Beieren: het begin

Auteur: BeaterZipperer

Tijdens de Reformatie vormden zich veel doperse gemeenten in Beieren. De autoriteiten waren echter niet van hen gediend, zodat er tussen de zestiende en zeventiende eeuw op last van de Beierse hertogen, een groot aantal wederdopers werd terechtgesteld. Dit leidde ertoe dat velen van hen vluchtten naar Moraviƫ, alwaar ze gedurende een aantal decennia gedoogd werden en Gods Woord bleven verspreiden. Maar in Beieren waren er aan het eind van de zestiende eeuw geen wederdopers meer.

De koning en de doperse boeren
Het duurde tot 1800, toen Maximilian IV Joseph Keurvorst van Beieren een wet in het leven riep die protestanten toestondnaar Beieren te verhuizen, waaronder ook mennonieten. Hierdoor kwam een grote (r)emigratiegolf op gang. Doorde specifieke hulp van de keurvorst en de mogelijkheden die het geseculariseerde Beieren bood,konden veelmennonieten terug komen. De keurvorst, die na 1806 koning werd, gaf de voorkeur aan mennonieten, omdat ze bekend stonden om hun efficiƫnte landbouwmethoden.Vruchtbaar land was er genoeg, en er waren boeren nodig om dit te bewerken.

De mennonieten konden voor een goede prijs land van de voormalige kloosters pachten. De koning gaf sommige families zelfs hele landgoederen. De Amish, maar ook de mennonieten uit de Pfalz, wilden zich maar al te graag op deze landgoederen vestigen. De mennonieten bouwden dorpjes,stichtten kerkelijke gemeenten, zetten gebedshuizen en scholen op, zodat er voor de beleving van de verschillende geloofsovertuigingenvoldoende ruimte was.

Vertaling: Eliza ten Kate