gedekt. De hele familie is bij elkaar gekomen, klaar voor het eten. Het is zondag, begin november 2013. De maaltijd geeft grootouders de gelegenheid om een belangrijke geloofstraditie aan hun kleinkinderen door te geven. Als gebed wordt een lied gezongen, en alhoewel niet iedereen het kent, luisteren allen vol respect. Een paar van de aanwezigen komen net terug van de kerk, één kleinkind van zondagsschool. Het zaaien van de geloofszaadjes, en goed voor de opkomende plantjes zorgen: … Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen. Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden – Psalm 78:6-7

Voorbereiden voor de zondag.
‘We kunnen niet langer samen thuis de bijbel lezen en een viering houden. Iedereen in dit huis gaat op een andere tijd weg’,  zei een moeder in 1960. ‘Vroeger op de boerderij toen ik nog jong was, zou het niet bij ons zijn opgekomen om de dag te beginnen zonder bij elkaar te komen voor het ochtendgebed. En elke avond kwamen we minstens met zijn twaalven weer bijeen om vader te horen voorlezen uit de familiebijbel, en om te bidden. Het was belangrijk voor onze ouders om hun geloof door te geven, thuis, op school en in de kerk’.

‘Als oudste uit een groot gezin moest ik hard meewerken ter voorbereiding van de zondag. Heel veel schoenen poetsen, zondagse kleren klaarleggen, vloeren schrobben, het erf opruimen, kleine broertjes en zusjes in een tobbe doen in de keuken, en dan eindelijk de zondagse cake bakken. ‘s Zaterdags rook naar zeep, vloerwas, Zopf – een gevlochten brood gebakken voor zondag, cake en soep. We wilden zoveel mogelijk alles klaar hebben voor zondag, zodat we tijd hadden om naar de kerk te gaan en om familie en vrienden uit de kerk te ontmoeten. Bijna elke zondag hadden we gasten die mee aten.

Gastvrijheid
Gastvrijheid was belangrijk op de boerderij van mennonieten, en niet alleen op zondag. Als mensen in nood of koopliedenaan de deur klopten kregen ze een stevige maaltijd, en soms voedsel en onderdak. Deze mensen waren allemaal welkom aan tafel, en werden betrokken bij familieactiviteiten zoals vierstemmig zingen rondom het harmonium.

Vertaling: Eliza ten Kate


Trends en invloeden in de geloofsuiting


Auteur: Lukas Amstutz

Wie de veertien Zwitserse mennonieten gemeenten bezoekt zal al snel merken dat ze heel divers zijn. De stijl van de viering en de theologische overtuigingen variëren niet alleen tussen, maar ook binnen de gemeenten. Aan de ene kant komt deze diversiteit voort uit een hoge mate van autonomie in geloof en gemeentepraktijk. Aan de andere kant, als we deze diversiteit dichterbij bekijken ontdekken we een grote verscheidenheid aan theologische en spirituele invloeden en trends, zowel uit het verleden als uit het heden.

Piëtisme
In de negentiende eeuw raken veel gemeenten geïnspireerd door opwekkingsbewegingen. In SanktChrischona in de buurt van Bazel,wordteen groot aantal mennonieten geïnspireerd door het piëtistische seminarie dat daar in die tijd gesticht wordt. Zodoende komt er in veel gemeenten een piëtistisch klimaat met nadruk op bekering, dagelijkse godsdienstoefeningen en morele integriteit. Evangelisatie en buitenlandse missie hebben een hoge prioriteit, zo ook samenwerking met de ‘Evangelische Allianz’. Gaandeweg past men zich ook aan de wet- en regelgeving van de staat aan.Militaire dienstweigering op grond van gewetensbezwaarden, schuift in de negentiende eeuw naar de achtergrond.

Nieuwe invloeden
Na de Tweede Wereldoorlog brengen Noord-Amerikaanse mennonieten nieuwe invloeden. Geïnspireerd door de wederdopers uit de zestiende eeuw, hechtten zij veel waarde aan de navolging van Christus, saamhorigheid in de gemeente en geweldloosheid. Om de bijbelse, theologische en historische oorsprong van deze elementen in de gemeenten te versterken, wordt in 1950 de EuropäischeMennonitischeBibelschuleopgericht, nu als theologisch seminarie gevestigd op de BienenbergbijLiestal. In die jaren leidden doperse overtuigingen ertoe dat mennonietentoch weer gaan lobbyen voor vervangende dienstplicht, een proces dat vele jaren duurt maar in 1992 eindelijk gelegaliseerd wordt. Ondertussen is men zich ervan bewust dat het vredesgetuigenis meer is dan alleen dienstweigeren. Humanitaire hulp is daar zeker een onderdeel van, evenals conflictbemiddeling en het stimuleren van sociale gerechtigheid. Samen met andere kerken en organisaties worden activiteiten op dit gebiedondernomen.

Geloofsuitingen
In vieringen en kerkdienstenuit men zich tegenwoordig vaak in eenemotionele relatie met Godin de overtuiging dat de heilige Geest de mensen kan beroeren, ook door wonderen. Gevarieerde geloofsuitingen zijn onderdeel van de huidige Zwitserse mennonieten gemeenten. Of ze volledig onafhankelijke concurrenten blijven, of elkaar zullen aanvullen en omvormen tot een nieuwe eenheid in verscheidenheid, zal de tijd moeten leren.

Vertaling: Eliza ten Kate


Historisch overzicht

Auteur: Hanspeter Jecker

De wederdopers. Sommige van hun tijdgenoten zagen hen als vrome excentriekelingen, de staatskerk zag hen als gevaarlijke ketters, en in het oog van de autoriteiten waren ze opstandige rebellen. In heel Europa ondervonden ze discriminatie en vervolging, en werden ze gearresteerd en gemarteld, onterfd en onteigend, verbannen en geëxecuteerd – en nergens in Europa zo lang als in Zwitserland. Een aantal mensen echter, zag hen als mensen die hun christen-zijn serieus namen, en waardeerden hen als betrouwbare buren, omdat ze probeerden hun geloof te leven. Maar wie waren nu deze 'wederdopers', die weigerden om officiële kerkdiensten bij te wonen, om een eed af te leggen, of in militaire dienst te gaan – en die vaak bereid waren daar een hoge prijs voor te betalen?
Het begin van de wederdopers kunnen we vinden tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw. In tegenstelling tot het toen gebruikelijke gedwongen lidmaatschap van de Rooms-katholieke Kerk, zagen de wederdopers een onafhankelijke gemeente voor zich, gebaseerd op vrijwillig lidmaatschap. In 1525 begonnen voormalige aanhangers van Zwingli met het dopen van volwassenen op basis van een persoonlijk uitgesproken belijdenis. Gelijksoortige bewegingen als de wederdopers ontwikkelden zich in die tijd ook in andere delen van Europa.

Amish
De wederdopers groeiden snel in heel Europa, ondanks de vervolging. Door de, vooral in Zwitserland constante en systematische onderdrukking, werdenzij gedwongen zich af te zonderen. Dit veroorzaakte een sociaal isolement en soms theologische bekrompenheid. Conflicten onder de wederdopers leidden tot meerdere splitsingen in de groep, zo ook tot het ontstaan van de Amish in 1693.

Vervolging
Rond het jaar 1700 waren de wederdopers in Zwitserland door intense vervolging bijna uitgeroeid. Alleen in de regio Bern waren een paar gemeenten blijven bestaan. Sporen van het oorspronkelijke Zwitserse doperse geloof leiden ons naar,onder meer,de Jura, de Elzas, de Pfalz, Nederland en Noord Amerika. De druk van de vervolgingwerd pas minder tijdens de Verlichting en de Franse revolutie. De invloed van het Piëtisme en het Réveilin de achttiende en negentiende eeuw gaf doperse gemeenten de kans om weer te groeien.

Verzoening
Van een broederlijk samenleven van staatskerk en onafhankelijke doperse gemeenten was echter nog steeds geen sprake. Slechts langzamerhand maakte de eerdere houding van verzet plaats voor stappen naar verzoening en waardering. In het kader van het 'Täuferjahr 2007' vond een uitgebreide dialoog plaats tussen doperse en reformatorische kerken (2006-2007). Vandaag de dag zijn er in Zwitserland veertienmennonieten gemeenten met in totaal 2300 leden.

Vertaling: Eliza ten Kate


Doperse reis door Zwitserland

Auteur: Hanspeter Jecker

Toeristen denken bij Zwitserland meestal aan de Matterhorn, chocolade, horloges en banken. Maar dit land heeft meer te bieden. Onze doperse reis begint in Bazel waar Erasmus in 1516 zijn Griekse Nieuwe Testament publiceerde. Deze editie werd de bron voor Luthers en Zwingli's vertaling van de bijbel dat de impuls gaf voor de  Reformatie.

Zürich
Zürich werd het centrum van de transformatie van kerk en samenleving. De invloed van theoloog Ulrich Zwingli begon hier in 1519. De discussies gingen al snel over hoe ver de hervormingen moesten gaan en hoe snel, en onder wiens leiderschap ze plaats moesten vinden. Na 1523 werd Zwingli steeds meer bekritiseerd door zijn achterban. In 1525 braken zij definitief met hem door het uitvoeren van de volwassenendoop. Als straf hiervoor werd in 1527 de eerste doperse martelaarFelix Mantz verdronken in de Limmat rivier.

'Doperse’ grot
De vervolging kwam razendsnel op gang en wederdopers trokken zich terug buiten de stad. Samenkomsten werden belegd op verlaten plaatsen, zoals in de ‘Doperse Grot’ nabij Hinwil. In het begin waren de wederdopers niets meer dan een smeltkroes van in de Reformatie teleurgestelde mensen. Het was voor hen essentieel om een snelle beslissing te nemen over de weg die moest worden ingeslagen. Met dit doel kwamen in 1527 doperse leiders bijeen in Schleitheim. Hier werden de ‘SchweizerBrüder’ het eens over de principes van geweldloosheid en het vrijwillige lidmaatschap van de gemeente. In het kleine ‘Ortsmuseum’ van Schleitheim is van deze ‘Schleitheimer Artikelen’ nog een afschrift te vinden.
In het kanton Bern kregen de wederdopers snel voet aan de grond. Ook in Emmental en in de regio Oberaargau en in Thun waren grote aantallen dopers te vinden. Veel plaatsen dragen nog steeds zichtbare sporen van de onderdrukking die de dopers moesten doorstaan.Zo bijvoorbeeld een doperse schuilplaats in Hüttengraben in Trub met een museum, en de gevangeniscellen in Kasteel Trachselwald.

De Jura, van vluchtplaats tot ‘thuis’
Tijdens deze eerste vervolgingen, waren de hogergelegen boerderijen van de Jura zeer geschikt als tijdelijke schuilplaats. In de Jura vindt men ook nog een  indrukwekkende grot waar dopers samenkwamen, het ‘Geisskirchli’  (geitenkerkje).Uiteindelijk werd de Jura een thuis voor steeds meer dopers, en rondom 1900 werden er talrijke ontmoetingshuizen gebouwd, denk aan Les Bulles, Moron en Jeangui, waar nu ook het historisch Archief met permanente tentoonstelling is ondergebracht. Als we weer terugreizen naar Bazel worden we herinnerd aan de eerste Mennonite World Conference, die hier in 1925 plaatsvond, en aan het vroege begin van de EuropäischeMennonitischeBibelschulehier opgericht in1950 en nu gevonden kan worden op de Bienenberg nabij Liestal.

Vertaling: Eliza ten Kate


Zwitserse mennonietenzijn goede landbouwers

Auteur: Jürg Rindlisbacher

In de huidige doperse gemeenschappen vormt landbouw nog steeds een belangrijke bron van inkomen. Slechts twee van de veertien kerken hebben geen boerengezinnen in hun midden. In sommige gemeenten in het Jura-gebergte, b.v. Kleintal, Sonnenberg of La Chaux-d’Abel, groeide de meerderheid van de leden op een boerderij op, of woont er nog steeds. De huidige mennonietenboeren verdienen in de bergachtige omgeving hun brood vooral door veehouderij: voor de slacht of als zuivelbedrijf, om kaas te maken, en ook door de eierhandel. Graan, fruit en groenten worden meestalgeteeld voor eigen gebruik, en soms verkocht. Op twee boerderijen in het gebied rondom Bazel en rondom Neuchatel wordt wijn gemaakt.

Van landbouw en veehouderijnaar industrie en sociaal werk
Meer dan vier eeuwen lang waren de woorden 'Zwitserse Doper' en 'Landbouwer' bijna synoniem. Zebewerkten het land in de Emmental en het Jura-gebergte,en stonden bekend als hardwerkende, betrouwbare boeren. De kerkdiensten werden ook op de boerenhovengehouden. Vaak waren de boeren ook nog voorganger – zo zorgden zij voor zowel hun dierlijke als hun menselijke kudde. Sinds de jaren 1950 veranderden steeds meer mennonietenvanwerk: van landbouwer naar sociaal werker of ze gingen werken in de industrie. Zij verruilden het platteland voor de stad waardoor bijvoorbeeld in Bern en Biel nieuwe gemeenten ontstonden. Tussen 1965 en 2011 is het aantal boerderijen onder de mennonieten met twee-derde afgenomen. De overgebleven boerderijen werdengroter, maar de gezinsgrootteen hoeveelheid werknemers per boerderij namen af,onder anderedoor mechanisatie en een steeds globalere afzetmarkt.

Doperse sporen in landbouw en veeteelt
Zwitserse mennonieten hebben een belangrijk stempel gedruktop de landbouw in hun land. Zowel door het ontginnen van land in de Jura in de vorige eeuwen, toen hardwerkende boeren uit Emmental zich in de beboste heuvels mochten vestigden, als door de veeteelt van bijvoorbeeld de Montbéliard koe of het Franches-Montagnes paard. Door huidigeveranderingen in de landbouw, zouden deze sporen kunnen verdwijnen. Het ontginnen van bergachtige gebieden wordt niet langer gezien als economisch voordelig, en het Franches-Montagnes werkpaard is niet langer nodig. Ondanks al deze ontwikkelingen blijven de huidige doperselandbouwers hun beroeptoegewijd uitoefenen. In november 2013 werd een mennonietenboer verkozen tot voorzitter van het Swissherdbook, de grootste veeteeltorganisatie van Zwitserland.

Vertaling: Eliza ten Kate

Muziek en gezang

Auteur: Margrit Ramseier

2013: ‘God leeft'. Het koor van de oudste mennonieten kerk in Zwitserland, in Langnau in Emmental, viert zijn 125e verjaardag met een zangdienst.

2008: ‘Ere zij God in de hoge’. Een indrukwekkend vierstemmig gezang. De stemmen van de honderden aanwezigen afkomstig uit vele Zwitserse kerken klinken tijdens een begrafenis. De meeste mensen zingen het uit het hoofd, en het orgel dat hen begeleidt is eigenlijk overbodig. De aanwezige gasten zijn erg onder de indruk van de samenzang.

1965: ‘Halleluja, de almachtige God en Heer regeert’. Ik zit met mijn familie in de antieke stoelen van de Franse Kerk in Bern, en hoor Händels ‘Messiah’ uitgevoerd door een koor van meer dan honderd mennonieten, een ervaring om nooit meer te vergeten!

Voor veel gemeenten hoort het meerstemmig zingen bij hun identiteit. De Zwitserse mennonieten zijn daar trots op, maar tegelijk zijn ze bang dat het langzamerhand zal verdwijnen. De vroege dopers schreven liederen over martelaarschap en zongen unisono. Lange tijd was de Ausbund de belangrijkste liedbundel. Toen indertijd de reformatorische kerken van Zwitserland hun gezangen meerstemmig zongen, vonden de dopers dit werelds en zondig.

Van opwekkingsliederen tot klassieke kerkmuziek
In de negentiende eeuw kwamen opwekkingsliederen in zwang ook in de mennonieten gemeenten. Na een periode van vervolging werden uiteindelijk ook kerken gebouwd, en gaandeweg kreeg het harmonium een plaats zowel in kerken als en huiskamers. Koorrepetities bleven tot ver in de twintigste eeuw één van de weinige geaccepteerde vormen van ‘vermaak’. Leraren op mennonieten scholen waren vaak ook koordirigent of predikant. Zij stimuleerden en ontwikkelden de muzikale gaven van hun leerlingen. Ook klassieke muziek kwam op het repertoire. Vol enthousiasme werden koorfestivals gehouden, waarbij het vierstemmige zingen de norm werd. Veel Zwitserse professionele musici hebben een mennonieten achtergrond.

Eredienst
Mennonieten zingen nog steeds van harte, maar vierstemmig zingen is niet langer de norm. Het aantal koren is afgenomen, kerkdiensten krijgen andere vormen waardoor het repertoire van gezangen die iedereen kent kleiner wordt. Veel gemeenten zitten in een soort van cultureel conflict. Er zijn leden die de traditionele gezangen en het vierstemmige zingen belangrijk vinden voor de beleving van hun doperse identiteit, terwijl anderen liever meer Engelstalige invloed in hun gezangen willen zien. Hier liggen voldoende uitdagingen voor de toekomst om in liefde te zoeken naar een gemeenschappelijke oplossing.

Vertaling: Eliza ten Kate

Dienstplicht en vervangende dienstplicht

Auteur: Hans Ulrich Gerber

Tegenwoordig zijn de Zwitserse mennonieten niet meer de 'stillen in den lande’, zoals in de negentiende en twintigste eeuw. Lang waren ze een groep die zich cultureel en religieus van de samenleving onderscheidde, maar na de Tweede Wereldoorlog maakte de Zwitserse doperse gemeenschap dezelfde ontwikkeling door als de andere historische kerken in het land.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw zijn de mennonieten van een homogene en geïsoleerde gemeenschap veranderd in een groep die erkend wordt en meedoet.
Successen en tegenslagen in de overgang naar het post-christendom, gelden net zo hard de mennonieten als anderen. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van de houding ten opzichte van de militaire dienstplicht, de vervangende dienstplicht en de daarmee samenhangende verzetsbewegingen.

Niet-vechtende soldaten
In de negentiende eeuw, na het invoeren van de dienstplicht, emigreerden veel dopers vanuit Zwitserland naar Noord Amerika. Daar hadden ze de mogelijkheid om dienst te weigeren en verder genoten ze religieuze vrijheid. In latere jaren werden de Zwitserse autoriteiten toeschietelijker en lieten ze mennonieten toe om het leger in te gaan als ‘soldaten-zonder-wapens’. Dit werd door kerkbesturen met instemming begroet. Maar toen het leger deze ‘soldaten’ met paarden en later met Land Rovers uitrustte, vatten de mennonieten boeren dit op als een impuls om als nog te gaan vechten. Zo verdween dienstweigering als onderdeel van de geloofsbelijdenis gestadig naar de achtergrond, in die tijd mede bevorderd door de opleving van het Piëtisme. Tenslotte werd pacifisme helemaal niet meer gepredikt.

Gewetensbezwaarden
In de late jaren 1970 en vroege jaren 1980 koos een aantal jonge Zwitserse dopers, meestal onder de invloed van de Noord-Amerikaanse opleving van de Anabaptist Vision (H.S. Bender), toch weer voor dienstweigering, op grond van gewetensbezwaarden, zich bewust van het feit dat ze daarvoor de gevangenis in gingen. Tot het midden van de jaren 1990 werden over deze kwestie verhitte debatten in de gemeenten gevoerd. Het ging onder meer over trouw aan de staat, waar de Brief aan de Romeinen 13 op wijst, versus het verzet tegen het doden, waartoe de Bergrede oproept. De Zwitserse Doperse Vredesgroep, gevormd in de jaren 1980, sloot zich tenslotte aan bij de nieuwe politieke beweging die pleitte voor de invoering van de vervangende dienstplicht. Deze werd aangenomen in 1996.

Sociale gerechtigheid
Naast de discussies over geweld en dienstplicht wordt er momenteel ook veel gediscussieerd over de samenhang tussen geweld en het ontbreken van sociale gerechtigheid. Onderwerpen over actief verzet tegen onrecht en militarisme, en door de staat uitgevoerd geweld, zoals wanneer vluchtelingen met harde hand het land worden uitgezet, leiden tot verhitte debatten. Het lijkt erop dat de Zwitserse doperse gemeenschap in haar antwoorden op deze vragen zeer divers is, net zo als de rest van de bevolking van Zwitserland.

Vertaling: Eliza ten Kate