De slechtste tijden breken aan

Auteur: Hermann Heidebrecht

De moeilijkste tijd voor de mennonieten in Rusland ving aan na de Revolutie van oktober 1917, toen de bolsjewieken de macht grepen. Dit was het begin van een burgeroorlog die pas vijf jaar later eindigde. De mennonieten hadden het meest te vrezen van de Anarchistische Terroristenbendes van Nestor Machno die regelmatig dorpen aanvielen. In het dorp Eichenfeld, bijvoorbeeld, werden in oktober 1919 in één nacht 77 mannen en vier vrouwen vermoord. Nog meer mensen stierven aan de gevolgen van een tyfusepidemie die de Machnovieten, zoals deze bendeleden genoemd werden, in de dorpen verspreidden. In het dorp Schönhorst stierven 132 van de 350 bewoners en in Chortitza 180 van de 767. Meer dan tien procent van de bevolking liet het leven.

Honger
Na al die jaren van bittere strijd was de door mennonieten opgebouwde economie compleet verwoest. Gewapende belastingofficieren van de Sovjetregering legden beslag op de landbouwproducten, namen het laatste graan van de boeren mee met als gevolg een hongersnood op grote schaal. Na moeilijke onderhandelingen met de bolsjewieken slaagden Amerikaanse en Nederlandse doopsgezinden er evenwel in voedsel en kleding naar hun in nood verkerende broeders en zusters te brengen.

Verbod op migratie
Enkele mennonieten onderzochten de mogelijkheid om naar Noord-Amerika te emigreren. Zij kregen medewerking van Canadese mennonieten die visa regelden ende reis bekostigden.De Canadese staat werd ervan verzekerd dat de nieuwkomers niet tot last zouden zijn. Ongeveer 23.000 mennonieten emigreerden tussen 1923 en 1928 via Duitsland naar Canada. In 1928 werd deze migratiemogelijkheid door de Sovjetregeringstopgezet.

De gevolgen van collectivisatie
In 1929 ging in Rusland de particuliere economie over naar een collectieve economie. Dit leidde opnieuw tot hongersnood, wat tussen 1932 en 1933 tien miljoen mensenlevens kostte. Landerijen en bezittingen werden door de autoriteiten gevorderd, bewoners werden gedwongen hun huizen en dorpen te verlaten en naar andere plaatsen in de Sovjet-Unie te vertrekken, waaronder ook mennonieten. Niemand beschikte meer over land, vee, of machines. Sommigen trokken naar de steden voor werk en voedsel, maar door uitputting en ziekte stierven veel mensen onderweg. Dit luidde het einde in van een tijdperk waarin de ooit gastvrij ontvangen mennonieten leefden en werkten, in door hen opgezette koloniën.

Voor meer over doopsgezinden in Rusland, zie de Global AnabaptistMennonite Encyclopedia Online (www.gameo.org).

Vertaling: Eliza ten Kate