Een bescheiden mens die de doopsgezinde broederschap hielp vormgeven

Auteur: Marius Romijn

Begin twintigste eeuw werd de invloed van vrijzinnigheid kleiner, terwijl orthodoxie en katholicisme stabiel waren. Veel jongere predikanten worstelden met 'zonde en verlossing'. Zij vonden inspiratie bij de Engelse quakers, vooral hun conferenties in Woodbrooke. Daar stonden Christus en het gebed in het middelpunt; leken gaven leiding in geestelijke zaken en bij praktisch werk.

 

Tjeerd Hylkema werd er als student zeer geraakt door lekenvroomheid, lekenarbeid en vredesgetuigenis. Hij overlegde met andere doopsgezinden, om zoiets in de broederschap in te voeren. Daaruit ontstond in 1917 de Vereniging voor Gemeentedagen, een combinatie van landelijke en regionale ontmoetingen, werkgroepen en geleidelijk ook conferentie- en kampeerverblijven. Vrouwen namen er volop deel, en er kwam nieuw leven in de broederschap. Hylkema, vanaf 1912 predikant in Giethoorn, was tien jaar de voorzitter. De ADS reageerde eerst argwanend op deze beweging van onderaf, met socialistische, pacifistische, feministische, piëtistische en orthodoxe trekjes. Het eigen blad de Brieven verscheen vanaf 1918. Er waren onder meer werkgroepen voor bijbelstudie, het organiseren van jongerenkampen, en tegen de krijgsdienst.

 

In Giethoorn stichtte Hylkema een rietvlechtschool; hij speelde ook een hoofdrol bij hulpverlening aan de doopsgezinden in Rusland, die na de revolutie zwaar werden vervolgd. Zijn boekje daarover uit 1920 De geschiedenis van de doopsgezinde gemeenten in Rusland in de oorlogs- en revolutiejaren 1914 tot 1920, werd herdrukt en uitgebracht in het Duits. Hij werkte mee aan de emigratie van honderden Russische doopsgezinde vluchtelingen naar Noord- en Zuid-Amerika, via Rotterdam. In Nederland werd in de crisistijd hulp geboden aan verarmde gezinnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerde hij een transport van Joodse kinderen naar Londen, en hulp aan vluchtelingenkampen in Nederland.

 

In 1929, toen het doopsgezind broederschapshuis Fredeshiem gereed was waarvan Hylkema de initiator was, werd hij predikant in Amersfoort. Vanaf 1936 tot 1948 stond hij in Amsterdam. Hij is voorzitter geweest van de Doopsgezinde Vredesgroep en was actief voor de bibliotheken van onder meer het Vredespaleis in Den Haag. Hij schreef veel stukken in de Brieven, meerdere boeken, en had een aandeel in de Doopsgezinde Liederenbundel van 1944.

 

Het werk van de Gemeentedagbeweging stimuleerde internationale contacten en bracht de ADS in 1924 tot een verbreding van de doelstelling; bij 'bevordering van de predikdienst' kwamen de materiële, zedelijke en godsdienstige belangen van de Nederlandse doopsgezinden en het vertegenwoordigen van de doopsgezinden naar buiten. In 1947 werd de naam van de Gemeentedagbeweging: 'Gemeenschap voor Doopsgezind Broederschapswerk'.

 

Tjeerd Hylkema was een bescheiden mens; ondanks een zwakke gezondheid kon hij veel van zijn idealen realiseren. Dit hielp de broederschap bij het ingaan van de twintigste eeuw.