Gemeenschap en algemeen welzijn

Auteur: Alle G. Hoekema

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bouwde de ‘Gemeentedagbeweging’, die streefde naar geestelijke vernieuwing in de doopsgezinde broederschap, verschillende broederschapshuizen. Ze  vervullen een belangrijke rol, ook ten opzichte van de samenleving in zijn geheel, en maken een belangrijk deel uit van de doopsgezinde identiteit. Onlangs werd in Mennorode een nieuwe, ecologisch verantwoorde kapel gebouwd. Een andere vorm van gemeenschap vormen de zogenaamde ‘inloophuizen’, waar thuislozen en vluchtelingen zonder identiteitsbewijs op adem kunnen komen.

 

Weeshuizen, hofjes en scholen

In de zeventiende eeuw stichtten Nederlandse doopsgezinden weeshuizen, en bouwden ze hofjes. Ook vonden ze andere vormen om armen en gemarginaliseerden te ondersteunen. Vooral de grote gemeenten werden actief op deze terreinen. Omdat de doopsgezinde weeshuizen relatief klein waren, konden de wezen goede individuele aandacht krijgen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de overheid de zorg op deze gebieden over. Soms zijn de oorspronkelijke stichtingen blijven bestaan; ze ondersteunen noden en activiteiten voor kinderen en jongeren, ook in het algemeen. Slechts één gemeente, Haarlem, kende bijna twee eeuwen lang twee doopsgezinde lagere scholen; aan het begin van de twintigste eeuw stonden ze bekend vanwege hun moderne onderwijsmethoden. Ze werden in 1958 gesloten.

 

Tehuizen voor ouderen

Sommige gemeenten hebben nog altijd een of meer hofjes. Bovendien werden vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw moderne huizen voor ouderen gesticht. Al zulke huizen zijn nu afhankelijk van overheidsregels en subsidies; dat betekent ook een verlies aan doopsgezinde identiteit.

 

Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen

Nederlandse doopsgezinden waren ook actief op het gebied van volksopvoeding en in arme wijken van de grote stad op dat van volksgezondheid. De ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’ werd in 1784 door enkele doopsgezinden en anderen opgericht. In overeenstemming met de idealen van de Verlichting zetten plaatselijke afdelingen zich in voor volksopvoeding en lectuurverspreiding. De doopsgezinde inbreng is momenteel gering. In de negentiende eeuw waren verschillende welvarende doopsgezinden in Amsterdam betrokken bij de bouw van publieke badhuizen en volkshuisvesting. Toen Nederland na de Tweede Wereldoorlog een verzorgingsstaat werd, verminderde de invloed van de kerken snel op al deze terreinen. Mogelijk zal die rol op sociaal gebied in de nabije toekomst weer moeten groeien.