Bouwmeester en kunstenaar

Auteur: Paul F. Thimm

In Gdansk kom je sporen tegen van een doperse bouwmeester- en kunstenaarsfamilie Van den Blocke. Hanzestad Danzig (Gdansk) was een van de rijkste en mooiste steden in Noord-Europa.

Willem was de zoon van beeldhouwer François van den Blocke, uit Mechelen, België. Samen met broer Egidius trokken zij naar Danzig. Men zocht naar vaklui die de trots van deze stad omzetten in bouwwerken. Grote bekendheid verwierf hij met de opdracht voor de Hooglandse Poort, beginpunt van de ‘Koninklijke Route’ door de binnenstad. Hij versierde die met natuursteen, wapens van Polen, Pruisen en de stad. In Oliva maakte hij de graftombe voor de familie Kos. In Königsberg is ook een graftombe van hem.

Zoon Abraham, architect en beeldhouwer, werkte mee aan de Artushof en de Neptunusfontein, en vervaardigde de marmeren graftombe voor markies Bonifacio in de Drievuldigheidskerk. Verder ontwierp hij het Gouden Huis van burgemeester Speimann en de Gouden Poort. Zoon Isaac maakte schilderijen in de Catharinakerk en in de ‘Rode Zaal’ van het raadhuis, daarnaast afbeeldingen op altaar en kansel in de Mariakerk. Samen met broer Jacob, timmerman, werkten ze aan de erepoort voor koning Sigismund.

Nieuwkomers verwierven het burgerrecht van Danzig door de burger-eed te zweren, zoals Egidius en Willems zonen Abraham, Jacob en David. Om die reden zijn zij waarschijnlijk luthers geworden, daar mennonieten geen eden zweren.

Waarschijnlijk bleven Willem en zijn zoon Isaac mennoniet. Kenmerkend hiervoor is dat Willem zijn drie zoons vernoemde naar de aartsvaders. Ook zijn ‘Vermeulenbijbel’ wijst daarop, die tekstueel overeenstemt met de ‘Biestkensbijbel’ van doperse makelij. De Danziger koopman Krijn Vermeulen liet  deze drukken voor zijn Nederlandstalige geloofsgenoten. Op dit exemplaar staan Willems naam en het jaartal 1607 vermeld.

Isaac verzocht om zijn vak uit te mogen oefenen zonder eed te hoeven zweren. Zijn mennoniet-zijn vinden we terug in zijn plafondschilderij van het raadhuis. God is daarop niet afgebeeld, maar met een arm uit de hemel en de vier letters van de Godsnaam aangeduid.

Bronnen:
Horst Penner, ‘Niederländische Täufer formen als Baumeister, Bildhauer und Maler mit an Danzigs unverwechselbarem Gesicht‘, in: Mennonitische Geschichtsblätter (MGB), 26. Jg. 1969, S.12-26.
Horst Penner, ‘Kunst und Religion bei Wilhelm und Isaac von dem Block‘, in: MGB 27.Jg. 1970, S. 48-50.
Rainer Kolbe, ‘Wie mennonitisch war die Danziger Künstlerfamilie von Block?‘, in: MGB 66. Jg. 2009, S.71-84.
Rainer Kolbe, ‘Die Vermeulen-Bibel des Wilhelm von den Blocke von 1607‘, in: MGB 67. Jg. 2010, S.69-75. Nachtrag zu dem Artikel “Wie mennonitisch war die Danziger Künstlerfamilie von Block?“, in: MGB 66 (2009).