Duitsland-Centraal / Russlanddeutsche

Talen: Duits/'Plautdietsch'

Religies: Protestant 34%, Rooms-Katholiek 34%, Moslim 3,7%

Bevolking: 81 miljoen

Hoofdstad: Berlijn

Doopsgezinden in Duitsland

AMG ; AMBD ; BTG

Aantal Doopsgezinde Gemeenten: 60

Aantal Russlanddeutsche Gemeentes: 182

 

Hoeveelheid gedoopte doopsgezinden:

5.723 = 9,5% van de Europese doopsgezinden

Hoeveelheid gedoopte Russlanddeutsche:

40.344 = 67% van de Europese doopsgezinden

 

Duitsland bezoeken?

 

Een deel van de 9000 km lange Migratie Route komt door dit gebied.


Martelaarschap

Auteur: Hermann Heidebrecht

Toen de bolsjewieken in 1917 de macht in Rusland eenmaal gegrepen hadden, bestreden zij de godsdienst op grote schaal. Geestelijken vormden in hun ogen een grote hindernis op de weg naar een communistische samenleving. Dit liep in de late jaren 1920 uit op de grootste vervolging van christenen in het Europa van de twintigste eeuw.

Vervolgingen
De werkelijke omvang van die vervolging werd pas in de jaren 1980 bekend. Een speciale staatscommissie publiceerde dat er gedurende het Sovjettijdperk ongeveer tweehonderdduizend geestelijken (priesters, geestelijk verzorgers, oudsten en diakenen) zijn vermoord. Nog eens driehonderdduizend predikanten en christenen werden opgesloten in gevangenissen en werkkampen. Ongeveer veertigduizend kerken werden vernield. Om de mennonieten nog meer te frustreren, werden er torenhoge belastingen opgelegd die zij niet konden opbrengen. Kerken werden in beslag genomen en verbouwd tot bioscopen, graanpakhuizen of werkplaatsen. Ook hun oudsten en predikers werden gearresteerd.

In de gevangenis
Dit gebeurde ook met oudste Jakob A. Rempel uit Grünfeld. Van 1906 tot 1912 studeerde hij theologie, taalkunde en filosofie aan de Universiteit van Bazel. Terug in Rusland werd Rempel leraar op een school, later op een universiteit. Hij sloeg het aanbod van een positie als hoogleraar op de Universiteit van Moskou af, omdat hij was verkozen tot oudste in zijn gemeente in Neu-Chortitza. In de jaren 1920 had Rempel de leiding over de [Russische] Doopsgezinde Broederschap. Hij onderhandelde met de regering om ervoor te zorgen dat de gemeenten konden blijven voortbestaan. In 1929 werd zijn familie gedeporteerd, en zijn bezittingen in beslag genomen, voor Rempel redenen genoeg om uit zijn woonplaats weg te vluchten. In november van dat jaar werd hij in Moskou gearresteerd en volgde een lange marteling van zeven maanden. Daarna werd bij nog eens veroordeeld tot tien jaar werkkamp.

Rempels laatste brieven
Een aantal jaren later wist hij te ontsnappen, maar kort daarna werd Rempel opnieuw gearresteerd. Hij zat gevangen tot 11 September 1941, de dag waarop hij samen met 156 andere gevangenen op bevel van Stalin werd vermoord. In één van zijn laatste brieven schrijft hij:

Ze kunnen me ketenen,  me slaan, mijn hoofd afhakken, maar niemand kan me mijn geloof afnemen, mijn kennis, de geschiedenis van mijn leven. Van boerenknecht tot professor, en daarna een nog hogere positie: het werken voor mijn gemeenschap. Ik ben nu op het hoogtepunt van mijn leven. Ik zal me er niet op doen voorstaan, noch zal ik mij onttrekken aan mijn gekozen pad. Ik buig slechts diep voor Diegene die mij deze weg voorgeschreven heeft.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Een rondtrekkende prediker

Auteur: Johannes Dyck


Johannes Fastkreeg betekenis als rondtrekkend prediker van de MennonitischeBrüdergemeinden.Hij wordt beschouwd als één van de sleutelfiguren tijdens de wederopbouw van gemeenten in nieuwe plaatsen in Rusland na de Tweede Wereldoorlog. Fast werd geboren in 1886 in Mariental in de Alt-Samara kolonie in Rusland, en overleed in 1981 in Dshetysai, Kazachstan. Zijn ouders, een weduwe en weduwnaar, vormden een nieuw gezin met in totaal dertien kinderen, en samen kregen ze nog eens negen.

Roeping en theologische opleiding
Nadat hij de dorpsschool had afgemaakt, ging Fastin de leer bij zijn oudere broer, die timmerman was. In 1908 doorliep hij zijn driejarige vervangende dienstplichtin de bosbouw in Gross-Anadol in Zuid-Rusland. Hier ‘zag hij het licht’ op 4 mei 1908, en twee jaar later preekte hij voor het eerst. Tussen 1911 en 1913 studeerde hij aan het St. Chrischona Seminarie in Zwitserland. Na zijn terugkeer in Rusland nam hij een beroep aan als predikant in de MennonitischeBrüdergemeindein Alexandertal, alwaar hij ook het koor dirigeerde, een jongerengroep opstartteen rond trok als prediker. In 1913 trouwde hij met Agathe Driedger. Nadat zij in 1926 overleed, huwde hij een jaar laterWilhelmineEnns. Zij bleven bij elkaar tot 1976.

Een grote beproeving voor Fasts missie
In maart 1931 werden Fast en zijn gezin naar het Verre Oosten gedeporteerd, alwaar hij tot 1954 verbleef. Een jaar later verhuisde hij naar Temirtau in Kazachstan. Vandaaruit bezocht hij de vele over Centraal Azië, Siberië en de Oeral verspreidde gelovigen. Hij predikte, onderwees en doopte, wijdde mensen in tot prediker en stichtte gemeenten. Dat bleef hij volhouden, ook na1958, toende onderdrukking steeds heviger werd.Hoewel de autoriteiten hem begonnen te dwarsbomen, werd de 70 jaar oude prediker niet gevangengenomen.

Preken om te zien
Vanaf 1967 leefde Fast in Dshetysai in Zuid-Kazachstan. Hier sloot hij zich aan bij een gemeente die voor het merendeel uit Duitsers bestond. Ondanks het feit dat zijn gezichtsvermogenverslechterde, zette hij zijn werk voort. In 1970 begon hij zijn preken op te schrijven voor weduwen.Door de lezers werden deze overgeschreven. De bijna blinde en oude prediker publiceerde twee prekenbundels, en een bundel voor speciale gelegenheden. Zijn werk is de meest omvangrijke collectie van door een mennoniet geschreven preken,in de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog.

Meer informatie over Johannes Fast kunt u vinden in de GermanMennonite Encyclopedia Online (www.mennlex.de/doku.php?id=art:fast_johannes)

Vertaling: Eliza ten Kate 


De slechtste tijden breken aan

Auteur: Hermann Heidebrecht

De moeilijkste tijd voor de mennonieten in Rusland ving aan na de Revolutie van oktober 1917, toen de bolsjewieken de macht grepen. Dit was het begin van een burgeroorlog die pas vijf jaar later eindigde. De mennonieten hadden het meest te vrezen van de Anarchistische Terroristenbendes van Nestor Machno die regelmatig dorpen aanvielen. In het dorp Eichenfeld, bijvoorbeeld, werden in oktober 1919 in één nacht 77 mannen en vier vrouwen vermoord. Nog meer mensen stierven aan de gevolgen van een tyfusepidemie die de Machnovieten, zoals deze bendeleden genoemd werden, in de dorpen verspreidden. In het dorp Schönhorst stierven 132 van de 350 bewoners en in Chortitza 180 van de 767. Meer dan tien procent van de bevolking liet het leven.

Honger
Na al die jaren van bittere strijd was de door mennonieten opgebouwde economie compleet verwoest. Gewapende belastingofficieren van de Sovjetregering legden beslag op de landbouwproducten, namen het laatste graan van de boeren mee met als gevolg een hongersnood op grote schaal. Na moeilijke onderhandelingen met de bolsjewieken slaagden Amerikaanse en Nederlandse doopsgezinden er evenwel in voedsel en kleding naar hun in nood verkerende broeders en zusters te brengen.

Verbod op migratie
Enkele mennonieten onderzochten de mogelijkheid om naar Noord-Amerika te emigreren. Zij kregen medewerking van Canadese mennonieten die visa regelden ende reis bekostigden.De Canadese staat werd ervan verzekerd dat de nieuwkomers niet tot last zouden zijn. Ongeveer 23.000 mennonieten emigreerden tussen 1923 en 1928 via Duitsland naar Canada. In 1928 werd deze migratiemogelijkheid door de Sovjetregeringstopgezet.

De gevolgen van collectivisatie
In 1929 ging in Rusland de particuliere economie over naar een collectieve economie. Dit leidde opnieuw tot hongersnood, wat tussen 1932 en 1933 tien miljoen mensenlevens kostte. Landerijen en bezittingen werden door de autoriteiten gevorderd, bewoners werden gedwongen hun huizen en dorpen te verlaten en naar andere plaatsen in de Sovjet-Unie te vertrekken, waaronder ook mennonieten. Niemand beschikte meer over land, vee, of machines. Sommigen trokken naar de steden voor werk en voedsel, maar door uitputting en ziekte stierven veel mensen onderweg. Dit luidde het einde in van een tijdperk waarin de ooit gastvrij ontvangen mennonieten leefden en werkten, in door hen opgezette koloniën.

Voor meer over doopsgezinden in Rusland, zie de Global AnabaptistMennonite Encyclopedia Online (www.gameo.org).

Vertaling: Eliza ten Kate 


De diversiteit van mennonieten met een Russische achtergrond

Auteur: Hermann Heidebrecht   

Vanaf 1970 zijn er 2,5 miljoen Duitsers, die in Rusland geborenwaren, naar Duitsland geëmigreerd.Velen hadden ‘mennoniet’ opgegeven als hun religieuze identiteit, maar de regio’s waar ze vandaan kwamenkenden al na de Tweede Wereldoorlog geen mennonieten meer. Deze ‘mennonieten’ waren niet gedoopt, en formeel dus geen lidvan wat voor denominatie ook. Niettemin hebben velen uit deze groepering zich later aangesloten bijde meer dan honderd Duitse gemeenten van in Rusland geboren mennonieten. In 2014 schommelde hun aantal tussen de 35.000 en 40.000 leden.

Broederschappen en Verenigingen
In Duitsland vormende mennonieten een bont geheel van broederschappen en verenigingen, overigens niet alle vanuit een mennonieten achtergrond. Bijna alle grote mennonietengemeenten werden lid van de ArbeitsgemeinschaftzurgeistlichenUnterstützung der Mennonitengemeinden (AGUM), maar een deel van de MennonitischeBrüdergemeindenging naar dein Rusland opgerichte Evangelisch Christelijke-Baptisten. Zo sloten ongeveer 25 Brüdergemeinden, inclusief afsplitsingen, zich aan bij de Bruderschaft der Christengemeinden in Deutschland (BCD), terwijl zevenBrüdergemeindenlid van de BundTaufgesinnterGemeinden (BTG) werden. Een grote groep van hen kwam in Frankenthal terecht. Zij vormen de zogenaamde FrankenthalCircle, een onofficiële broederschap, dieover 23 locatiesverspreid is. Eén van deze gemeenten sloot zich aan bij de Bruderschaft der Evangeliums Christen Baptisten, en een aantal andere gemeenten sloot zich nergens bij aan. Ook werden mennonieten lid van andere bestaande verenigingen (AMBD,VMBB, WEBB).

Verklaring van Verzoening
In 2010 werd de 150e verjaardag van de MennonitischeBrüdergemeindengevierd. Dat was het moment om een Verklaring van Verzoeningop te stellen, geïnitieerd door leden van de BundTaufgesinnterGemeinden(BTG), de ArbeitsgemeinschaftMennonitischerBrüdergemeinden in Deutschland (AMBD) en de VereinMennonitenBrüdergemeindevonBayern (VMBB). In deze Verklaringvragen de opstellers om vergiffenis voor een jarenlangein stand gehouden verdeeldheid. Tegelijk uiten zij daarin de wens om in de toekomst samen te werken op basis van broederlijke liefde en wederzijdse waardering. Alhoewel de meerderheid van de Brüdergemeindenzich niet bij de verklaring kon aansluiten, moet toch worden geconstateerd dat de relatie tussen de gemeenschappen al vele jaren broederlijk en zelfs hartelijk te noemen is.

Vertaling: Eliza  ten Kate. 


Mennonieten in hun nieuwe moederland: Rusland

Auteur: Johannes Dyck

Een groot deel van de huidige mennonieten gemeenschap in,onder meer,Centraal-Duitsland, komt uit Rusland. Hun achternamen klinken echter Fries en Vlaams. Reeds in de stormachtige zestiende eeuw vluchtten hun voorouders vanuit de Nederlanden naar veiliger oorden in de omgeving van Danzig. Later, toen dat gebied onder Pruisisch gezag kwam te staanen ze opnieuw onderdrukt werden vanwege hun geloof, vonden ze in Rusland een nieuw onderkomen.

Een warm welkom
In 1789 verwelkomde Rusland de eerste groep mennonieten met open armen. Het tsaristische bewind huisvestte hen in autonome nederzettingen, zogenaamde koloniën, en beloofdehen godsdienstvrijheid en vrijstelling van militaire dienst. De eerste grotere mennonieten kolonie werdChortitza aan de Dnjepr. Dat Rusland hen omarmde, blijkt wel uit de inwilliging door de regering van het verzoek van de mennonieten om meer land. Zij kregen twee keer zoveel land, als de andere kolonisten uit Duitsland. In 1804 kwam eenvolgende grote groep uit Pruisen naar Rusland. Zij stichtten een koloniein Molotschna. Een aantal kleinere groepen volgde. In 1859 vond de laatste migratie plaats.

Hardwerkende kolonisten
De hardwerkende mennonieten veranderden de onontgonnen grond van de steppes in een bloeiend landschap. Zuid-Ruslandkreeg daardoor bekendheid als 'de graanschuur van Europa'. De fabriekjes die zij startten, ontwikkelden zich van generatie op generatie tot een bloeiende industrie met een sterke positie op de binnenlandse markt. Zo werden de originele nederzettingen na verloop van tijd te klein voor de groei van de mennonietenbevolking. Daarom trokken ze verder naar het oosten tot in Siberië, het Aziatische deel van Rusland. In het begin van de twintigste eeuw hadden zij daar grote koloniën gevestigd.
Door alle tijden heen zijnde veerkracht, om zich telkens weer in nieuwe, onherbergzame gebieden te vestigen, en hun vermogen om deze bewoonbaar en vruchtbaar te maken, een belangrijk kenmerk van de mennonieten geweest.

Duitsland Moederland
Vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie van 1917, behoordende mennonieten in Rusland tot de meest vooruitstrevende leden van de wereldwijde doperse familie. De koloniën die zijnbewoonden veranderden gaandeweg in Duitse eilandjes te midden van het multi-etnische Russische Rijk. De sterke gevoelsband met hun moederland Duitsland bleef altijd bestaan.

Meer over de mennonieten in Rusland is te vinden in de Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online (http://www.gameo.org)

Vertaling: Eliza ten Kate 


De jeugd heeft de toekomst

Auteur: Johannes Dyck

Tegenwoordig wordt er in Duitsland in de gemeenten veel jeugd- en jongerenwerk verricht door een jongegeneratie.

In de Sovjet-Unie stond jeugd- en jongerenwerk onder druk. Vanaf 1929 gold een verbod op watvoor bijeenkomst ook, ook van vrouwen, kinderen en jongeren. Toen nieuw opgerichte gemeenten na 1955 een legale status probeerden te verkrijgen, eisten de Sovjet autoriteiten nog steeds de strikte naleving van de grondwet. Er mochten geen kinderen in de kerkdiensten zijn, bang als de autoriteiten waren voor ondermijning van het grondwettelijke gezag. Het gevolg hiervan was dat de samenkomsten van tijd tot tijd onderbroken werden door gezagsdragers.Onderwijzers kwamen dan mee en noteerden de namen van de aanwezige schoolkinderen. Kinderen van die lijst werden de volgende dag op het matje geroepen bij de hoofd-meester, die hen vervolgens belachelijk maakte tegenover hun klasgenootjes. Voor nieuwe gemeenten, de jonge ouders en hun kinderen waren deze jaren van vervolging (1958-1966) een behoorlijke beproeving. Uiteindelijk hebben ouders toestemming verkregen om ook kinderen de diensten bij te laten wonen.

Overwinningen ondanks de risico's
Na deze kleine overwinning werd aan huis ‘zondagsschool’gegeven. In de steden kon dit beter verborgen blijven dan in de dorpen. Maar hoe heimelijk ook, toch werden mensen gearresteerd, waaronder ook jonge vrouwen. Desondanks zetten vrouwen dit riskante werk voort tot aan hun emigratie naar Duitsland.

Jongeren nemen de leiding
Toch werd onder deze dreigende atmosfeer, het jeugdwerk ook wel oogluikend toegestaan door de autoriteiten. Tweemaal per week kwamen kleine groepjes bijeen bij iemand thuis, voor een dienst en bijbel-studie. Gemeenten werden zo voorzien van jonge krachten die later een rol in de gemeente op zich konden nemen. Vooralde jongerenkoren vormden een belangrijke trekpleister voor jongens en meisjes. De uitvoeringen die zij nu en dan gaven werden beleefd als een feest.

Goede hoop
Activiteitendie onder het communistische bewind verboden waren binnen een gemeente, werden enorm populair in Duitsland. De mennonieten wisten hoe belangrijk het jeugd- en jongerenwerk was voor de toekomst van de gemeente. Tot op de huidige dag is er in Duitsland een bloeiende cultuur van jeugd- en jongerenwerk. Aangezien de mennonieten gezinnen in Duitsland vaak groot zijn, is dit werk belangrijk voor de geloofsopvoedingbinnen het gezin en voor de toekomst van de gemeenten.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Het leven van de gemeente

Auteur: Johannes Dyck

In Duitsland volgen veel van de in Rusland geboren mennonieten nog het patroon van het gemeenteleven zoals men dat in Rusland gewend was. Elke zondag zijn er één of twee diensten;de orde van dienst is eenvoudigen er worden drie korte preken gehouden afgewisseld door zang van koor en gemeente. De [mannelijke] predikers zijn van alle leeftijden en hebben een verschillende theologische achtergrond. Het aantal voorgangers in één gemeente kan soms tot wel 30 oplopen.

Veiliger om meer predikers te hebben
Dezeliturgische traditie stamt uit de tijd van de piëtistische opleving in Rusland (1840), waarbij verscheidene mensen vrijmoedig van hun geloof getuigden. Met name deMennonitischeBrüdergemeindenvormden een belangrijke kweekvijver voor predikers.De beschikking over veel predikers wasin tijden van onderdrukking een garantie om geestelijk te overleven. Als een van hen gedeporteerd of gevangen werd, was er altijd weer een vervanger. Zo bleef de verkondiging van Gods Woord en het evangelie gewaarborgd.

Thema's en zingen
Kenmerkend voor het piëtisme is het versterken van het geloof.De preek is daarvooreen middel bij uitstek. De voorgangers roepen op tot inkeer, bekering en wedergeboorte, maar zij spreken ook over de navolging van Christus, levensheiliging en de afzondering van de wereld. De wekelijkse gebedsgroepen en bijbelstudiegroepen lenen zich er goed voor om daarop nader in te gaan. Een andere belangrijke uiting van het piëtisme is het zingen. In tijden van vervolging wanneer er geen bijbels beschikbaar waren, was zingen,uit het hoofd, het middel om het geloof, maar ook troost en krachtover te dragen. Bovendien hielp zingen ook om de jongeren Duits te leren.

Relaties en samenkomsten
Het gemeenteleven beperkt zich niet tot de kerkdiensten op zondag. Ook door de week worden de hechte onderlinge banden onderhouden. De achtergrond hiervan gaat terug op de periode van vroege vestiging in Rusland, toen gemeenteleden elkaars buren en op elkaar aangewezen waren. Sommige onderdelen van het gemeenteleven zijn besloten, bijvoorbeeld, wanneer kandidaat-dopelingen over hun geloof vertellen en daar waar gehoorzaamheid beoefend wordt. Tevens worden normen en waarden, het geloofsgetuigenis en belangrijke beslissingen besproken.

Vertaling: Eliza ten Kate 


Verantwoordelijkheid in de maatschappij en in de wereld

Auteurs: Hermann Heidebrecht, Johannes Dyck

In de Sovjet-Unie hadden mennonieten officieel geen mogelijkheid om diaconaal werk of zendingswerk te verrichten. Na hun emigratie naar Duitsland echter, kregen zij volop de gelegenheid zendingsprojecten op te zetten. Deze zogenaamde ‘church planting-projecten’ kwamen van de grond in (voormalig Oost-) Duitsland, maar ook inhun landen van herkomst: Rusland, Kazachstan, Kyrgyzstan, Oekraïne, Moldavië en andere delenvan de voormalige Sovjet-Unie. Later kwamen er nog projecten bij in Zuid- en Oost-Europa (Roemenië, Bulgarije), Latijns-Amerika (Brazilië, Bolivia, Mexico), Afrika (Kenia, Ethiopië) en elders in de wereld.
Het zendingswerk van de in Rusland geboren mennonietenverloopt via hun eigen opgezette netwerk. Soms worden zendelingen ook uitgezonden via andere Duitse of internationale zendingsorganisaties.Naast het opstarten van nieuwe gemeenten worden er scholen en weeshuizen opgezet.

Scholen en diaconaal-maatschappelijke projecten
Zo hebben de in Rusland geboren mennonieten in deafgelopen jaren in hun plaats van vestigingeen aantal particuliere scholen opgericht in samenwerking met andere christenen. Een voorbeeld daarvan is de ChristlicheSchulvereinLippee.V.in Detmold en omgeving, met meer dan 2.300 leerlingen en tweehonderdleraren. Op verschillende niveaus van de overheidwordt erkend, dat dit schoolproject een belangrijke bijdrage levert aan een succesvolle integratie van in Rusland geboren Duitsers.

Het Museum van Geschiedenis en Cultuur van de Russische Duitsers
Otto Hertel, voormalig natuurkundeleraar uit Kyrgyzstan en de grondlegger van de ChristlicheSchulvereinLippe, is doordrongen van het feit dat identiteit en geschiedenis sterk met elkaar verweven zijn. Vanaf de opening van de school in Detmold, zette hij verschillende tentoonstellingen over Duitsers in Rusland op, daarnaast hield hij lezingen over hun rol in de Russische cultuur en wetenschap. In 1996 werder op het terrein van deze school een permanent museum gevestigd. Hierin ook plaats voor een bibliotheek met bijzondere aandacht voor Duitsers en mennonieten in Rusland. Om dit mogelijk te maken schonk Hertel zijn collectie boeken aan het museum.

In juli 2011 werd het museum heropend in een nieuw gebouw, met een indrukwekkende tentoonstelling over de geschiedenis van Duitsers in Rusland vanaf het eerste begin tot hun remigratie naar Duitsland en hun integratie in de Duitse samenleving.

Op internet kunt u meer informatie vinden over het museum(http://russlanddeutsche.de/)

Vertaling: Eliza ten Kate


Mennonieten emigreren van de USSR naar Duitsland

Auteur: Hermann Heidebrecht

Vóór 1987 konden slechts een paar duizend mennonieten van Rusland naar Duitsland verhuizen. Pas na dat jaar werden de emigratieverzoeken door Duitsland en Rusland meestal goedgekeurd. Op grote schaal begon er een volksverhuizing op gang te komen, zodat nagenoeg alle mennonieten de voormalige Sovjet-Unie verlieten. De achtergrond van deze migratie hing samen met vervolgingen en onderdrukking die bijna zeventig jaar hadden geduurd.Vooral de verdachtmaking dat de in Rusland geboren Duitsersop de hand van Hitler waren geweest, waaronder mennonieten, was een extra reden om te vertrekken.

Politieke en financiële kwesties
Men mag aannemen dat de meeste mennonieten het nooit eens zijn geweest met de Sovjetpolitiek. Deportatie, beslaglegging, arrestatie, executie en ander leed dat hen was aangedaan, hadden diepe wonden geslagen. Er was nauwelijks een mennonieten familie te vinden, of er werd wel om iemand gerouwd. Ook het gebrek aan financiële middelenwerkte emigratie in de hand. Overal in steden en in dorpen kostte het veel moeite om aan brood, boter, melk, suiker en ander voedsel te komen, tenzij het door de mensen zelf verbouwd was. Dat gold ook voor kleding, meubels, huishoudelijke apparaten en andere artikelen.

Organisaties die de immigranten hielpen
In 1972 richtten Duitse mennonietengemeenten een immigrantenorganisatie op (Die Mennonitische Umsiedlerbetreuung). Jarenlang hielpen ze de nieuwe Duitsers aan een woonplaats, en ondersteunden ze hen bij het stichten van nieuwe gemeenten. Na enkele jaren konden deze nieuw ingezetenen hun eigen immigrantenorganisatieopzetten en het stokje overnemen: de Aussiedler-Betreuungsdienst. Sinds 1972  hebben de beide diensten meer dan honderdduizendmennonieten of mensen met een mennonieten afkomst, verwelkomd. Zij hielpen hen in opvangkampen aan de grens en bij de overgang van de ene naar de andere deelstaat.

Vertaler: Eliza ten Kate


Nieuw begin na de Tweede Wereldoorlog

Auteur: Johannes Dyck

Onder de heerschappij van Stalin verloren de mennonieten bijna al hun oudsten, predikanten en kerkgebouwen. De Sovjet-Unie, die in juni 1941 bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, deporteerde alle Duitsers, inclusief de mennonieten, uit het Europese deel van het land naar Siberië en Centraal-Azië. Bovendien werden in het begin van 1942 alle overgebleven en inzetbare mannen gemobiliseerd ten gunste van het ‘Rode Leger van Werkers en Landmannen’.

Gebedsgroepen ten tijde van deportatie
Ook al waren godsdienstoefeningen niet meer toegestaan, toch zochten christenen van allerlei gezindten elkaar op viaclandestiene gebedsdiensten. Vaak meer dood dan levend, begonnen de gedeporteerden tot God te roepen. Eén van deze geheime gebedsgroepen werd in 1942 door de voormalige oudste van de mennonietengemeente in Nikolaifeld, Heinrich Voth, geleid. Godzijdank, leidde dit  tot een nieuwe opbloei van geloof en ontstonden er ook op andere plaatsen vele gebedsgroepen.In 1945 werden de naar Duitsland gevoerde mennonieten naar de Sovjet-Unie teruggehaald. Daar zetten zij hun kerkdiensten voort in de plaatsen waar ze terecht kwamen. Waar mogelijk sloten mennonieten zich aan bij Russische Baptistengemeenten die hun diensten tijdens de oorlog hadden kunnen voortzetten.

Na Stalin
Na de dood van de dictator in 1953 versoepelde het politieke beleid enigszins. In 1956 werden alle Duitsers bevrijd vanhun ballingschap. De onderdrukking was minder zwaar, en in veel dorpjes werden mensen die zich in de voorgaande jaren bekeerd hadden, gedoopt, wat een gewaagde stap was. Dit leidde tot het opzetten van kleine geloofsgemeenschappen in de voormalige verbanningsoorden. Duitse ex-bannelingen, inclusief mennonieten, reisden af naar het zuiden, vooral naar Kazachstan en Kyrgyzstan. Daar stichtten ze óf nieuwe gemeenten, óf sloten ze zich aan bij bestaande Russische Baptistengemeenten. Deze gemeenten stemden in veel opzichten overeen met de Mennonitische Brüdergemeinden.

Geweldloosheid verworpen
Vanaf 1958 echter,ving een nieuwe golf van vervolgingen aan. De mennonieten werden beschouwd als een sekte die vanwege hun geweldloze positie reactionair van aard en tegen de overheid zouden zijn. Hun gemeenten werden van de lijst van officieel toegestane denominaties gehaald, waardoor hun erkenning verdween. In 1966 veranderde deze situatie; mennonieten gemeenten en Mennonitische Brüdergemeindenwerden eindelijk wettelijk erkend.

Bron: And When They Shall Ask. A Docu-Drama of the Russian Mennonite Experience (1984/2010) dvd. www.mennonitemediasociety.com

Vertaling: Eliza  ten Kate