Hervormer

Auteur: Marius Romijn

Menno werd priester in de begintijd van de hervorming, toen ook de 'sacramentariërs' opkwamen (Zij wezen het misoffer af). Als kapelaan in Pingjum betwijfelde hij het miswonder, en ging hij de bijbel bestuderen. Inmiddels drong de doperse beweging hier door. Na de onthoofding van Sicke Freerks, die was herdoopt, ging Menno bovendien twijfelen aan de kinderdoop. Toch werd hij eind 1532 pastoor in Witmarsum; hij gold toen als een 'evangelisch prediker'.

 

Dit beginnende doperdom benadrukte de komende Eindtijd; de ware gelovigen moesten zuiver en weerloos leven, in een vlekkeloze gemeente. Een snelgroeiende groep dopers, onder Jan Matthijsz, naderhand Jan van Leyden, wilde zélf het 'Nieuwe Jeruzalem' vestigen, in de bisschopsstad Münster. Het stadsbestuur ging hierin mee, en men bewapende zich voor de verdediging, want de bisschop zou een heroveringsleger sturen.

 

Na een jaar ging dit Münsterse rijkje ten onder. Bij dopers geweld in Friesland waren ook mensen uit Menno's omgeving betrokken. De dopers waren in verwarring, en werden hevig vervolgd. Menno leefde nog comfortabel, maar voelde zich onvrij: 'Ik was in Egypte'. In 1536 trad hij uit de katholieke kerk, en moest ondergronds gaan. Na veel denken en praten, liet hij zich dopen.

 

In 1537 werd Menno tot 'oudste' aangesteld (doperse voorman). Geleidelijk werd hij een leider van de Nederlandse dopers, en verminderde de invloed van zijn concurrent David Joris. Er kwam een prijs op zijn hoofd; mensen die hem hadden gehuisvest, kostte dit het leven. Onderhand schreef hij boeken en traktaten; de overheid verbood die. Hij reisde nog wel rond, maar leefde uiteindelijk als balling in Holstein, met zijn vrouw Geertruyd en enkele kinderen.

 

Omdat voor de dopers de zuivere gemeente centraal stond, hanteerden ze de 'ban': Uitsluiting van leden met wangedrag, om hen via berouw terug te winnen voor de gemeente. De invloedrijke oudste Lenaert Bouwens, bande in Emden de man van Swaan Rutgers, en verbood haar de echtelijke omgang. Zij weigerde, om haar trouwbelofte niet te breken. Menno wilde dit schikken, maar Lenaert dreigde om ook hem te bannen. Menno gaf toe, waarop de meer rekkelijke 'waterlanders' zich afscheidden. Op zijn sterfbed uitte hij spijt, dat hij 'een knecht van mensen' was geweest.

 

Menno was een hervormer van de tweede generatie, geen geleerde zoals Luther, Zwingli en Calvijn. Als praktisch leider verenigde hij de vreedzame dopers in een zeer spannende periode. Aan het eind van zijn leven viel die eenheid in duigen.

 

Bron: Piet Visser, Sporen van Menno. Het veranderende beeld van Menno Simons en de Nederlandse mennisten (i.s.m. Nederland, Canada, de Verenigde Staten en Duitsland, 1996).