Polen

 

Taal: Pools

Religies: Rooms-Katholiek 87%, Orthodox 1,3 % Protestant 0,4 %, (vooral Augsburg Evangelisch – Luthers – en Pinkstergemeente)

Bevolking: 38 miljoen

Hoofdstad: Warschau

Geen officieel geregistreerde doopsgezinden meer.

Polen bezoeken?

Een deel van de 9000 km lange Migratie Route komt door dit gebied.


Bouwmeester en kunstenaar

Auteur: Paul F. Thimm

In Gdansk kom je sporen tegen van een doperse bouwmeester- en kunstenaarsfamilie Van den Blocke. Hanzestad Danzig (Gdansk) was een van de rijkste en mooiste steden in Noord-Europa.

Willem was de zoon van beeldhouwer François van den Blocke, uit Mechelen, België. Samen met broer Egidius trokken zij naar Danzig. Men zocht naar vaklui die de trots van deze stad omzetten in bouwwerken. Grote bekendheid verwierf hij met de opdracht voor de Hooglandse Poort, beginpunt van de ‘Koninklijke Route’ door de binnenstad. Hij versierde die met natuursteen, wapens van Polen, Pruisen en de stad. In Oliva maakte hij de graftombe voor de familie Kos. In Königsberg is ook een graftombe van hem.

Zoon Abraham, architect en beeldhouwer, werkte mee aan de Artushof en de Neptunusfontein, en vervaardigde de marmeren graftombe voor markies Bonifacio in de Drievuldigheidskerk. Verder ontwierp hij het Gouden Huis van burgemeester Speimann en de Gouden Poort. Zoon Isaac maakte schilderijen in de Catharinakerk en in de ‘Rode Zaal’ van het raadhuis, daarnaast afbeeldingen op altaar en kansel in de Mariakerk. Samen met broer Jacob, timmerman, werkten ze aan de erepoort voor koning Sigismund.

Nieuwkomers verwierven het burgerrecht van Danzig door de burger-eed te zweren, zoals Egidius en Willems zonen Abraham, Jacob en David. Om die reden zijn zij waarschijnlijk luthers geworden, daar mennonieten geen eden zweren.

Waarschijnlijk bleven Willem en zijn zoon Isaac mennoniet. Kenmerkend hiervoor is dat Willem zijn drie zoons vernoemde naar de aartsvaders. Ook zijn ‘Vermeulenbijbel’ wijst daarop, die tekstueel overeenstemt met de ‘Biestkensbijbel’ van doperse makelij. De Danziger koopman Krijn Vermeulen liet  deze drukken voor zijn Nederlandstalige geloofsgenoten. Op dit exemplaar staan Willems naam en het jaartal 1607 vermeld.

Isaac verzocht om zijn vak uit te mogen oefenen zonder eed te hoeven zweren. Zijn mennoniet-zijn vinden we terug in zijn plafondschilderij van het raadhuis. God is daarop niet afgebeeld, maar met een arm uit de hemel en de vier letters van de Godsnaam aangeduid.

Bronnen:
Horst Penner, ‘Niederländische Täufer formen als Baumeister, Bildhauer und Maler mit an Danzigs unverwechselbarem Gesicht‘, in: Mennonitische Geschichtsblätter (MGB), 26. Jg. 1969, S.12-26.
Horst Penner, ‘Kunst und Religion bei Wilhelm und Isaac von dem Block‘, in: MGB 27.Jg. 1970, S. 48-50.
Rainer Kolbe, ‘Wie mennonitisch war die Danziger Künstlerfamilie von Block?‘, in: MGB 66. Jg. 2009, S.71-84.
Rainer Kolbe, ‘Die Vermeulen-Bibel des Wilhelm von den Blocke von 1607‘, in: MGB 67. Jg. 2010, S.69-75. Nachtrag zu dem Artikel “Wie mennonitisch war die Danziger Künstlerfamilie von Block?“, in: MGB 66 (2009). 


‘Eén voor allen, allen voor één’

Auteur: MichalTargowski

Het motto van de drie musketiers is goed van toepassing op de mennonieten die in Polen woonden. De gemeenschappen stonden bekend om hun solidariteit en onderlinge steun.

Solidariteit en betrouwbaarheid
De mennonieten in Polen waren afstammelingen van Nederlandse immigranten. In tegenstelling tot de meeste Poolse landarbeiders waren ze geen lijfeigenen. Hun relatie met landeigenaren en bisschoppen was gebaseerd op lange termijn contracten, meestal ondertekend door een aantal landarbeiders uit één gebied tegelijk. Bij het recht tot het pachten van het land, hoorden privileges maar ook verplichtingen.
Door deze contracten ontstonden in de Vistula Delta van de zestiende eeuw doperse plattelandsgemeenschappen met een grote autonomie en een goed ontwikkeld zelfbestuur. In de contracten stond vaak dat alle leden van de gemeenschap hun plichten moesten nakomen, en dat hun verantwoordelijkheid  'één voor allen en allen voor één' was. Dit motto is een goede omschrijving van de gebruiken die het dagelijkse leven in de mennonieten boerendorpen in Polen kenmerkten.

'Willkürs'
De regels die in de nederzettingen van kracht waren, werden opgeschreven in de zogenaamde 'Willkürs': lijsten van reglementen, genoteerd op lange, versierde documenten die generaties lang bewaard werden in speciale kisten. De belangrijkste onderdelen betroffen reglementen rondom zelfbestuur.
Het hoofd van het bestuurlijk orgaan  was de 'Schultz', bijgestaan door raadsleden, allen gekozen door de plaatselijke landarbeiders. Ze hadden deze positie voor één jaar, en moesten aan het eind daarvan verslag uitbrengen aan de gemeenschap over hun uitgaven en de activiteiten die ze ondernomen hadden.

Alle leden van de gemeenschap betaalden een vast bedrag voor het onderhoud van de begraafplaats en de school, en voor het loon van de leraar. Er werd speciale aandacht geschonken aan het vinden van de beste voogd voor wezen. Mensen die de belangrijkste plichten zoals belasting betalen, onderhoud van dijken en sloten en het voorkomen van brand, verwaarloosden werden door de gemeenschap zwaar bestraft met boetes of zelfs verbanning.

Steun aan slachtoffers
Slachtoffers van diefstal werden gesteund. Zelfs als slechts een paard of een koe was gestolen, moest elk gezin één persoon sturen om met zijn allen de dief op te sporen. Gemeenschapsleden waren ook verplicht om financiële en materiële steun te geven aan slachtoffers van brand. Voor het onderhoud van dijken en sloten werden speciale organisaties opgericht. Deze bestonden tot aan de negentiende eeuw, en waren één van de manieren waarop de mennonieten verweven waren met het Poolse landschap en Polen zelf.

Vertaler: Eliza ten Kate 


Mennonieten architectuur in Polen

Auteurs: WojciechMarchlewski, MichałTargowski

De mennonieten in Polen verschilden niet alleen van hun buren door hun godsdienst en hun afkomst, maar ook door hun bouwstijl.

Nederlandse stijl
Op de plaatsen waar zij woonden zijn honderden gebouwen te vinden waarvan de architectuur gebaseerd is op een Nederlandse stijl. De Nederlandse mennonieten brachten die in de zestiende eeuw mee. De meeste zijn oude houten boerderijen, te vinden zijn in Żuławy (Werder), en in het dal van de rivier de Vistula. Ze zijn eenvoudig te herkennen: het woonhuis en de stal zijn in een lange lijn gebouwd, overkoepeld door een dak. Ze zijn erg groot, vaak meer dan veertig meter lang.

De mennonieten in moerassige gebieden bouwden hun huizen op terpen. De funderingen waren van eikenhout, de muren van naaldhout. Een houten huis beschermde goed tegen de elementen én maakte het mogelijk om het huis als een bouwpakket uit elkaar te halen en ergens anders weer neer te zetten. Op de zolder werd het hooi en voedsel bewaard, maar tijdens overstromingen vormde het ook een veilige plaats voor de familie en hun bezittingen, inclusief het vee.

Boerderij als kerk
In de eerste twee eeuwen van doperse aanwezigheid in Polen werden de boerderijen ook als kerken gebruikt. In de zestiende en de zeventiende eeuw waren er maar weinig mennonieten kerken. Pas in de achttiende eeuw kregen de gemeenschappen toestemming om in de bovengenoemde plaatsen meer kerken te bouwen. Deze kerken waren van hout, qua vorm bestonden ze uit lange rechthoeken met een simpel puntdak waardoor ze meer leken op stallen dan op kerken.

Nieuwe stijl
Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden oude houten kerken in Żuławy vervangen door nieuwe gebouwen, waarbij vaak de stijl van kerken van andere geloofsgemeenschappen overgenomen werd. Het werden bakstenen gebouwen in neo-gotische of eclectische stijl, en ondanks het ontbreken van een toren toch nog steeds goed te herkennen als eenvoudig dopers. Echter, in het gebied stroomopwaarts van de Vistula bij Torún, Plock en Warschau werd de traditie langer in stand gehouden en bouwden de mennonieten nog tot het eind van de negentiendeeeuw houten kerken. In totaal hebben zij in Polen meer dan veertig kerken op dertig locaties gebouwd, en tot de grote emigratie in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog werden de meeste ook als zodanig gebruikt. Tegenwoordig zijn er nog negen van de oorspronkelijke mennonieten kerken over, waarvan een aantal door andere geloofsgemeenschappen gebruikt worden.

Vertaler: Eliza ten Kate 


Mennonietenbegraafplaatsen

Auteur: ŁukaszKępski

Alhoewel er meer dan vierhonderd jaar mennonieten in Polen gewoond hebben, zijn er vandaag de dag nog maar een paar tastbare overblijfselen van hun aanwezigheid te vinden. Een voorbeeld van deze overblijfselen zijn de oude, en vaak vergeten, begraafplaatsen. De oudste mennonietenbegraafplaatsen in Polen ontstonden toen de eerste migranten zich in de zestiende eeuw in de Vistula delta en vallei vestigden. Ze werden onderhouden door de leden van de gemeenschap, en lagen meestal dicht bij de nederzettingen, op reeds bestaande heuvels of zelfgemaakte terpen die ze tegen overstromingen van de rivier beschermden.

Symbolen
Mennonietenbegraafplaatsen staan vol met belangrijke symbolen, die je nog steeds kunt zien op de overblijfselen van de grafstenen. Vlinders en gebroken bomen symboliseren de broosheid en vergankelijkheid van het menselijke leven, en klaprozen staan symbool voor eeuwigdurende slaap. Schedels, meestal aangebracht onderop de grafsteen, moeten ons herinneren aan de onvermijdelijke dood – het einde van het slingerende levenspad, dat gesymboliseerd wordt door geïllustreerde randen. Een andere interessante decoratie zijn de ‘gmerken’ – de familiewapens die samen met de initialen van de overledene in de grafstenen gebeiteld werden.

Vergeten overblijfselen
Na de Tweede Wereldoorlog ondergingen de meeste mennonietenbegraafplaatsen, evenals die van andere protestanten en van Joden, een droevig lot, toen ze, als gevolg van de gedwongen migratie van de mennonieten uit Polen in 1945, volkomen onbeschermd achterbleven. Ze werden gezien als sporen van de vijandelijke Duitse cultuur, en de grafstenen werden vaak vernield of verwijderd door de nieuwe inwoners van een gebied. Veel begraafplaatsen verdwenen helemaal. Maar, sommigen, vooral als ze ver van de bewoonde wereld lagen, bleven bestaan, als steeds verder vergeten overblijfselen van een gemeenschap die er ooit had geleefd.

Restauratie
Vandaag de dag is dat allemaal veranderd. Op veel plaatsen in Polen worden de mennonietenbegraafplaatsen gerestaureerd door verscheidene organisaties en instellingen, vaak met steun van mennonieten uit Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Er zijn veel goede voorbeelden van zulke activiteiten, zoals de restauratie van een begraafplaats in StogiMalborskie (Heubuden), of een verzamelplaats van grafstenen die 'de elf dorpen begraafplaats' genoemd wordt, en onderdeel uitmaakt van het ‘Zulawy Museum’ in NowyDworGdanski. Tegenwoordig zijn deze bijzondere plekken meer dan alleen bedevaartplaatsen die bezocht worden door nakomelingen van de vroegere mennonieten gemeenschappen. Het zijn inmiddels ookplaatsendie aanzetten tot een intercultureledialoog, die een educatief doel dienen. Toch blijven het bovenal gedenkplaatsen voor mennonieten die eens de bewoners waren van dit gebied.

Vertaler: Eliza ten Kate


Herinneringen aan de mennonieten in het Polen van nu

Auteur:  MichałTargowski

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden de mennonieten gedwongen om Polen, ruim vierhonderd jaar hun thuisland, te verlaten. Hun erfenis wordt nu herontdekt door buitenlandse toeristen en een nieuwe generatie Polen.

Waardering
De bezittingen van de mennonieten die uit Polen vertrokken, werden overgenomen door Poolse gezinnen die uit oost-Polen verbannen waren. De houding van de nieuwe inwoners ten opzichte van hun voorgangers was negatief beïnvloed door anti-Duitse gevoelens en de pijnlijke gebeurtenissen in de oorlog. Desalniettemin  was er ook grote waardering voor de mennonieten, vanwege de gebouwen, apparaten en systemen die ze achtergelaten hadden.Die maakten het mogelijk om ook in drassige gebieden gewassen te verbouwen.

Educatieve en culturele uitwisseling
Het gevoel van verbintenis met hun thuisland bleef echter levend onder de vertrokken mennonieten. Vooral in de eerste jaren na de oorlog probeerden zij meer dan eens tevergeefs materiële hulp aan te bieden. Ook tijdens de Koude Oorlog was het onmogelijk voor henom terug te keren. Pas na het voorzichtige herstel van Poolse relaties met het buitenland in 1970, was het voor sommige mennonieten mogelijk om hun vroegere kerken en nederzettingen weer te bezoeken. Dit was tevens het begin van een educatieve en culturele uitwisseling georganiseerd door het Mennonite Central Committee. De ontstane contacten leidden tot een intensief, maar informeel contact. Als resultaat werden vergeten begraafplaatsen gerestaureerd, geschiedkundig onderzoek gedaan, en kon er eindelijk materiële steun worden verleend.

‘MuzeumZuławskie’
In het onafhankelijke Polen van nu is er een toename van belangstelling voor de mennonieten. Overblijfselen van hun bestaan worden erkend als kostbare onderdelen van het erfgoed van de Poolse gebieden. Er zijn tal van organisaties die zich bezighouden met de herinnering aan deze geloofsgroepering door middel van tentoonstellingen, culturele events, restauraties van begraafplaatsen en het herstellenvan gebouwen.

Sinds 1993 wordt de ‘International Mennonite Conference’ georganiseerd door de ‘KlubNowodworski’ in NowyDwórGdański. Deze organisatie heeft het ‘MuzeumZuławskie’ geopend, met daarin een tentoonstelling over het verhaal van de plaatselijke mennonieten. Hun erfenis wordt gepromoot via een officiële toeristenroute (SzlakMennonitów), en door het ‘Doperse Weekend’ in Chrystkowo. In de nabije toekomst wordt het ‘Dutch Colonization Open Air Museum’ geopend nabijToruń, waar men huizen en kunstwerken kan vinden van de mennonieten die langs de Vistula leefden. En in 2007 werd in MińskMazowiecki, nabij Warschau de ‘Agape Mennonite Fellowship’ gesticht, een gemeenschap van christenen die de overtuigingen en tradities van de Poolse mennonieten zijn toegedaan en wil voortzetten.

Vertaler: Eliza ten Kate 


Kernmomenten in de geschiedenis van de Poolse mennonieten

Auteur: MichałTargowski

Vanaf hun hoopvolle aankomst in de zestiende eeuw tot hun trieste vertrek in 1945,maakten mennonieten een belangrijk deel uit van de Poolse geschiedenis. In Polen woonde ooit de grootste groep mennonieten ter wereld.

Welkom, én gevreesd
Rond 1550 vestigden de eerste mennonieten zich in Polen. Hun migratie van Nederland naar de vallei en de delta van de rivier de Vistula riep uiteenlopende reacties op bij de plaatselijke bevolking. Ze werden gezien als een bedreiging voor zowel de Rooms-katholieke kerk als de andere protestante kerken, maar ook als gevaarlijke concurrenten voor banen in de steden. Tegelijkertijd waren ze van harte welkom vanwege hun bekwaamheid in het bebouwen van moerasland. Van tijd tot tijd probeerden bisschoppen en edelen de mennonieten weg te krijgen, maar ze bleven in Polen, gesteund door koningen, landheren en bestuurders van landgoederen.

Polen stond in die tijd bekend om zijn bij de wet vastgelegde religieuze tolerantie. De Poolse mennonieten werd geloofsvrijheid en bescherming tegen vervolging beloofd. Dit kon hen helaas niet vrijwaren van de gevolgen van de noordelijke oorlogen die in de zeventiende en achttiende eeuw in het gebied woedden. Geweld van rondzwervende troepen en epidemieën maakten in de mennonieten nederzettingen veel slachtoffers.

Verloren vrijheid
Meer dan twee eeuwen lang was het Pools-Litouwse Gemenebest een plaats waar de mennonieten volgens hun geloof en tradities konden leven. Dit veranderde volledig in 1772 en 1793, toen Polen opgedeeld werd en het gebied waarin de mennonieten leefden ingelijfd werd bij Pruisen. De nieuwe vorst legde nieuwe voorschriften aan de mennonieten op. Ze moesten van nu af aan elk jaar een enorme geldsom betalen om gevrijwaard te blijven van militaire dienst, en mochten alleen nog maar boerderijen kopen die al in eigendom van mennonieten waren. Dit zorgde voor een nieuwe migratiegolf naar het Oosten. Sommige families vestigden zich in Plock en Warschau, maar de meeste gaven gehoor aan de uitnodiging van de Russische keizerin Catharina II om steppen te komen koloniseren. De families die in Pruisen achterbleven identificeerden zich meer en meer met de Duitsers, en in 1870 verloren ze hun strijd om vrijwaring van militaire dienst. Ondertussen bracht een nieuwe migratiegolf veel mennonieten van Pruisen naar Noord- en Zuid-Amerika.

Na de Tweede Wereldoorlog  werden de mennonieten beschouwd als Duitsers. Daarom werden ze medeverantwoordelijk gehouden voor de wandaden in de Tweede Wereldoorlog. Begin 1945 werden ze gedwongen het land te verlaten. De meesten vluchtten naar Duitsland en de Verenigde Staten. Zo kwam er een dramatisch en pijnlijk einde aan meer dan vierhonderdjaar mennonieten in Polen.

Vertaler: Eliza  ten Kate


Mennonieten nederzettingen in Polen

Auteur: MichałTargowski

De mennonieten die in het midden van de zestiende eeuw naar Polen emigreerden waren meestal boeren. Hun bekwaamheid in het bewerken van moerassig land zorgde ervoor dat ze zich in het dunbevolkte gebied van de Vistula-delta mochten vestigen.

Voor het platteland kiezen
Alhoewel er kleine gemeenschappen van mennonieten ambachtslieden waren in Elbląg (Elbing) en in de buitenwijken van Gdansk, kozen de meeste van hen ervoor om op het platteland te gaan wonen. De eerste nederzettingen waren in de delta en de vallei van de benedenloop van de Vistula. Slechts enkele boeren leefden aan de Baltische kust of in de moerassen van de rivier de Noteć. In de vroege zeventiende eeuw stichtten Nederlanders ook een kolonie op één van de eilandjes in de rivier dat nu binnen de grenzen van Warschau ligt. Pas na de oorlogen van de late achttiende eeuw konden de nieuwe generaties van in Polen geboren mennonieten verder het land intrekken en nieuwe gebieden stroomopwaarts aan de Vistula en haar zijrivieren koloniseren.

De gebieden waar ze zich vestigden waren bewerkelijk, met grote kans op overstromingen, waardoor de mennonietendorpjes een unieke vorm en karakter kregen. Houten huisjes met telkens dezelfde afstand ertussen, aan een dijk of op een stukje droog land in de buurt van de moerassen. Het land was verdeeld in regelmatige, lange percelen, haaks op de dijk of de weg, en begrensd door sloten. Dit noemt men ‘lint-bebouwing’. Een dergelijke dorps-structuur, die op meerdere plaatsen in Polen nog gevonden wordt, is één van de erfenissen van deze immigranten.

Hechte gemeenschappen
Mennonieten in Polen verenigden zich in groepen, die samenwerking tussen kleine gemeenschappen mogelijk maakten. De groepen organiseerden kerkdiensten die bezocht werden door de inwoners van verscheidene dorpjes. Alles werd in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de boerderijen niet geconfisqueerd werden door rooms-katholieken of lutheranen. Dit leidde tot bijzonder hechte gemeenschappen die hun identiteit en geloof lange tijd behielden, in ieder geval tot de tijd van de verduitsing in de negentiende en 20e eeuw, en soms zelfs tot hun gedwongen vertrek uit Polen in 1945. Voorbeelden van deze eeuwenoude mennonieten nederzettingen zijn dorpjes in Zulawy en de Delta van de Neder Vistula:  WielkaNieszawka (Nessau), Sosnówka (Schonsee), Przechówko (Wintersdorf), Mątawy (Montau), Grupa (Gruppe), Bratwin, Jezioro (Thiensdorf), Kazuń (DeutschKazun) andWymyśle. Hier, evenals in vele andere plaatsen, kan men nog steeds sporen van de geschiedenis van de mennonieten vinden: het vlakke landschap, de architectuur van de houten gebouwen en de stille begraafplaatsen.

Vertaler: Eliza  ten Kate 


Zulawy – een nieuw begin

Auteur: Łukasz Kępski

Zulawy – het vruchtbare groene land rond de monding van de rivier de Vistula, met zijn unieke traditionele architectuur en ongelofelijk complexe afwateringssysteem, was een thuis voor vele generaties mennonieten vanaf de zestiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw.

Tolerantie
De eerste mennonieten vestigden zich in Zulawy in het midden van de zestiende eeuw. Dit gebied, ook wel Werder genoemd, maakte deel uit van Pruisen, één van de provincies geregeerd door Poolse koningen. In voorgaande eeuwen was Polen al tolerant geweest naar Joden, Rooms-katholieken en orthodoxe christenen die in het koninkrijk woonden. De eerste helft van de zestiende eeuw was een tijd van godsdienstige conflicten in West-Europa. De Reformatie behaalde een vreedzame overwinning in de grote Poolse steden, vooral in de rijke havensteden zoals Gdansk (Danzig) en Elblag (Elbing), die door druk bevaren handelsroutes met Nederland in verbinding stonden. De Nederlandse mennonieten hoopten door via Gdansk naar Polen te emigreren, hun eigen identiteit te kunnen behouden.

Bekwame boeren
De plaatselijke kooplui en ambachtslieden waren niet blij met de komst van de mennonieten in Gdansk, bang als ze waren voor concurrentie. De Nederlandse bekwaamheid in het bebouwen van moerasland leidde er echter toe, dat de bestuurders van de drassige Vistula regio, de mennonieten uitnodigden om zich in de onontgonnen gebieden van Zulawy te vestigen. Deze legden een netwerk van nederzettingen, kanalen en dijken aan, zodat de landbouw in de regio zich effectief kon ontwikkelen.
De nieuwkomers kregen een speciale status met lange-termijn pachtcontracten die hun godsdienstvrijheid en zelfbestuur garandeerden en hun zeden en gewoonten beschermden. Vanaf 1549 groeide de doperse bevolking in alle delen van Zulawy enorm. In het gebied tussen Gdansk, Elblag en Malbork (Marienburg) vestigden ze zich in reeds bestaande dorpjes en stichtten nieuwe.

Nog een migratie
Het vredige bestaan van de mennonieten in Zulawy werd wreed verstoord door de noordelijke oorlogen in het midden van de zeventiende eeuw, en door de inlijving van het gebied bij Pruisen in 1772. De beperking van hun vrijheid en de toenemende druk om toch het leger in te moeten gaan, leidde tot een volgende migratie – naar de steppes van Oekraïne. Daar vernoemden zij hun nieuwe nederzettingen naar de dorpjes die ze in Zulawy achter hadden gelaten, en vonden zo een nieuw thuis. Degenen die op de oevers van de Vistula waren blijven wonen moesten tijdens de Tweede Wereldoorlog Polen alsnog verlaten. Ze lieten een prachtig landschap achter, evenals een culturele erfenis die gegroeid was tijdens de vierhonderd jaar dat mennonieten in het gebied gewoond hadden.

Vertaler: Eliza ten Kate



Op zoek naar een verblijfplaats

Auteur: Michał Targowski

Op zoek naar een beter leven waarin ze hun eigen regels en overtuigingen konden naleven, kwamenNederlandse mennonieten in de zestiende eeuw terecht in Polen. In de daaropvolgende eeuwen dwong hetzelfde verlangen hen opnieuw op zoek te gaan naar een volgende woonplaats. In Polen of nog verder.

Intolerantie en geloofsvrijheid
Aan het eind van de achttiende eeuw nam migratie van mennonieten binnen Polen toe, vooral vanwege overbevolking in de nederzettingen en groeiende intolerantie onder een deel van de Poolse bevolking. De migranten trokken verder langs de rivier Vistula of gingen naar het buitenland. Maar ook in de nieuwe plaatsen konden ze niet altijd lang blijven. Rond 1760 stichtten zij uit de regio’s Świecie,
Toruń en Grudziądz twee belangrijke nederzettingen tussen Płock en Warschau -Kazuń (Deutsch-Kazun) and Nowe Wymyśle (Deutsch-Wymysle). Hier woonden zij tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een andere groep, bestaande uit ongeveer 30 gezinnen, verhuisde naar de drassige gebieden van de rivier Noteć bij Drezdenko, deel van Brandenburg, waar ze de nederzettingen Brenkenhoffswalde en Franzthal stichtten. In 1756 kregen deze kolonisten speciale privileges: godsdienstvrijheid en vrijstelling van militaire dienst. Maar toen de Pruisische autoriteiten in 1834 plannen aankondigden om deze privileges af te schaffen, verhuisden de meesten van hen opnieuw.

Militaire Dienst
Een eerste belangrijke emigratiebestemming was het gebied rond de rivier Dnjepr, in de achttiende eeuw in bezit van Rusland (nu Oekraïne). Op uitnodiging van Catharina de Grote verhuisde een grote groep van boeren uit Żuławy naar dit gebied en stichtte de eerste kolonie Chortitza, aan de Dnjepr. In de daaropvolgende jaren werden zij gevolgd door duizenden andere mennonieten die niet konden leven met de beperkingen die de Pruisische staat hen oplegde. Toen Pruisen rond 1860 de militaire dienst verplicht stelde, volgde opnieuw een migratiegolf naar dit keer vooral Noord-Amerika.

Mennonieten in Polen tot 1945
Ondanks de enorme hoeveelheid mennonieten die in de achttiende en negentiende eeuw Polen verlieten, bleef er toch een aanzienlijk aantal over. Maar in 1945 moesten ook zij hun thuisland verlaten als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Gezien de chaos en ellende waarin Polen zich na de oorlog bevond, kozen bijna alle mennonieten er op dat moment voor om te verhuizen naar West-Duitsland, Uruguay, Paraguay, de VS en Canada.

Vertaler: Eliza ten Kate