Tolerantie en vrijheid van godsdienst

Auteurs:Fernando Enns, Joel Driedger

In Duitsland hebben religieuze groeperingen de vrijheid om hun geloof uit te oefenen zonder toezicht van de staat, zolang ze de grondwet niet schenden. Dit betekent dat de mennonieten hun geloof kunnen beoefenen zonder beperkingen, en hun kerkdiensten kunnen bijwonen zonder angst voor onderdrukking door de staat. Dat is echter niet altijd zo geweest.

Mennonieten vervolgd
De wederdopers van vijfhonderd jaar geleden hadden zware kritiek op de heersende kerk en  haar nauwe samenwerking met de politieke machthebbers. Zijweigerden om aan oorlogen deel te nemen of geloften af te leggen. Een andere uiting van hun overtuiging was de volwassenendoop, opdat de gemeente alleen uit overtuigde christenen bestond. Tegenstanders van dit doperse gedachtengoed zagen deze ideeën als een groot gevaar voor de stabiliteit van de samenleving, en daarom werden de dopers hevig vervolgd.

In de loop der eeuwen nam de tegenstand af. Mennonieten werden niet langer vervolgd in alle delen van het Duitse Rijk, maar ze waren wel verplicht hun kerkdiensten te houden in particuliere huizen. Ze genoten niet helemaal dezelfde vrijheden als anderen. Ze vestigden zich daarom in de gebieden waar ze getolereerd werden, ook al moesten zij zich onderwerpen aan de strenge beperkingen van de politieke bestuurders.

Gelijke rechten voor iedereen
Hun eigen pijnlijke ervaringen in het verleden waren een cruciale reden voor de vroege dopers om op te roepen tot religieuze tolerantie en vrijheid van godsdienst. Deze liberale filosofie is tot op heden een integraal onderdeel gebleven van het karakter van de gemeenten in Noord-Duitsland. Een bekende mennoniet die in de politiek pleitte voor deze waarden was Herman vonBeckerath (1801-1870). Hij werd verkozen in het parlement van de eerste Duitse nationale vergadering in1848 in Frankfurt, en was kort werkzaam als minister van financiën.

Hij bepleitte gelijke rechten voor de mennonieten ten opzichtevan de rechten van andere burgers. In ruil daarvoor vroeg hij zijn geloofsgenoten wel om de dienstplicht te accepteren. Hij was kennelijk bereid om het principe van geweldloosheid en dienstweigering op te offeren ten gunste van een volledig burgerschap en vrijheid van godsdienst.

Vrijheid zonder geweld
Na de Tweede Wereldoorlog heeft het even geduurd voordat de mennonieten in Noord-Duitsland terugkeerden naar het standpunt van geweldloosheid. In 2009 nam de Vereniging van Duitse Mennonieten Gemeenten de 'Declaration on Just Peace'  aan. De gewetens- en godsdienstvrijheid die de doperse beweging vroeger opeiste, is een persoonlijke vrijheid geworden. In het openbaar maken de mennonieten zich sterk om deze tolerantie naar alle godsdiensten en overtuigingen te bevorderen.

Vertaling: Eliza ten Kate