Zulawy – een nieuw begin

Auteur: Łukasz Kępski

Zulawy – het vruchtbare groene land rond de monding van de rivier de Vistula, met zijn unieke traditionele architectuur en ongelofelijk complexe afwateringssysteem, was een thuis voor vele generaties mennonieten vanaf de zestiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw.

Tolerantie
De eerste mennonieten vestigden zich in Zulawy in het midden van de zestiende eeuw. Dit gebied, ook wel Werder genoemd, maakte deel uit van Pruisen, één van de provincies geregeerd door Poolse koningen. In voorgaande eeuwen was Polen al tolerant geweest naar Joden, Rooms-katholieken en orthodoxe christenen die in het koninkrijk woonden. De eerste helft van de zestiende eeuw was een tijd van godsdienstige conflicten in West-Europa. De Reformatie behaalde een vreedzame overwinning in de grote Poolse steden, vooral in de rijke havensteden zoals Gdansk (Danzig) en Elblag (Elbing), die door druk bevaren handelsroutes met Nederland in verbinding stonden. De Nederlandse mennonieten hoopten door via Gdansk naar Polen te emigreren, hun eigen identiteit te kunnen behouden.

Bekwame boeren
De plaatselijke kooplui en ambachtslieden waren niet blij met de komst van de mennonieten in Gdansk, bang als ze waren voor concurrentie. De Nederlandse bekwaamheid in het bebouwen van moerasland leidde er echter toe, dat de bestuurders van de drassige Vistula regio, de mennonieten uitnodigden om zich in de onontgonnen gebieden van Zulawy te vestigen. Deze legden een netwerk van nederzettingen, kanalen en dijken aan, zodat de landbouw in de regio zich effectief kon ontwikkelen.
De nieuwkomers kregen een speciale status met lange-termijn pachtcontracten die hun godsdienstvrijheid en zelfbestuur garandeerden en hun zeden en gewoonten beschermden. Vanaf 1549 groeide de doperse bevolking in alle delen van Zulawy enorm. In het gebied tussen Gdansk, Elblag en Malbork (Marienburg) vestigden ze zich in reeds bestaande dorpjes en stichtten nieuwe.

Nog een migratie
Het vredige bestaan van de mennonieten in Zulawy werd wreed verstoord door de noordelijke oorlogen in het midden van de zeventiende eeuw, en door de inlijving van het gebied bij Pruisen in 1772. De beperking van hun vrijheid en de toenemende druk om toch het leger in te moeten gaan, leidde tot een volgende migratie – naar de steppes van Oekraïne. Daar vernoemden zij hun nieuwe nederzettingen naar de dorpjes die ze in Zulawy achter hadden gelaten, en vonden zo een nieuw thuis. Degenen die op de oevers van de Vistula waren blijven wonen moesten tijdens de Tweede Wereldoorlog Polen alsnog verlaten. Ze lieten een prachtig landschap achter, evenals een culturele erfenis die gegroeid was tijdens de vierhonderd jaar dat mennonieten in het gebied gewoond hadden.

Vertaler: Eliza ten Kate